Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen

Lees hier over de doldwaze belevenissen van de twee Nederlandse eigenaren van een Vakantiehuis Bed & Breakfast in Italie, Villa I Due Padroni.

Hilarische verhalen over het echte authentieke Italiaanse leven, over eten, kooklessen, Berlusconi en andere ongemakken in de mooie maar onbekende Oltrepo Pavese, het Toscane van Noord Italie: een luilekkerland voor wandelaars, wielrenners, luiaards en lekkerbekken.

Onze verhalen zijn verschenen als boek onder de titel Italiaanse Toestanden. Verkrijgbaar als paperback en als ebook.

Er is nu ook een tweede deel, Méér Italiaanse Toestanden!

En een derde deel! Nog Meer Italiaanse Toestanden!

Zie de presentatiepagina voor leesfragmenten en bestelinfo.



italie verhalen emigratie ik vertrek--italie verhalen emigratie ik vertrek

woensdag 27 maart 2013

I Pattini d'Argento



Bart, Klaas, Piet, Hans, Jan, ... een reeks echt Hollandse jongensnamen passeerde de revue. Wát een korte namen, monosillabi! riep het gezelschap aan tafel verbaasd. Van dat gezelschap (allemaal dames) had ik de helft gedurende mijn verblijf van vier maanden aan de universiteit van Pavia nog nooit gezien en de rest maar een keer of drie. We zaten aan de Nieuwjaarslunch van de onderzoeksgroep bij, alweer, de Osteria ai Carceri, hoewel mijn grote vriend Giorgio me nog zo verboden had om hier te gaan eten … Als buongustaio, lekkerbek, kende hij alle goede eetgelegenheden van Pavia en omstreken en de Carceri hoorde daar beslist niet bij. Mijn eerdere ervaringen samen met professoressa Chiara en La Nagel waren in overeenstemming met Giorgio’s oordeel, maar ja, de onderzoeksgroep dacht kennelijk dat dit het enige restaurant in Pavia was, of had er een leuke deal mee gesloten, of ik weet niet wat.

Ik zat aan het hoofd van de tafel en er ontging me een hoop van wat er gezegd werd. Het belangrijkste onderwerp van gesprek was de aanstaande dochter, Lucia, van Gabriela, een promovenda aan de faculteit. Via Lucia kwamen we op leuke namen voor kinderen en op Hollandse namen, korte namen dus, tot verbazing van de aanwezigen.

Opeens vroeg een van de medewerksters mij geheel on-Italiaans recht op de man af wat ik eigenlijk van de faculteit vond. Ze trok er een meewarig gezicht bij. “Eh …”, ik moest even naar adem happen en snel een nietszeggende uitweg zien te formuleren. “Buono buono,” was alles wat ik haperend wist uit te brengen. “Potresti essere sincero, però” was de nog minder Italiaanse reactie van de medewerkster, die nu een ronduit vies gezicht trok, “Je zou tenminste eerlijk kunnen zijn.” Het zweet brak me uit maar ik werd gered door de serveerster die de bestellingen op kwam nemen, waarna het gesprek gelukkig een andere wending nam. Pfoeh!

Niet veel later lag voor mij op mijn witte bord een grauwwitte vis. Deze keer had ik geen raad aangenomen van een van de Carceri-deskundigen, maar zelf gekozen. Orata, goudbrasem, voor een habbekrats te koop bij elke supermarkt en altijd lekker, ook als je er niets bijzonders mee deed: peper en zout was al genoeg. Een veilige keus dus! Maar ik had buiten de kookkunsten van de kerkerkok gerekend, want ongelooflijk maar waar: de orata smaakte nergens naar en was daarmee in niets te onderscheiden van de witte risotto van de vorige keer. Ik ad met denti lunghi hoopte en bad dat ze mij niet zouden vragen of het lekker was (buono buono).

En toen, ik weet niet meer hoe, ging het opeens over een Nederlands kinderverhaal,"De zilveren schaatsen", over een meisje en jongetje, broer en zus, die op houten schaatsjes (armoe troef) meedoen aan een wedstrijd en o wonder de hoofdprijs, zilveren schaatsen winnen. Hét verhaal over Nederland, volgens het gezelschap. We kenden het niet, en zeiden op goed geluk dat het in Nederland geen bekend verhaal is en dus ook niet waar gebeurd kan zijn. Wát? Van deze mededelingen viel het hele gezelschap achterover, even verbaasd en teleurgesteld als een kind aan wie je vertelt dat Sinterklaas niet bestaat. Hun was een illusie ontnomen. Iedereen in Italië kende het, was ermee opgegroeid en wist zeker dat het waar was. Nederland was het verhaal van I Pattini d’Argento!

Later kwamen we erachter dat het verhaal van de zilveren schaatsen hetzelfde verhaal is als dat van Hansje Brinker! Dat wil zeggen, in het eigenlijke verhaal, in de 19e eeuw geschreven door de Amerikaanse  Mary Mapes Dodge, is Hans Brinker niet het jongetje dat een vinger in de dijk stopt maar is hij de broer van Grietje (ja, Hans en Grietje, hoe verzin je het), met wie hij dus de zilveren schaatsen wint. Wel wordt het verhaal van de vinger in de dijk in het boek verteld, als de heldendaad van een andere jongen, van wie de naam niet genoemd wordt. Dit kleine onderdeel is later losgezongen van het eigenlijke boek en de jongen heeft later de naam van de hoofdpersoon gekregen. Toch nog wat geleerd aan de universiteit!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen