Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen

Lees hier over de doldwaze belevenissen van de twee Nederlandse eigenaren van een Vakantiehuis Bed & Breakfast in Italie, Villa I Due Padroni.

Hilarische verhalen over het echte authentieke Italiaanse leven, over eten, kooklessen, Berlusconi en andere ongemakken in de mooie maar onbekende Oltrepo Pavese, het Toscane van Noord Italie: een luilekkerland voor wandelaars, wielrenners, luiaards en lekkerbekken.

Onze verhalen zijn verschenen als boek onder de titel Italiaanse Toestanden. Verkrijgbaar als paperback en als ebook.

Er is nu ook een tweede deel, Méér Italiaanse Toestanden!

En een derde deel! Nog Meer Italiaanse Toestanden!

Zie de presentatiepagina voor leesfragmenten en bestelinfo.



italie verhalen emigratie ik vertrek--italie verhalen emigratie ik vertrek

woensdag 1 mei 2013

Il copritetti



Autista, antennista, farmacista, barista, giornalista, … je kunt een ambacht zo gek niet bedenken of het eindigt in het Italiaans op –sta. Zo wordt met een autista meestal niet een autist, maar iemand die bij wijze van beroep een auto bestuurt, wat wij heel Nederlands een chauffeur zouden noemen. Een antennista is iemand die van het plaatsen van antennes op daken van huizen zijn beroep heeft gemaakt. Bestaat echt! Ook heet een aanhanger van Inter Milaan een Interista, een boekhouder een commercialista, een tandarts een dentista, een autobandenverkoper een gommista … Het zijn allemaal mannelijke woorden, ook al eindigen ze op het vrouwelijke –a. Als kersverse Italianen maken we er zelf een sport van om nieuwe varianten te verzinnen. Je pakt een ambacht, voegt sta toe aan de stam en klaar is kees: een wetgever is een leggista, een pizzabakker een pizzista enzovoort. Allemaal fout natuurlijk, want net als je het denkt te begrijpen, is het anders, zoals veel in Italië.

We hadden een afspraak met de dakdekker die onze ingenieur (ingegnierista?) Cassani voor ons geritseld had, en dachten dat dat dus wel een tettista zou zijn, van tetto (dak) + sta. Mispoes, een dakdekker is een copritetti, letterlijk een dekker van daken. Hoe het ook zij, onze dakdekker boerde kennelijk goed want na een tijdje achter hem aan te zijn gereden, op weg naar onze Villa, drong het tot ons door dat hij een Jaguar bestuurde (hij was zeker een Jaguarliefhebber, een giaguarista). Dat was geen goed teken voor onze portemonnee! Na de Ponte della Becca te zijn gepasseerd, liet de Jaguar ons passeren, want wij wisten immers de weg. 

De dakdekker en Cassani kwamen niet alleen voor het bekijken van de toestand van het dak, maar waren ook geïnteresseerd in de locatie en de algemene toestand van het huis, want zo een huis kopen en een bed & breakfast beginnen, dat kwamen ze niet elke dag tegen. De heren stonden verbaasd over inwendige toestand van het huis (alles nieuw! van alles laten staan!) en over de prachtige positie. We bespraken welke ramen we wilden laten maken, waar de trap naar de kelder zou moeten komen en wat we met het terras wilden. Cassani wist net als bij de eerste bespreking van doorpakken en wilde eigenlijk weten wat we nog meer alvast zouden willen laten doen, voordat we eind februari voor drie maanden naar Nederland zouden terugkeren. De ramen? Dat kan niet, want daarvoor is een vergunning van de gemeente nodig en het verkrijgen daarvan duurt een maand of twee, drie. Terras? Kan niet, want dat vereist toestemming van de buurman, omdat de fundering aan zijn terrein zal grenzen. 

Voorlopig alleen het dak dan maar, inclusief wat kleiner werk zoals nieuwe regenpijpen. Snel werd ons de globale prijs voorgerekend, 25 euro de m^2, voor een dak van circa 160 m^2 is 4000 euro. Oeps, dat viel even tegen. We vroegen of dit echt een redelijke prijs is. Het lukt je niet goedkoper, beweerde de ingegnere. Tja, hoe controleer je dat in een vreemd land en vooral als je eigenlijk geen keus hebt: het dak is zo lek als een mandje en we willen er zeker van zijn dat het dicht is voordat we naar Nederland gaan. Ik vroeg dan maar eens hoeveel man er dan wel niet hoe lang aan werken. In de Italiaanse bouw worden prijzen in offertes berekend op basis van meters, vierkant meters, kubieke meters, maar niet op basis van manuren. Niet echt handig als je een zelf een reële schatting wil maken. Er zullen een man of drie, gedurende een kleine twee weken aan werken, beweerde de dakdekker, alle pannen moeten er namelijk af wil je het in één keer goed doen. 

Vooruit dan maar, 4000€. Cassani zette de dakdekker onder druk om het echt in de eerste weken van februari te doen: “ik zei presto en nu wil ik presto, begin februari en dan kom ik langs om te controleren!” Een doorbijtertje, die ingegnere! We gaven hem alvast onze sleutels om van de week alles in detail te gaan opmeten, zodat hij een progetto kan maken met alle opties en een inschatting van de kosten. Gaat het snel of gaat het te snel? Reikt onze polsstok wel ver genoeg? Ach, dat zien we later wel, een Nederlander is geen paurista.

vrijdag 12 april 2013

Di fiducia



L’ingegnere Cassani” zei Franco, zonder een moment te aarzelen. We hadden hem gevraagd of hij ons, als geometra van de gemeente Pavia, een architect of bouwkundig ingenieur di fiducia zou kunnen adviseren. Zijn antwoord was resoluut en daarmee voldoende overtuigend. Dat moest hem dan maar worden. We wilden de aanpassingen die aan ons pasgekochte huis verricht zouden moeten worden graag laten ontwerpen door een ter zake kundige, want zelf zijn we op dit gebied dilettanti, dat wil zeggen: we weten van toeten nog blazen als het op verbouwingen aankomt. Dezelfde architect of bouwkundige kon dan mooi meteen ook de uitvoering en kwaliteit van het eigenlijke verbouwingsproject bewaken en de aannemer aansturen. Dat soort werk delegeren we graag.

Maar hoe vind je zo iemand, willekeurig een naam prikken in de pagine gialle, de gouden gids? Dat leek ons niet de meest betrouwbare methode. Dus besloten we de Italiaanse aanpak te volgen: maak gebruik van je netwerk en zorg dat je iemand di fiducia vindt. Dit typisch Italiaanse systeem werkt als volgt: je vraagt aan iemand die je vertrouwt of hij een betrouwbare persoon kent. Kent hij zo iemand dan zit je goed, want een Italiaan sterft liever duizend doden, dan dat hij jouw vertrouwen beschaamt. Kent hij niet zelf iemand, dan vraagt hij rond in zijn eigen vertrouwensnetwerk en als daar een naam uit voortkomt, zit je ook veilig, want binnen dat netwerk geldt dezelfde code van vertrouwen dat niet beschaamd mag worden. Alles in Italië gaat op deze manier van di fiducia: je hebt een arts di fiducia, een loodgieter di fiducia een garage di fiducia enzovoort enzovoort. Eigenlijk komt het erop neer dat de Italiaan geen mens vertrouwt, tenzij deze di fiducia is. De wereld is een jungle vol met oplichters en flessentrekkers. Of op zijn minst is Italie dat.

Gelukkig hadden wij Franco die ons vertrouwen zeker niet zou willen beschamen en die vanuit zijn werk een goede kandidaat zou kunnen aanbevelen. Cassani dus. We maakten een kennismakingsafspraak en gingen op pad naar zijn kantoor in het centrum van Pavia. Onze ingenieur bleek een modieus geklede heer met een gouden brilletje, een golvende haardos en een gesoigneerde baard. Zijn krachtige stem straalde veel daadkracht uit. Als assistent was er een zwijgende, wat nurks kijkende,kalende man met grijs baardje aanwezig bij het gesprek.  Hij zat op een stoel schuin achter Cassani, die zelf breeduit achter zijn kolossale bureau troonde, en mompelde slechts heel af en toe iets onverstaanbaars. Wij legden zo goed en zo kwaad in ons krukkige Italiaans uit wat we wilden: wat beperkte aanpassingen van het huis (extra ramen), een terras, een inwendige trap naar de kelder. En een beoordeling van het dak, want we hadden gezien dat er de nodige pannen ontbraken.Op sommige plekken keek je er dwars doorheen. De constructie was goed, had onze geometra Buttini tijdens de perizia vastgesteld, maar we wilden graag dat die ook goed zou blijven.

We besloten dat het dak de eerste prioriteit was, gezien het winterseizoen met zijn vele regen en harde wind. Cassani wist direct een dakdekker di fiducia te adviseren, die hem bovendien nog een dienst verschuldigd was en dus wel bereid zou zijn om op korte termijn aan de slag te gaan. Cassani belde hem meteen en prikte een datum voor een soppraluogo, een bezoek ter plaatse om de situatie te beoordelen. Dan kon hij zelf meteen ook rondkijken en zien wat er van hem verwacht werd. Wilde de assistent ook mee? Ja, die ging mee, al keek hij er zorgelijk bij. Of deze assistent di fiducia was, zou nog moeten blijken.

dinsdag 9 april 2013

Il Water



Ook in Italië moet je wel eens in een openbare gelegenheid (bar, restaurant, theater, universiteit, kantoor) naar het toilet. Dat kan voor de beginnende toiletbezoeker nog een heel avontuur zijn, terwijl ook de gevorderde wc-ganger nog regelmatig op figuurlijke maar ook letterlijke hindernissen stuit.

Om te beginnen moet je het toilet zien te vinden. Als de segnalazione, de richtingsaanduiding, te wensen over laat, en dat gebeurt vaak, sta je voor het probleem hoe je personeel of andere aanwezigen decent om de kortste weg naar de kleine kamer vraagt. “Kunt u mij vertellen waar het toilet is?”, hoe zeg je dat in het Italiaans zonder een flater te slaan? Met het begrip WC kom je hier nergens, als je al zou weten hoe je dit in het Italiaans zou moeten uitspreken (“doppio vi tsji”). Met de (nood)kreet “toilette” heb je al gauw meer succes, al komt het uitstoten van zo’n enkel woord niet echt beleefd over. In het Italiaans noemt men het toilet “il bagno”, waarmee Nederlanders in Italië vaak abusievelijk de badkamer proberen aan te duiden. Doordat Italië het land bij uitstek van de gebarentaal is, volstaat wat handenwringen (“where can I wash my hands, please”) meestal ook.

Eenmaal bij het toilet aangekomen, sta je meestal voor een existentiële keus: man of vrouw. Gesteld dat je daarover geen twijfels (meer) hebt (je kunt desnoods voor de zekerheid in je paspoort kijken), dan nog kan er een probleem opduiken: er is geen duidelijk plaatje van een mannetje en/of vrouwtje op de respectievelijke deuren te vinden, alleen tekst: “Signore, Signori”. Meestal slaat de paniek dan alsnog toe. Wat is “Dames” en wat is “Heren”? Beide lijkt eigenlijk mannelijk, toch? Nu kun je quasi nonchalant wachten tot jeiemand achter een van beide deuren ziet verdwijnen of je iemand uit het toilet tevoorschijn ziet komen en op basis daarvan deduceren wat wat is, maar wat als de nood hoog is en het toiletverkeer “dun”? Je moet daarom weten (onthouden!) dat het vrouwelijk meervoud van de meeste Italiaanse zelfstandige naamwoorden op een “e” eindigt en dat van mannelijke meestal op een “i”. Uitzonderingen komen voor, maar niet op het toilet. Daar gelden strikte grenzen. Zelfs in Italië.

Gelukkig, de broek kan zakken! Maar ho ho, nee, zo snel gaat het meestal nog niet. De praktijk wijst uit dat je, eenmaal veilig achter de toiletdeur, van alles aan kunt treffen. Ten eerste is het nog maar de vraag hoe veilig het eigenlijk is. Kan de deur van het toilet überhaupt op slot? Vaak niet met het originele slot, als je geluk hebt hooguit met een knutselslot (haakje, touwtje), maar even zo vaak helemaal niet. Er is geen sleutel, het hele hang- en sluitwerk is weg, er is nooit en slot geweest, … Alles komt voor. Zelfs op fonkelnieuwe toiletten in glanzende kantoorgebouwen kan het je gebeuren dat je opeens “met je kloten voor het blok” komt te zitten: een toiletdeur met een Lipsslot … zonder sleutel. Kan de deur niet dicht, maar is het toilet zo klein dat de toiletpot vlak bij de deur staat, dan is er nog “geen man overboord”. Al zittend, klem je de deur zelf dicht, met handen en/of voeten.

Zitten? Maar kan je wel zitten, is de volgende vraag. Hoewel de meeste toiletten in Italië tegenwoordig wel van het pot-model zijn, komt ook de bagno alla turca nog veel voor. Dat klinkt als een leuk muziekstuk, maar is het gevreesde “gat in de grond”, het hurktoilet. Kan de deur niet op slot en blijkt er zich achter het Turkse hurktoilet te bevinden, dan ben je verloren. Een reeks van scenario’s is nu mogelijk, het ene nog beschamender (direct) en hilarischer (achteraf) dan het andere. Welke precies laat ik graag aan de fantasie van de lezer of aspirant toiletganger over. Kan de deur wel op slot, dan blijven er nog genoeg hinderpalen over.

Het benutten van het Turkse onding vereist veel gehannes met broek, onderbroek, over- en onderhemd, gebalanceer om niet zelf in het gat te verdwijnen (zo lenig zijn we ook niet meer), en moeizame afstemming tussen het ene (producerende) en het andere (ontvangende). Kramp in de dijen, kuiten en pezen is het zekere gevolg, natte sokken, broek en of schoenen een waarschijnlijk resultaat van de moeizame verrichtingen.  Of, zoals het beschreven wordt in een gebruiksaanwijzing op internet:

Hurktoilet 
Leuk - maar langzaam verdwijnend - verschijnsel in mediterrane landen. Het gebruik van het “gabinetto alla turca” is zeer hygiënisch als men tenminste de kunst van het richten verstaat. Voor Nederlanders zonder ervaring op dit gebied eindigt het avontuur nogal eens met natte sokken. Tips: niet proberen de benen haaks te houden maar helemaal doorzakken; en het hoofd dient naar de deur gekeerd te zijn.

De laatste aanwijzing getuigt van de nodige humor, en zorgt voor de broodnodige ontspanning in deze benarde situatie. Mocht de deur onverwacht openvliegen, lach dan de lach der onschuldigen, want uw hoofd is naar de deur gekeerd. Het kan altijd nog erger (er is een model hurktoilet op een verhoging, type bordes, dat het ONmogelijk maakt om erboven te hurken zonder je broek helemaal uit te trekken. Als dan de deur openvliegt ...).

“Gelukkig, er is een WC-pot!” denk je, als het gevreesde gat niet tevoorschijn komt. Maar wat voor pot? Is er een wc-bril? Il water zoals de toiletpot op zijn “Italiaans” heet (afgeleid van water-closet) is meestal niet voorzien van een bril (een asse). Als er al een bril te bekennen is, staat deze meestal beteuterd in een hoekje (voor straf), zit achter slot en grendel tegen de muur (verboden aan te raken), is stuk (hap eruit), ligt los, of is te nat en te smerig om te gebruiken. Dat laatste vaak het gevolg van het feit dat de meeste brillen niet overeind gezet kunnen worden, ze vallen meteen weer op hun plek, want de stortbak zit in de weg. We moeten wel concluderen dat de Italiaan de bedoeling van de bril niet begrijpt: hij ziet de toiletpot als een merkwaardige variant van het hurktoilet, met een verhoging die niet bedoeld is om op te gaan zitten. "Wie heeft zoiets idioots bedacht?" hoor je hem denken.

Met een beetje geluk zitten we nu en kunnen we in alle rust onze grote daad verrichten. Wel in het donker, met een beetje "geluk", wanneer het besparingssysteem voor het licht is ingesteld op 30 seconden, de aan/uitknop zich buiten handbereik bevindt en de bewegingssensor niet reageert … Is de boodschap eenmaal gedaan dan is het ergste leed wel geleden. Wc-papier is er vaak niet, maar daarvoor heb je natuurlijk zelf gezorgd, want je bent door schade en schande wijs geworden (altijd EERST controleren of er wel papier is). De Italiaan gebruikt geen papier, want hij gebruikt immers het bidet, dat gekke kleine badje, waarin Nederlanders alleen hun voeten wassen. Jammer dat er in openbare toiletten vrijwel nooit een bidet is. De rest laat ik weer graag aan de fantasie over.

Doorspoelen vergt soms nog wat fantasie (drukknoppen op de stortbak zijn onklaar, maar vervangen door knoppen aan de muur, of een soort voetpedaal), en het kan zijn dat het automatische schoonmaaksysteem de bril al onder je in gang zet terwijl je nog bezig met, maar a la, een kniesoor die zich daar aan stoort.

Handen wassen, zoals je je lieve moeder altijd keurig hebt beloofd, lukt niet altijd. Zeep is er zelden, water meestal wel. De kraan kan vaak, heel hygiënisch, met voetpedalen bediend worden, maar er is dan weer geen papier om je handen af te drogen. Of misschien wel, want het kan zijn dat je je handen bij de verkeerde wasbak hebt gewassen. Merkwaardig genoeg hebben Italiaanse openbare toiletten vaak twee ruimtes met een wastafel en kom je er achter dat de tweede wel voorzien is van zeep en papier of blower. Ook zie je dan soms opeens dat de tweede deur, van het halletje waar zich de wastafel bevindt, wel op slot kan …

De stoelgang is in Italië een eenzaam en angstig avontuur!

maandag 8 april 2013

Il Medico di Famiglia



Ste-pha-nouus Alo-isiouuuus ... ma che nome strano!”, zei dokter Dezza tegen mij, terwijl hij naar het beeldscherm van zijn pc keek, waarop hij zojuist mijn voornamen met veel moeite had ingetypt. Wat een vreemde namen heb je! Vooral dat Aloysius kon hij maar niet thuisbrengen, met welke Italiaanse naam correspondeerde dat? “Luigi” zei ik. “Ah, Lu-iiigi”, zei Dezza. Maar echt overtuigd leek hij nog niet. Naar een verklaring van mijn achternaam “Smoeoeoelders” vroeg hij maar niet.

Alles aan Dezza straalde scherpzinnigheid uit: zijn helder twinkelende ogen, zijn fijngesneden lippen, zelfs zijn bril met het dun metalen montuur. Hij wilde graag alles begrijpen, bijna net zo graag als hij wilde uitleggen, wilde doceren. Ongevraagd gaf hij je een klein college over de werking van een medicijn waarvan je een recept kreeg, over de voor- en nadelen ervan, of over het functioneren van het menselijk lichaam. En telkens die ironische blik. Als huisarts kwamen natuurlijk dagelijks alle kwaaltjes langs die het gevolg waren van menselijke zwakheden, vergeeflijke zwakheden, maar zwakheden niettemin. Hij kende de mens na jaren van praktijkdienst door en door. Het vlees is zwak, de geest gewillig. In deze omgeving waren het natuurlijk vooral de wijn en de pasta die de mensen in verleiding brachten.

De eerste keer dat ik Dezza, de aan ons door de ASL, de AZIENDA SANITARIA LOCALE, het Italiaanse ziekenfonds, toegewezen huisarts wilde bezoeken, ving ik bot. Ik ging naar het gemeentehuis om weer in de wachtkamer plaats te nemen, maar deze keer dus echt voor een medisch bezoek en niet voor de administratie. Dezza hield hier twee keer per week consult, maar een briefje gaf te kennen dat hij er de komende weken niet zou zijn. In Santa Maria della Versa hield hij ieder dag een bezoekuur, wist ik en dus besloot ik dat het handiger was om het daar te gaan proberen. Dat bleek een verstandige keus, want alleen in Santa Maria had hij de beschikking over pc met printer, nodig om de verwijsbriefjes en recepten te kunnen uitprinten. Bovendien kon hij mij alleen hier inschrijven, via de pc.

Om een medico di famiglia en di fiducia te kunnen krijgen, moet je wel eerst ingeschreven staan bij de ASL en de beschikking hebben over een tessera sanitaria. En daarvoor heb je dan weer de residenza en de onvermijdelijke codice fiscale nodig. Gelukkig hadden we die eerste stappen op het gladde bureaucratische ijs al gezet en waren we niet in een wak beland. Als inwoner van Montecalvo Versiggia had ik recht op een medico en mocht ik er zelf een kiezen uit de vier die deze gemeente bedienden. De arts zelf moest er ook nog wel mee akkoord gaan en beide partijen konden verdere diensten weigeren als er sprake was van la turbativa del rapporto di fiducia, dat wil zeggen, als de vertrouwensband ernstig verstoord was. Want het hebben van fiducia is van het grootste belang in Italië, van groter belang nog dan het hebben van de vereiste diploma’s en papieren. Daarmee kon immers geknoeid worden (en dat kwam ook veelvuldig voor), maar met la fiducia niet! Ik koos op goed geluk voor Dezza, want referenties had ik verder toch niet.

Bij mijn eerste bezoek aan Dezza had ik een heel dossier bij me, dat ik van mijn Nederlandse huisarts had meegekregen, ter overname door de nieuwe huisarts. Maar ja, dat dossier was in het Nederlands … Dezza liet zich echter niet afschrikken en bladerde uiterst geïnteresseerd door de papieren, bril op het voorhoofd, neus bijna tegen het papier. Allerlei medische termen kon hij vanwege het Latijn wel thuisbrengen. Hij mompelde en gniffelde wat, ach ja, de mens en zijn zwakheden. Even kijken, rugproblemen, hernia, diclophenac … “Ja,” klaagde ik, “die rugproblemen worden wel steeds erger, 25 jaar geleden hielp een keer in de week zwemmen nog wel, maar nu gek genoeg niet meer. Hoe kan dat?” Dezza’s ogen twinkelden en hij glimlachte, “Het verschil met 25 jaar geleden is dat u toen 25 jaar jonger was.” Maar we konden evengoed wel een foto laten maken natuurlijk … Ook zou hij me naar een fysiotherapeut kunnen sturen, om wat oefeningen aan te leren, maar ik moest niet denken (zoals iedereen dat kennelijk wel deed, was zijn ervaring), dat je er na tien lessen dus mee klaar was! Je moest dan wel thuis blijven oefenen. Ik knikte met serieuze blik, maar zag dat Dezza er geen fiducia in had.

Voor mijn rug kwam ik nog regelmatig bij hem terug en ook de verwijzing naar de fysiotherapeut sleepte ik binnen. Telkens als ik hem weer bezocht en hij eerst mijn dossier op de pc tevoorschijn had gehaald (“A-lo-ie-siuuuuus”, Dezza schudde zijn hoofd) en over mijn rug begon, lachte hij en zei: “La vostra schiena ormai è un mito!”, uw rug is hier inmiddels zo beroemd als een mythe. Glimlach. Twinkelogen.

Had ik een goede keus gemaakt met mij medico di famiglia? Voorlopig zag ik geen reden om de vertrouwensband met mijn medico op te zeggen. Het zat wel snor met die Dezza.