Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen

Lees hier over de doldwaze belevenissen van de twee Nederlandse eigenaren van een Vakantiehuis Bed & Breakfast in Italie, Villa I Due Padroni.

Hilarische verhalen over het echte authentieke Italiaanse leven, over eten, kooklessen, Berlusconi en andere ongemakken in de mooie maar onbekende Oltrepo Pavese, het Toscane van Noord Italie: een luilekkerland voor wandelaars, wielrenners, luiaards en lekkerbekken.

Onze verhalen zijn verschenen als boek onder de titel Italiaanse Toestanden. Verkrijgbaar als paperback en als ebook.

Er is nu ook een tweede deel, Méér Italiaanse Toestanden!

En een derde deel! Nog Meer Italiaanse Toestanden!

Zie de presentatiepagina voor leesfragmenten en bestelinfo.



italie verhalen emigratie ik vertrek--italie verhalen emigratie ik vertrek

zaterdag 30 maart 2013

I Pedra



 “Het was een miserabel jaar voor Garlasco”, zei de voorzitter van de Lion’s Club van de gelijknamige plaats in het Teatro Martinetti bij de opening van het traditionele Feest van de Goede Wensen, het Festa degli Auguri. Na de moord op de mooie Chiara Poggi afgelopen augustus, met de daaropvolgende invasie van landelijke pers en TV, en nu weer de dubbele (zelf?)moord van een oudere man en jonge vrouw, mocht er wel een vreugdevoller jaar volgen. Die avond maakte men daar alvast een begin mee, met het debuut van het gospelkoor waarvoor Nico zich in Pavia had aangemeld en een folkloristische muziekgroep genaamd I Pedra. Alle 250 stoelen van het theater waren bezet. 

Het Martinetti was een leuk theater, zoals zoveel kleine Italiaanse theaters gemodelleerd naar de Scala van Milaan, maar dan op Madurodamformaat. Samen met de doedelzakspelers van de folkloristische groep I Pedra  was het gospelkoor de ster op die serata benefica a favore dei disabili mentali, de avond ten behoeve van de geestelijk minder bedeelden. Men zong en speelde met zijn allen dus voor het goede doel. Hiervoor werd aan de ingang geld ingezameld, het bedrag dat men wilde geven werd aan de eigen discretie overgelaten, a offerta.

In Italië is het niet ongewoon dat een theatervoorstelling te laat begint, een kwartier, een half uur, drie kwartier, niemand kijkt ervan op. Dat biedt je wel de gelegenheid om het langzaam binnendruppelende publiek (ook te laat) te bekijken. Veel grijze hoofden en veel, heel veel dames in bontjas. Echt bont. Daarmee wordt in Italië nog ongegeneerd gepronkt en er staan geen dierenactivisten met spuitbussen klaar om dat bont eens flink met verf te besmeuren. Iedereen is op-en-top netjes gekleed. Fare bella figura, het typisch Italiaanse adagium dat je buitenshuis altijd goed voor de dag moet komen, was hier in volle glorie te bewonderen. Hier geen versleten spijkerbroeken, slobbertruien of afgetrapte schoenen, maar alles van de beste Italiaanse snit. De toeschouwers stonden in groepjes bij elkaar te babbelen, zonder enige tekenen van ongeduld over het vertraagde begin. Men liep wat heen en weer, en soms zelfs weer de zaal uit. Zou het überhaupt nog wel doorgaan, was er iets ernstigs gebeurd, waardoor de voorstelling niet plaats kon vinden? Niets van dit alles.

Uiteindelijk begon de voorstelling gewoon toch. Op het toneel verscheen de groep folkloristisch uitgedoste Garlascianen, bekend onder de naam I Pedra, en een spreker nam het woord. Een echte sprekert was het, Toon Hermans indachtig, want hij nam er de tijd voor. Goed te verstaan was het gemompel niet, maar dat deed er ook niet echt toe. De volle aandacht werd getrokken door I Pedra, hun  uitdossing, maar vooral ook de bijbehorende gelaatsuitdrukkingen. Deed het beeld al denken aan de Josti-band, toen ze gingen spelen bleek de gelijkenis nog treffender. Zelden heb ik “Stille Nacht, Heilige Nacht” zo hard en verscheurend gehoord. Van het slaapliedje voor het kindeke Jezus van Brahms zou elke baby terstond ADHD-er worden. En de bijzondere intonatie die bij het spelen van “Adeste fidelis” werd gebezigd deed het glazuur van de tanden springen. In de loge naast mij rolde iemand van zijn pluchen stoel van het lachen.

Gelukkig bleef het repertoire dat ten gehore werd gebracht beperkt tot 5 nummers. Dat nam al met al toch nog wel een klein uurtje in beslag, want de spreker had na elk nummer weer iets te vertellen. Maar het toneelbeeld bleef toch de meeste aandacht trekken. In het midden van het toneel was de man met de triangel opgesteld en zijn gelaatsuitdrukking varieerde van onverstoorbaar tot nog onverstoorbaarder. Aan de zijkant stonden vader en zoon te blokfluiten, allebei kort en gedrongen, met bolle wangen van het blazen. En dan met die Paddington-hoed diep over het voorhoofd getrokken ... nee, sommige beelden vergeet je niet snel meer. Als ik aan Garlasco denk, dan denk ik aan I Pedra.

Het optreden van het gospelkoor was daarna een verademing voor de wat gevoeliger ziel en oren. Men begon voorzichtig met het rustiger werk, ingezet door een soliste. Gaandeweg kwam de swing er steeds meer in, en kwam ook de zaal, geheel platgeslagen door de folklore, weer tot leven. De dirigent van het koor droeg daar door zijn enthousiasme duidelijk aan bij en hij wist de zaal zelfs tot het meezingen van "Kum ba ya my Lord" te bewegen. Uit het koor traden enkele solisten naar voren, met wat Engelse klassiekers en ook Nico die “O dennenboom” ten gehore bracht, als onderdeel van een medley in verschillende talen. Het optreden werd zo goed ontvangen, dat de zaal het koor tot enkele toegiften dwong, en we allen tegen twaalven geheel opgevrolijkt en enthousiast aan de aperitivo en prosecco konden.

vrijdag 29 maart 2013

Il Fannulone



Saar liet een kort blafje horen, ik schrok wakker en dacht nee hè, begint ze nu ‘s nachts ook al op elk geluid te reageren? Ik was net weer ingeslapen (dacht ik), nadat ik eerder de klok in de woonkamer van ons appartement vier uur had horen slaan. Wel vreemd dat ik al een bus voorbij had horen gaan. Maar ik had de wekker gezet op 7:45 dus er kon niets misgaan. Een halfuurtje later, nog steeds wakker, dacht ik "Ach, laat ik toch eens op de wekker kijken". Onder de deken even het lichtje aan, om Nico niet te vroeg te wekken, en wat zie ik: KWART OVER ACHT! Over een uurtje moeten we bij de notaris zijn! Hoe kan het nu opeens al over achten zijn en waarom is die wekker niet  afgegaan? 

Ik stoot Nico wakker en spring uit bed, doe snel een kattenwasje,  en schrok een bord cornflakes naar binnen. Nico laat Saar nog even snel uit, die goeie Saar die ons natuurlijk met haar blafje had willen waarschuwen dat het tijd was om op te staan! Intussen vul  ik de cheque voor meneer Colombo in, de cheque met het resterende bedrag van de koopsom van het huis in Montecalvo. Een megabedrag NON TRASFERIBILE. Volgens Nicola konden we gewoon dezelfde soort cheque als bij de compromesso gebruiken, daar had ik hem in december nog over gebeld, maar nee natuurlijk waren er geen problemi. Zei hij.

Bij het aankleden check ik alsnog de wekker: hoe kan het dat hij niet is afgegaan, er staat toch 7:45 als alarmtijd, kijk maar: 7: 45 ... PM. PM? Dat moest dus AM zijn. Die rottige Angelsaksische systemen ook. Maar ja, nog is er niets verloren als we nu snel op pad gaan. Hoe gaan we? Te voet duurt te lang. Op de fiets is te riskant, want het blijkt spekglad: de gesmolten sneeuw is vannacht aangevroren. Dan toch maar met de auto. Saar, onze redder in nood, bleef thuis, in afwachting van de terugkeer van haar baasjes, als trotse eigenaren van een huis in Italië.

We komen tegelijk met het echtpaar Colombo bij het notariskantoor en we zwaaien elkaar al op afstand toe. Het kantoor ligt aan een binnenhofje van een van de oude appartementsgebouwen in het centrum van Pavia, in een smalle zijstraat van de Strada Nuova. Binnen wachten we nog even tot het echt 9:15 is en dan worden we geroepen door een zeer breekbaar oud dametje, dat ons nauwelijks aankijkt, voorovergebogen als ze is door het vele studeren op de aktes. Makelaar Olita is er niet, ondanks eerdere toezeggingen dat hij als “vriend” van de verkopers aanwezig zou zijn. Als makelaar kon niet, want dan zou duidelijk zijn dat we provisie betaald hadden en was er belasting verschuldigd. Later bleek echter dat hij aan Colombo had beloofd dat hij in de buurt en bereikbaar zou zijn, ja, zelfs in de bar direct tegenover het notariskantoor.

Zonder veel poespas begint onze notaris de geprepareerde akte voor te dragen, nomi, cognomi, codici fiscali (altijd weer die codice fiscale!). Bij ons wordt speciaal vermeld dat we de Italiaanse taal machtig zijn. Ze kijkt ons met  vragende (sceptische?) ogen boven haar leesbril aan. Wij zwijgen, maar knikken plechtig dat ons Italiaans vloeit als nooit tevoren.  Ik zwaai met mijn hand naar mevrouw Colombo van "nou ja, het is zo zo" en zij lacht. Ik zie meneer Colombo ondertussen al naar mijn chequeboekje loeren, dat zichtbaar in mijn plastic mapje zit. Zit hij te likkebaarden? 

De notaris neemt de tijd. Niet alles begrijpen we. Er volgen nog wat correcties. Frazione Spegna? Nee, Spagna. Spegna betekent: doe het licht maar uit! En we willen net beginnen! Dat moet anders. We komen bij de hypotheek van de Colombo: is die afbetaald. Jazeker. Maar het originele bewijs van de bank zit er niet bij. Dat heeft Nicola. Die er niet is. Ook niet in de buurt. Nergens te bekennen en onbereikbaar. En hij heeft het ook niet in het dossier voor de notaris gestopt. Lopen we vast? Maar nee, gelukkig hebben wij alles bij ons en hebben we zelfs een kopie van het bankbewijs en dat blijkt voldoende. We gaan verder, ik verlies de draad. Aha, de betalingen! Colombo kijkt weer schuins naar mijn cheque. "Jaja, hij komt eraan, maak je niet zenuwachtig",  denk ik nog. Maar dan komt de aap uit de mouw: Colombo wil een gegarandeerde cheque, niet zomaar één. Dat kan ik me voorstellen, daar had ik ook aan gedacht, een maand geleden en daarom had ik toen Nicola gebeld: "Moet die cheque niet gegarandeerd zijn?" "No no, non ci sono problemi".

En op dat moment, toen Colombo dus over een gegarandeerde cheque begon, verschenen er vreemd genoeg allerlei martelmethoden en manieren van ter-dood-brenging (langzaam vooral héél langzaam) voor mijn geestesoog. Lijdend voorwerp van de lijfstraffen was natuurlijk niet Colombo, want die heeft gewoon gelijk, maar Nicola. Hij was er niet, die fannulone, grote nietsnut,  en nu weten we waarom: al zijn stommiteiten kwamen nu boven tafel en daar wilde hij liever geen getuige van zijn.

Gelukkig bleek de notaris meegaand en mocht ik even naar het op loopafstand gelegen postkantoor om onze cheque te laten garanderen. De anderen gingen even een kopje koffie nuttigen in de bar om de hoek, waar Nicola, onze familievriend, natuurlijk niet was. Daar wisselden Nico en de familie Colombo hun ervaringen met Nicola uit. Ook zij waren zeer ontevreden over hem. "Ha fatto niente!", kreeg Nico keer op keer te horen: ook zij hebben ook vrijwel alles zelf moeten doen. Zelfs beloften over teruggave van door hen gemaakte kosten kwam hij niet na. Colombo had wel de volle 3% makelaarsprovisie betaald en daarnaast had Nicola hen ook nog eens een kerstcadeau afgetroggeld: een fles champagne! Toen ze hoorden dat wij “maar” 2% provisie hadden betaald, werden de Colombo’s pas echt boos.

Bij het postkantoor was het weer pensioenbetaaltijd, maar kwam ik toch snel aan de beurt en deze keer was het geld niet op. Ik zag  dezelfde beambte als de laatste keer dat ik hier was en die me toen niet kon helpen. Als dat maar goed gaat, dacht ik paniekerig! Even een check van twee ton laten garanderen …  Het viel mee, ze vroeg een paar details  aan haar collega en warempel, na wat invulwerk, een controle  van onze bankrekening en een printopdracht had  ik een gegarandeerde cheque in handen! Wat een efficiëntie (leve de Bancoposta!). Snel loop ik terug naar het notariskantoor, waar we de akte tekenen.

Thuis, terwijl net aan het toasten waren, belde Nicola. Geestelijk had  ik me al geprepareerd en kon hem in het Italiaans zijn vet geven. Ik had tenslotte niet voor niets onder notariële ede verklaard dat mijn Italiaans vloeiend was.  

donderdag 28 maart 2013

Le vertigini



We maakten een ritje door de heuvels van de Oltrepò, nadat we ervan hadden vergewist dat “ons” huis er nog stond en niet was weggespoeld door de regen van de laatste dagen. Maar nee, het huis stond nog stevig op haar plek, bijna boven aan de heuvel, midden tussen het hoge onkruid en nog steeds niet in de gewenste kleur geschilderd. Werk aan de winkel, Nicola! Anders komen er problemi.

 We gingen de omgeving maar eens verder bekijken en reden zuidwaarts, de heuvels in. De wegen werden bochtiger en smaller, we gingen geleidelijk aan steeds verder omhoog, bocht na bocht. Mijn ingewanden begonnen te protesteren. Had ik soms iets verkeerds gegeten vanochtend? De uit Nederland meegenomen ontbijtkoek! Die was over de datum natuurlijk. Of kon dat soms niet bederven? Dat dat mij moest overkomen, ik die toch al een lichte vergiftigings- en braakfobie heb, en alles wat ik mijn mond steek eerst controleer op schimmels en bewegend ongedierte. Uitgerekend nu! Of was het de sterke Italiaanse espresso die we in het appartement maakten, met de mocca, het kleine percolatortje voor op het gas? Ik voelde me draaierig en duizelig worden, de eerste misselijkheid kwam op. Tegelijkertijd kreeg ik een visioen.

Ik stond op de trap van de “hoge” in het zwembad. Krampachtig probeerde ik me vast te klampen aan de gladde koude stalen stangen. Ik was bang dat mijn voeten van de gladde traptreden zouden glijden, waardoor ik eerst mijn kuiten zou breken om daarna achterover te slaan en met mijn hoofd vooruit, te pletter zou slaan op de tegels. Ik had geen houvast aan de reling, de trap was veel steiler dan ik me had voorgesteld en ik begon te trillen. Maar er was geen terugweg, ik moest omhoog. Eenmaal boven haalde ik opgelucht adem, ik stond nu veilig op een brede vlakke springplank, tussen twee veilige stalen hekken. Dit deed ik dus nooit meer! Maar nu moest ik nog naar voren lopen, tot voorbij de hekken, tot aan de wiebelende rand en dan springen. Ik keek naar beneden en zag dat het vanaf hierboven veel hoger was, dan het vanaf beneden leek. Waarom was ik hieraan begonnen? Achter mij werden stoerdere jongens ongeduldig. Ik moest springen, dus ik deed mijn ogen dicht, hield mijn adem in en … sprong.

We moesten even stoppen, langs de kant van de weg, zodat ik even wat frisse lucht zou kunnen inademen en mijn maag tot rust zou kunnen komen. Ja, waar begonnen we eigenlijk aan? Verhuizen naar een totaal andere omgeving, andere mensen andere gebruiken een andere taal, die je nog maar amper sprak en verstond. Weg je veilige omgeving in Nederland, weg het veilige nest waar je bijna 20 jaar had gewoond en je je thuis en geborgen voelde. Dicht bij vrienden en familie, waar je steun kon vinden in moeilijke tijden en plezier mee kon maken in vrolijke tijden. Lieten we dat echt allemaal achter? En waarvoor? De paniek schoot door mijn lijf. Wat kon er allemaal niet misgaan? Konden we dan nog terug? Maar ja, we hadden nu eenmaal de eerste stappen gezet en er was maar een mogelijkheid: ogen dicht en vooruit. Maar echt durven …?

Eenmaal terug in het appartement kalmeerden mijn maag en geest zich weer. We gingen een prachtig vakantieverblijf realiseren, in een prachtige omgeving met een fantastisch klimaat, waar veel leuke gasten zich thuis zouden gaan voelen, net zo thuis als wijzelf. Niet twijfelen en zeuren, ogen dicht en springen!

woensdag 27 maart 2013

I Pattini d'Argento



Bart, Klaas, Piet, Hans, Jan, ... een reeks echt Hollandse jongensnamen passeerde de revue. Wát een korte namen, monosillabi! riep het gezelschap aan tafel verbaasd. Van dat gezelschap (allemaal dames) had ik de helft gedurende mijn verblijf van vier maanden aan de universiteit van Pavia nog nooit gezien en de rest maar een keer of drie. We zaten aan de Nieuwjaarslunch van de onderzoeksgroep bij, alweer, de Osteria ai Carceri, hoewel mijn grote vriend Giorgio me nog zo verboden had om hier te gaan eten … Als buongustaio, lekkerbek, kende hij alle goede eetgelegenheden van Pavia en omstreken en de Carceri hoorde daar beslist niet bij. Mijn eerdere ervaringen samen met professoressa Chiara en La Nagel waren in overeenstemming met Giorgio’s oordeel, maar ja, de onderzoeksgroep dacht kennelijk dat dit het enige restaurant in Pavia was, of had er een leuke deal mee gesloten, of ik weet niet wat.

Ik zat aan het hoofd van de tafel en er ontging me een hoop van wat er gezegd werd. Het belangrijkste onderwerp van gesprek was de aanstaande dochter, Lucia, van Gabriela, een promovenda aan de faculteit. Via Lucia kwamen we op leuke namen voor kinderen en op Hollandse namen, korte namen dus, tot verbazing van de aanwezigen.

Opeens vroeg een van de medewerksters mij geheel on-Italiaans recht op de man af wat ik eigenlijk van de faculteit vond. Ze trok er een meewarig gezicht bij. “Eh …”, ik moest even naar adem happen en snel een nietszeggende uitweg zien te formuleren. “Buono buono,” was alles wat ik haperend wist uit te brengen. “Potresti essere sincero, però” was de nog minder Italiaanse reactie van de medewerkster, die nu een ronduit vies gezicht trok, “Je zou tenminste eerlijk kunnen zijn.” Het zweet brak me uit maar ik werd gered door de serveerster die de bestellingen op kwam nemen, waarna het gesprek gelukkig een andere wending nam. Pfoeh!

Niet veel later lag voor mij op mijn witte bord een grauwwitte vis. Deze keer had ik geen raad aangenomen van een van de Carceri-deskundigen, maar zelf gekozen. Orata, goudbrasem, voor een habbekrats te koop bij elke supermarkt en altijd lekker, ook als je er niets bijzonders mee deed: peper en zout was al genoeg. Een veilige keus dus! Maar ik had buiten de kookkunsten van de kerkerkok gerekend, want ongelooflijk maar waar: de orata smaakte nergens naar en was daarmee in niets te onderscheiden van de witte risotto van de vorige keer. Ik ad met denti lunghi hoopte en bad dat ze mij niet zouden vragen of het lekker was (buono buono).

En toen, ik weet niet meer hoe, ging het opeens over een Nederlands kinderverhaal,"De zilveren schaatsen", over een meisje en jongetje, broer en zus, die op houten schaatsjes (armoe troef) meedoen aan een wedstrijd en o wonder de hoofdprijs, zilveren schaatsen winnen. Hét verhaal over Nederland, volgens het gezelschap. We kenden het niet, en zeiden op goed geluk dat het in Nederland geen bekend verhaal is en dus ook niet waar gebeurd kan zijn. Wát? Van deze mededelingen viel het hele gezelschap achterover, even verbaasd en teleurgesteld als een kind aan wie je vertelt dat Sinterklaas niet bestaat. Hun was een illusie ontnomen. Iedereen in Italië kende het, was ermee opgegroeid en wist zeker dat het waar was. Nederland was het verhaal van I Pattini d’Argento!

Later kwamen we erachter dat het verhaal van de zilveren schaatsen hetzelfde verhaal is als dat van Hansje Brinker! Dat wil zeggen, in het eigenlijke verhaal, in de 19e eeuw geschreven door de Amerikaanse  Mary Mapes Dodge, is Hans Brinker niet het jongetje dat een vinger in de dijk stopt maar is hij de broer van Grietje (ja, Hans en Grietje, hoe verzin je het), met wie hij dus de zilveren schaatsen wint. Wel wordt het verhaal van de vinger in de dijk in het boek verteld, als de heldendaad van een andere jongen, van wie de naam niet genoemd wordt. Dit kleine onderdeel is later losgezongen van het eigenlijke boek en de jongen heeft later de naam van de hoofdpersoon gekregen. Toch nog wat geleerd aan de universiteit!