Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen

Lees hier over de doldwaze belevenissen van de twee Nederlandse eigenaren van een Vakantiehuis Bed & Breakfast in Italie, Villa I Due Padroni.

Hilarische verhalen over het echte authentieke Italiaanse leven, over eten, kooklessen, Berlusconi en andere ongemakken in de mooie maar onbekende Oltrepo Pavese, het Toscane van Noord Italie: een luilekkerland voor wandelaars, wielrenners, luiaards en lekkerbekken.

Onze verhalen zijn verschenen als boek onder de titel Italiaanse Toestanden. Verkrijgbaar als paperback en als ebook.

Er is nu ook een tweede deel, Méér Italiaanse Toestanden!

En een derde deel! Nog Meer Italiaanse Toestanden!

Zie de presentatiepagina voor leesfragmenten en bestelinfo.



italie verhalen emigratie ik vertrek--italie verhalen emigratie ik vertrek

vrijdag 12 april 2013

Di fiducia



L’ingegnere Cassani” zei Franco, zonder een moment te aarzelen. We hadden hem gevraagd of hij ons, als geometra van de gemeente Pavia, een architect of bouwkundig ingenieur di fiducia zou kunnen adviseren. Zijn antwoord was resoluut en daarmee voldoende overtuigend. Dat moest hem dan maar worden. We wilden de aanpassingen die aan ons pasgekochte huis verricht zouden moeten worden graag laten ontwerpen door een ter zake kundige, want zelf zijn we op dit gebied dilettanti, dat wil zeggen: we weten van toeten nog blazen als het op verbouwingen aankomt. Dezelfde architect of bouwkundige kon dan mooi meteen ook de uitvoering en kwaliteit van het eigenlijke verbouwingsproject bewaken en de aannemer aansturen. Dat soort werk delegeren we graag.

Maar hoe vind je zo iemand, willekeurig een naam prikken in de pagine gialle, de gouden gids? Dat leek ons niet de meest betrouwbare methode. Dus besloten we de Italiaanse aanpak te volgen: maak gebruik van je netwerk en zorg dat je iemand di fiducia vindt. Dit typisch Italiaanse systeem werkt als volgt: je vraagt aan iemand die je vertrouwt of hij een betrouwbare persoon kent. Kent hij zo iemand dan zit je goed, want een Italiaan sterft liever duizend doden, dan dat hij jouw vertrouwen beschaamt. Kent hij niet zelf iemand, dan vraagt hij rond in zijn eigen vertrouwensnetwerk en als daar een naam uit voortkomt, zit je ook veilig, want binnen dat netwerk geldt dezelfde code van vertrouwen dat niet beschaamd mag worden. Alles in Italië gaat op deze manier van di fiducia: je hebt een arts di fiducia, een loodgieter di fiducia een garage di fiducia enzovoort enzovoort. Eigenlijk komt het erop neer dat de Italiaan geen mens vertrouwt, tenzij deze di fiducia is. De wereld is een jungle vol met oplichters en flessentrekkers. Of op zijn minst is Italie dat.

Gelukkig hadden wij Franco die ons vertrouwen zeker niet zou willen beschamen en die vanuit zijn werk een goede kandidaat zou kunnen aanbevelen. Cassani dus. We maakten een kennismakingsafspraak en gingen op pad naar zijn kantoor in het centrum van Pavia. Onze ingenieur bleek een modieus geklede heer met een gouden brilletje, een golvende haardos en een gesoigneerde baard. Zijn krachtige stem straalde veel daadkracht uit. Als assistent was er een zwijgende, wat nurks kijkende,kalende man met grijs baardje aanwezig bij het gesprek.  Hij zat op een stoel schuin achter Cassani, die zelf breeduit achter zijn kolossale bureau troonde, en mompelde slechts heel af en toe iets onverstaanbaars. Wij legden zo goed en zo kwaad in ons krukkige Italiaans uit wat we wilden: wat beperkte aanpassingen van het huis (extra ramen), een terras, een inwendige trap naar de kelder. En een beoordeling van het dak, want we hadden gezien dat er de nodige pannen ontbraken.Op sommige plekken keek je er dwars doorheen. De constructie was goed, had onze geometra Buttini tijdens de perizia vastgesteld, maar we wilden graag dat die ook goed zou blijven.

We besloten dat het dak de eerste prioriteit was, gezien het winterseizoen met zijn vele regen en harde wind. Cassani wist direct een dakdekker di fiducia te adviseren, die hem bovendien nog een dienst verschuldigd was en dus wel bereid zou zijn om op korte termijn aan de slag te gaan. Cassani belde hem meteen en prikte een datum voor een soppraluogo, een bezoek ter plaatse om de situatie te beoordelen. Dan kon hij zelf meteen ook rondkijken en zien wat er van hem verwacht werd. Wilde de assistent ook mee? Ja, die ging mee, al keek hij er zorgelijk bij. Of deze assistent di fiducia was, zou nog moeten blijken.

dinsdag 9 april 2013

Il Water



Ook in Italië moet je wel eens in een openbare gelegenheid (bar, restaurant, theater, universiteit, kantoor) naar het toilet. Dat kan voor de beginnende toiletbezoeker nog een heel avontuur zijn, terwijl ook de gevorderde wc-ganger nog regelmatig op figuurlijke maar ook letterlijke hindernissen stuit.

Om te beginnen moet je het toilet zien te vinden. Als de segnalazione, de richtingsaanduiding, te wensen over laat, en dat gebeurt vaak, sta je voor het probleem hoe je personeel of andere aanwezigen decent om de kortste weg naar de kleine kamer vraagt. “Kunt u mij vertellen waar het toilet is?”, hoe zeg je dat in het Italiaans zonder een flater te slaan? Met het begrip WC kom je hier nergens, als je al zou weten hoe je dit in het Italiaans zou moeten uitspreken (“doppio vi tsji”). Met de (nood)kreet “toilette” heb je al gauw meer succes, al komt het uitstoten van zo’n enkel woord niet echt beleefd over. In het Italiaans noemt men het toilet “il bagno”, waarmee Nederlanders in Italië vaak abusievelijk de badkamer proberen aan te duiden. Doordat Italië het land bij uitstek van de gebarentaal is, volstaat wat handenwringen (“where can I wash my hands, please”) meestal ook.

Eenmaal bij het toilet aangekomen, sta je meestal voor een existentiële keus: man of vrouw. Gesteld dat je daarover geen twijfels (meer) hebt (je kunt desnoods voor de zekerheid in je paspoort kijken), dan nog kan er een probleem opduiken: er is geen duidelijk plaatje van een mannetje en/of vrouwtje op de respectievelijke deuren te vinden, alleen tekst: “Signore, Signori”. Meestal slaat de paniek dan alsnog toe. Wat is “Dames” en wat is “Heren”? Beide lijkt eigenlijk mannelijk, toch? Nu kun je quasi nonchalant wachten tot jeiemand achter een van beide deuren ziet verdwijnen of je iemand uit het toilet tevoorschijn ziet komen en op basis daarvan deduceren wat wat is, maar wat als de nood hoog is en het toiletverkeer “dun”? Je moet daarom weten (onthouden!) dat het vrouwelijk meervoud van de meeste Italiaanse zelfstandige naamwoorden op een “e” eindigt en dat van mannelijke meestal op een “i”. Uitzonderingen komen voor, maar niet op het toilet. Daar gelden strikte grenzen. Zelfs in Italië.

Gelukkig, de broek kan zakken! Maar ho ho, nee, zo snel gaat het meestal nog niet. De praktijk wijst uit dat je, eenmaal veilig achter de toiletdeur, van alles aan kunt treffen. Ten eerste is het nog maar de vraag hoe veilig het eigenlijk is. Kan de deur van het toilet überhaupt op slot? Vaak niet met het originele slot, als je geluk hebt hooguit met een knutselslot (haakje, touwtje), maar even zo vaak helemaal niet. Er is geen sleutel, het hele hang- en sluitwerk is weg, er is nooit en slot geweest, … Alles komt voor. Zelfs op fonkelnieuwe toiletten in glanzende kantoorgebouwen kan het je gebeuren dat je opeens “met je kloten voor het blok” komt te zitten: een toiletdeur met een Lipsslot … zonder sleutel. Kan de deur niet dicht, maar is het toilet zo klein dat de toiletpot vlak bij de deur staat, dan is er nog “geen man overboord”. Al zittend, klem je de deur zelf dicht, met handen en/of voeten.

Zitten? Maar kan je wel zitten, is de volgende vraag. Hoewel de meeste toiletten in Italië tegenwoordig wel van het pot-model zijn, komt ook de bagno alla turca nog veel voor. Dat klinkt als een leuk muziekstuk, maar is het gevreesde “gat in de grond”, het hurktoilet. Kan de deur niet op slot en blijkt er zich achter het Turkse hurktoilet te bevinden, dan ben je verloren. Een reeks van scenario’s is nu mogelijk, het ene nog beschamender (direct) en hilarischer (achteraf) dan het andere. Welke precies laat ik graag aan de fantasie van de lezer of aspirant toiletganger over. Kan de deur wel op slot, dan blijven er nog genoeg hinderpalen over.

Het benutten van het Turkse onding vereist veel gehannes met broek, onderbroek, over- en onderhemd, gebalanceer om niet zelf in het gat te verdwijnen (zo lenig zijn we ook niet meer), en moeizame afstemming tussen het ene (producerende) en het andere (ontvangende). Kramp in de dijen, kuiten en pezen is het zekere gevolg, natte sokken, broek en of schoenen een waarschijnlijk resultaat van de moeizame verrichtingen.  Of, zoals het beschreven wordt in een gebruiksaanwijzing op internet:

Hurktoilet 
Leuk - maar langzaam verdwijnend - verschijnsel in mediterrane landen. Het gebruik van het “gabinetto alla turca” is zeer hygiënisch als men tenminste de kunst van het richten verstaat. Voor Nederlanders zonder ervaring op dit gebied eindigt het avontuur nogal eens met natte sokken. Tips: niet proberen de benen haaks te houden maar helemaal doorzakken; en het hoofd dient naar de deur gekeerd te zijn.

De laatste aanwijzing getuigt van de nodige humor, en zorgt voor de broodnodige ontspanning in deze benarde situatie. Mocht de deur onverwacht openvliegen, lach dan de lach der onschuldigen, want uw hoofd is naar de deur gekeerd. Het kan altijd nog erger (er is een model hurktoilet op een verhoging, type bordes, dat het ONmogelijk maakt om erboven te hurken zonder je broek helemaal uit te trekken. Als dan de deur openvliegt ...).

“Gelukkig, er is een WC-pot!” denk je, als het gevreesde gat niet tevoorschijn komt. Maar wat voor pot? Is er een wc-bril? Il water zoals de toiletpot op zijn “Italiaans” heet (afgeleid van water-closet) is meestal niet voorzien van een bril (een asse). Als er al een bril te bekennen is, staat deze meestal beteuterd in een hoekje (voor straf), zit achter slot en grendel tegen de muur (verboden aan te raken), is stuk (hap eruit), ligt los, of is te nat en te smerig om te gebruiken. Dat laatste vaak het gevolg van het feit dat de meeste brillen niet overeind gezet kunnen worden, ze vallen meteen weer op hun plek, want de stortbak zit in de weg. We moeten wel concluderen dat de Italiaan de bedoeling van de bril niet begrijpt: hij ziet de toiletpot als een merkwaardige variant van het hurktoilet, met een verhoging die niet bedoeld is om op te gaan zitten. "Wie heeft zoiets idioots bedacht?" hoor je hem denken.

Met een beetje geluk zitten we nu en kunnen we in alle rust onze grote daad verrichten. Wel in het donker, met een beetje "geluk", wanneer het besparingssysteem voor het licht is ingesteld op 30 seconden, de aan/uitknop zich buiten handbereik bevindt en de bewegingssensor niet reageert … Is de boodschap eenmaal gedaan dan is het ergste leed wel geleden. Wc-papier is er vaak niet, maar daarvoor heb je natuurlijk zelf gezorgd, want je bent door schade en schande wijs geworden (altijd EERST controleren of er wel papier is). De Italiaan gebruikt geen papier, want hij gebruikt immers het bidet, dat gekke kleine badje, waarin Nederlanders alleen hun voeten wassen. Jammer dat er in openbare toiletten vrijwel nooit een bidet is. De rest laat ik weer graag aan de fantasie over.

Doorspoelen vergt soms nog wat fantasie (drukknoppen op de stortbak zijn onklaar, maar vervangen door knoppen aan de muur, of een soort voetpedaal), en het kan zijn dat het automatische schoonmaaksysteem de bril al onder je in gang zet terwijl je nog bezig met, maar a la, een kniesoor die zich daar aan stoort.

Handen wassen, zoals je je lieve moeder altijd keurig hebt beloofd, lukt niet altijd. Zeep is er zelden, water meestal wel. De kraan kan vaak, heel hygiënisch, met voetpedalen bediend worden, maar er is dan weer geen papier om je handen af te drogen. Of misschien wel, want het kan zijn dat je je handen bij de verkeerde wasbak hebt gewassen. Merkwaardig genoeg hebben Italiaanse openbare toiletten vaak twee ruimtes met een wastafel en kom je er achter dat de tweede wel voorzien is van zeep en papier of blower. Ook zie je dan soms opeens dat de tweede deur, van het halletje waar zich de wastafel bevindt, wel op slot kan …

De stoelgang is in Italië een eenzaam en angstig avontuur!

maandag 8 april 2013

Il Medico di Famiglia



Ste-pha-nouus Alo-isiouuuus ... ma che nome strano!”, zei dokter Dezza tegen mij, terwijl hij naar het beeldscherm van zijn pc keek, waarop hij zojuist mijn voornamen met veel moeite had ingetypt. Wat een vreemde namen heb je! Vooral dat Aloysius kon hij maar niet thuisbrengen, met welke Italiaanse naam correspondeerde dat? “Luigi” zei ik. “Ah, Lu-iiigi”, zei Dezza. Maar echt overtuigd leek hij nog niet. Naar een verklaring van mijn achternaam “Smoeoeoelders” vroeg hij maar niet.

Alles aan Dezza straalde scherpzinnigheid uit: zijn helder twinkelende ogen, zijn fijngesneden lippen, zelfs zijn bril met het dun metalen montuur. Hij wilde graag alles begrijpen, bijna net zo graag als hij wilde uitleggen, wilde doceren. Ongevraagd gaf hij je een klein college over de werking van een medicijn waarvan je een recept kreeg, over de voor- en nadelen ervan, of over het functioneren van het menselijk lichaam. En telkens die ironische blik. Als huisarts kwamen natuurlijk dagelijks alle kwaaltjes langs die het gevolg waren van menselijke zwakheden, vergeeflijke zwakheden, maar zwakheden niettemin. Hij kende de mens na jaren van praktijkdienst door en door. Het vlees is zwak, de geest gewillig. In deze omgeving waren het natuurlijk vooral de wijn en de pasta die de mensen in verleiding brachten.

De eerste keer dat ik Dezza, de aan ons door de ASL, de AZIENDA SANITARIA LOCALE, het Italiaanse ziekenfonds, toegewezen huisarts wilde bezoeken, ving ik bot. Ik ging naar het gemeentehuis om weer in de wachtkamer plaats te nemen, maar deze keer dus echt voor een medisch bezoek en niet voor de administratie. Dezza hield hier twee keer per week consult, maar een briefje gaf te kennen dat hij er de komende weken niet zou zijn. In Santa Maria della Versa hield hij ieder dag een bezoekuur, wist ik en dus besloot ik dat het handiger was om het daar te gaan proberen. Dat bleek een verstandige keus, want alleen in Santa Maria had hij de beschikking over pc met printer, nodig om de verwijsbriefjes en recepten te kunnen uitprinten. Bovendien kon hij mij alleen hier inschrijven, via de pc.

Om een medico di famiglia en di fiducia te kunnen krijgen, moet je wel eerst ingeschreven staan bij de ASL en de beschikking hebben over een tessera sanitaria. En daarvoor heb je dan weer de residenza en de onvermijdelijke codice fiscale nodig. Gelukkig hadden we die eerste stappen op het gladde bureaucratische ijs al gezet en waren we niet in een wak beland. Als inwoner van Montecalvo Versiggia had ik recht op een medico en mocht ik er zelf een kiezen uit de vier die deze gemeente bedienden. De arts zelf moest er ook nog wel mee akkoord gaan en beide partijen konden verdere diensten weigeren als er sprake was van la turbativa del rapporto di fiducia, dat wil zeggen, als de vertrouwensband ernstig verstoord was. Want het hebben van fiducia is van het grootste belang in Italië, van groter belang nog dan het hebben van de vereiste diploma’s en papieren. Daarmee kon immers geknoeid worden (en dat kwam ook veelvuldig voor), maar met la fiducia niet! Ik koos op goed geluk voor Dezza, want referenties had ik verder toch niet.

Bij mijn eerste bezoek aan Dezza had ik een heel dossier bij me, dat ik van mijn Nederlandse huisarts had meegekregen, ter overname door de nieuwe huisarts. Maar ja, dat dossier was in het Nederlands … Dezza liet zich echter niet afschrikken en bladerde uiterst geïnteresseerd door de papieren, bril op het voorhoofd, neus bijna tegen het papier. Allerlei medische termen kon hij vanwege het Latijn wel thuisbrengen. Hij mompelde en gniffelde wat, ach ja, de mens en zijn zwakheden. Even kijken, rugproblemen, hernia, diclophenac … “Ja,” klaagde ik, “die rugproblemen worden wel steeds erger, 25 jaar geleden hielp een keer in de week zwemmen nog wel, maar nu gek genoeg niet meer. Hoe kan dat?” Dezza’s ogen twinkelden en hij glimlachte, “Het verschil met 25 jaar geleden is dat u toen 25 jaar jonger was.” Maar we konden evengoed wel een foto laten maken natuurlijk … Ook zou hij me naar een fysiotherapeut kunnen sturen, om wat oefeningen aan te leren, maar ik moest niet denken (zoals iedereen dat kennelijk wel deed, was zijn ervaring), dat je er na tien lessen dus mee klaar was! Je moest dan wel thuis blijven oefenen. Ik knikte met serieuze blik, maar zag dat Dezza er geen fiducia in had.

Voor mijn rug kwam ik nog regelmatig bij hem terug en ook de verwijzing naar de fysiotherapeut sleepte ik binnen. Telkens als ik hem weer bezocht en hij eerst mijn dossier op de pc tevoorschijn had gehaald (“A-lo-ie-siuuuuus”, Dezza schudde zijn hoofd) en over mijn rug begon, lachte hij en zei: “La vostra schiena ormai è un mito!”, uw rug is hier inmiddels zo beroemd als een mythe. Glimlach. Twinkelogen.

Had ik een goede keus gemaakt met mij medico di famiglia? Voorlopig zag ik geen reden om de vertrouwensband met mijn medico op te zeggen. Het zat wel snor met die Dezza.




dinsdag 2 april 2013

La residenza



"Si stanno divertendo un sacco", zei de vriendelijke ambtenares van de gemeente Montecalvo  tegen haar collega, "Ze hebben er veel plezier om". Om wat? Om de altijd aanwezige en noodzakelijke C.F., de codice fiscale, de Italiaanse versie van het burgerservicenummer.  De vorige keer had ze al tegen ons gezegd dat je desnoods zonder geld op pad kon gaan in Italië, maar nooit zonder C.F. de deur uit kon. Ze kende haar eigen code uit het hoofd, een prestatie want het is wel iets langer dan een pincode (een combinatie van een kleine 20 cijfers en letters). Toch was ze deze keer bijna vergeten ons de codes te vragen. Gek genoeg, want het formulier dat ze voor ons moest invullen was afschrikwekkend: een A3 vol met vakjes en in te vullen regels! "Daar zou toch zeker ook de C.F. bij horen?", vroeg ik maar eens schertsend toen ze zei dat ze voldoende gegevens had (paspoort, verklaring van de gemeente Pavia). "O ja, natuurlijk de C.F.!!!" lachte ze ten reactie, wetende hoe wij ons vermaakten met dit Italiaanse verschijnsel. 

De Codice Fiscale hadden we gelukkig al sinds de afgelopen zomer in bezit, want ook de universiteit wist dat je zonder dat nergens terecht zou kunnen en had voor alle Erasmus studenten (met eventuele aanhang) een voorrangsbehandeling bedongen bij het Agenzia delle Entrate, het belastingkantoor van Pavia. Eigenlijk zou het vrij eenvoudig moeten zijn om de code te verstrekken, want alle cijfers en nummers worden direct uit naam, geboortedatum en geboorteplaats van de persoon die het betreft afgeleid. Alle, behalve het laatste karakter, een letter, willekeurig gekozen uit het hele alfabet. Onze geometra Buttini had ons al eens uitgebreid uitgelegd hoe je de code (op het laatste karakter na) zelf kon bepalen, er waren zelfs internetsites die het voor je deden.

De code bestaat uit zestien karakters, waarvan de eerste drie bestaan uit de medeklinkers in de achternaam van de persoon (wat als deze minder dan drie medeklinkers heeft?), de volgende drie zijn de medeklinkers uit de voornaam of voornamen, de volgende twee cijfers zijn de laatste twee van het geboortejaar, dan volgt er een letter die overeenkomt met de geboortemaand, volgens het principe A=januari, B=februari enz. Dan volgen er weer twee cijfers, zijnde de geboortedag, dan volgt er een letter die de geboorteplaats codeert (buitenland=Z), dan drie cijfers die …. En tenslotte de willekeurige letter uit het alfabet. Een code die dus niet makkelijk te onthouden, maar wel vrij eenvoudig af te leiden is. Alleen de laatste letter moet je echt memoriseren.

Toch ging het nog mis in het kantoor van de Agenzia. Nadat we onze gegevens hadden ingeleverd, verdween het formulier in een koker via een interne postbuis naar een onduidelijk maar ongetwijfeld zeer geheime afdeling elders in deze onneembare belastingvesting. Na een tijdje wachten kwam er antwoord uit de krochten: een formulier met daarop de o zo belangrijke codice. Opgelucht en opgetogen gingen we met onze kostbare prijzen naar huis. Daar duurde het niet lang of we zagen dat de code van Nico niet kon kloppen … Er was een letter uit de naam verkeerd. Controle via een internetsite bevestigde ons vermoeden. We moesten terug naar het kantoor. 

De beambte achter het loket vertrok geen spier. Onbewogen nam hij de gegevens opnieuw op en verzond de verbeterde boodschap via de buizenpost. Wat zou er nu in de ingewanden van het belastingmonster gebeuren? Zou men merken dat er een tweede codice voor dezelfde persoon werd aangevraagd? En wat zou men dan doen? Wat gebeurde er met de fout code? Kon die wel vernietigd worden of zou deze een eeuwig en zinloos leven moeten leiden, net als wij? We kwamen er niet achter, want er rolde gewoon een nieuwe code uit de bus, die we deze keer meteen controleerden. Correct (voor zover wij wisten)! 

Gewapend met onze codes probeerden we ons nu dus in te schrijven in de gemeente Montecalvo, la  residenza, nodig om te voorkomen dat we straks heel veel meer belasting moeten gaan betalen. Want wie niet bij een Italiaanse gemeente staat ingeschreven, maar bijvoorbeeld nog gewoon in Nederland, betaalt een veel hoger tarief. Het in te vullen formulier was groot, maar de formaliteiten bleken erg beperkt. Dat was in Pavia wel anders, hadden we inmiddels ontdekt. Maanden en maanden nadat we onze hele doopceel hadden moeten lichten om als inwoners van Pavia te boek te kunnen staan (C.F. uiteraard, paspoort, verzekeringsbewijs, creditcard, huurcontract), bleek men ons daar in eerste instantie niet te kunnen vertellen of we daar nu inmiddels echt inwoner waren. En dat was wel nodig, anders kon je je niet laten overschrijven naar een andere gemeente.

We hadden in Pavia eerst een soort voorlopige verklaring gekregen maar of die nu definitief was, wist men niet. Wij hadden geen officieel bericht ontvangen en gingen dus maar eens navraag doen. Bij het eerste loket van het gemeentelijke administratiekantoor, waar we tijden geleden al die informatie hadden ingeleverd, wist men van niets: “Daar ga ik niet over, ik maak alleen het dossier, wat de andere afdelingen ermee doen weet ik niet en daar heb ik niets mee te maken. U moet bij het loket zus en zo zijn, daar aan de overkant van de hal”, was het antwoord op ons vriendelijke verzoek.  Maar ook bij het gewraakte loket zus-en-zo, kwamen we niet verder, want daarachter zat een oliedom en ongeïnteresseerd wicht. Er ontspon zich tussen ons de volgende dialoog: "Een verklaring van inwonerschap? Ja dat kan, dan moet u de volgende documenten inleveren: C.F., paspoort, huurcontract etc.". "Maar dat hebben wij allang ingeleverd!" "Toch moet het." "Zijn we dan nog niet ingeschreven?" De doos tikte wat in en op haar scherm verscheen een soort verklaring op onze namen van ingezetenschap: “Jawel, maar voor een verklaring moet alles worden ingeleverd.” "Maar er is al een dossier van ons!", zeggen we verontwaardigd. “O ja? Nou dat moet hier eerst langskomen en dat is nog niet gebeurd”. "Maar is het dan maanden onderweg van de ene kant van de hal naar de andere?”. “Weet ik niet, ik heb het niet.” 

We zuchtten toen diep, beseffend dat we hier niet verder zouden komen. “Dus we zijn wel officieel inwoner van Pavia?” vroegen we nog maar eens, in de hoop dat we met deze mondelinge verklaring in Montecalvo verder zouden kunnen. “Ja hoor, kijk maar”was opeens het verrassend antwoord, “kijk maar hier op het scherm. Willen jullie een afdrukje?” Onze monden vielen open! Daar hadden we het toch al een kwartier over, of niet? “Het kost wel 1 euro 20 per afdrukje hoor", zei het onnozele wicht nog, alsof de prijs ons alsnog zou afschrikken. “Nee laat maar, te duur!”. We kochten ieder onze verklaring en gingen in verwarring maar opgelucht weg: we hadden nu toch de verklaring die we niet konden krijgen! 

Maar in Montecalvo verliep alles dus vlot en soepel en zonder wachttijd, dat is het grote voordeel van een piepkleine gemeente. Binnen een uur waren we ingezetenen van Montecalvo Versiggia!