Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen
zondag 13 augustus 2017
Rallentare
Al in de Valle Scuropasso zat ze voor me, de grijze dame in de Italiaanse truttenschudder bij uitstek, de Fiat Panda. Dat ik ook zo’n auto heb, is een heel andere zaak natuurlijk want ik houd wel van doorrijden. Zij niet. Ze sukkelde vooruit en inhalen was op de bochtige weg geen optie. Na een paar kilometer naderden we wegwerkzaamheden. Nou ja, werkzaamheden: iemand was vlak langs de weg wat aan het graven. Mevrouw remde desalniettemin af. We krópen er voorbij. Maar gek genoeg kreeg mijn voorligster daarna opeens zin in het gaspedaal, schoot vooruit en sneed de volgende bocht af. Oeps, tegenligger. Met een ruk aan het stuur, ja ze is nog kwiek!, wist ze een frontale botsing net te vermijden. Van schrik remde ze daarna weer fors af. Rallentare heet dat op zijn Italiaans: waarom denk ik toch altijd dat rallentare versnellen betekent?
We waren ondanks de slakkengang toch bijna in Broni, waar ik weer eens naar het postkantoor moest. Bij elke afslag verwachtte ik dat ik van mijn trage plaaggeest verlost zou worden. Maar nee, ze nam steeds de weg die ik ook in de planning had. Ze zou toch niet ook? dacht ik. Welnee, dat zou wel heel toevallig zijn. Inmiddels was ik bijna bij ’mijn’ afslag en schakelde ik, heel on-Italiaans, de linker freccia, richtingaanwijzer, in. Gelukkig, zij niet. Maar wat was dat? Ze sloeg zomaar opeens af naar links! Zonder freccia, ik had het kunnen weten. En welja, mevrouw parkeerde ook nog op de invalidenparkeerplaats recht voor de deur van het postkantoor. Niet te geloven. Ik passeer (eindelijk, maar net nu ik het niet wil) en moet nog een heel eind rijden om een krap plekje voor mijn Pandaatje te vinden. Terwijl ik terugloop, zie ik het oude grijsje toch nog tamelijk kwiek naar de ingang van het postkantoor lopen. Hoezo gehandicapt? Ook dat had ik kunnen weten want bij de supermarkt zijn de zo handig dicht bij de ingang gelegen invalide-parkeerplaatsen ook altijd bezet, terwijl ik in de winkel zelf zelden een gehandicapte medemens tegenkom. Op Sicilië schijnt zelfs tweederde van de bevolking een gehandicaptenparkeervergunning te hebben.
Eenmaal binnen in het postkantoor zie ik hoe mevrouw de pseudo-invalida na enige aarzeling een nummertje uit de elektronische console weet te lokken: 102. Ik ben weer, nog steeds, direct na haar en heb 103. Dat lijkt hoog maar op het elektronische bord zie ik dat nummer 100 al voor een van de zes loketten staat. Een paar minuten later gaat het ’pling’ en knippert nummer 101 op het bord. Ik volg de bewegingen van mijn invalide concurrent al de hele tijd en zie tot mijn verbazing dat ze opstaat en zich alvast naar het loket van nr 101 beweegt om op tijd te zijn als nummer 102 wordt opgepiept. Denkfoutje, besef ik malicieus, want het loket waar ze nu staat te wachten heeft de kleinste kans van alle loketten om nummer 102 te gaan bedienen. En inderdaad, niet veel later gaat het weer ’pling’ en knippert 102 op het bord, voor het loket helemaal aan de andere kant. Maar mijn voorgangster heeft niets in de gaten. Moet ik haar waarschuwen? Of niet? Voordat ik deze morele knoop heb doorgehakt hoor ik alweer ’pling’ en verschijnt mijn nummer op het bord. Ik mag naar het loket waar net nog nummer 102 terecht kon, die niet kwam opdagen. Yes! denk ik, heb ik haar toch nog ingehaald, haha. Ik sta bij het loket en haal mijn enveloppen uit mijn tas.
Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat er iemand naast mij is komen staan. „Scusa, ma avevo numero 102!” zegt een krakerig stemmetje. Het is mijn plaaggeest! Ze heeft ontdekt dat ze haar beurt gemist heeft maar wil nu alsnog haar recht. Ik kijk verbaasd naar de lokettiste die haar schouders ophaalt en het arme oudje gelijk geeft. Verddddddd... porca miseria! Maar Italianen zijn altijd beleefd en dus trek ik me als pseudo-Italiaan grommend en met tegenzin terug.
Eenmaal op het stoeltje besef ik pas goed hoe ik in de val gelokt ben: doordat mijn nummer al getrokken is, gaan de andere loketten vrolijk verder met de volgende nummers! Ik zit vast aan het loket waar mijn nummer getrokken is en moet nu wachten tot het oudje klaar is, hoe lang het ook duurt! Dat geloof je toch niet! Hoe heeft ze het geflikt! Bovendien moet ik alert zijn want zodra ze klaar is gaat het 'pling' en komt nummer 104 of hoger op de proppen. Dan ben ik gedwongen om net zo bij een ander in te breken als zij bij mij heeft gedaan. Ik laat mijn hoofd voorover zakken en schud het ontgoocheld heen en weer. ’Pling’! Ho! Ik sprint naar voren, loop het vrouwke bijna omver maar ben op tijd. Pfff.
Ik ben snel klaar en terwijl ik naar mijn auto loop, sukkelt zowaar de mij welbekende Panda voorbij. Ik kijk en zie het oudje achter het stuur zitten. Even kijkt ze opzij. Zag ik daar een malicieus glimlachje op haar verkreukelde gezichtje verschijnen of was dat inbeelding?
Meer leuke verhalen lezen? Koop "Italiaanse Toestanden" deel 1,2 én 3!
Zie http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it
donderdag 1 juni 2017
Il Giro d'Italia
Ieder jaar kijken
we er weer even naar: het rondeschema van de grote Giro d’Italia, dé wielerwedstrijd van het jaar. Maar nee, moeten we
steeds weer teleurgesteld constateren, ook dit jaar komt de ronde niet naar de
(volgens ons dan) o zo geschikte heuvels van de mooie Oltrepò Pavese. Goed, de
wegen zijn hier niet best, maar de ciclisti
rijden toch ook over de kasseien van … en op de muur van …? Of zouden het juist de
Italianen zijn die niet voor het aanzien van de internationale gemeenschap met
hun slecht onderhouden wegen te kijk willen staan? Fare bella figura, ook op twee wielen. Dus geen wielerfestijn voor
onze deur helaas. Een keer, een paar jaar geleden, scheerde de Giro vlak langs.
Ze kwamen door Stradella (“La città che
vive! De stad die leeft!”) dat net aan de voet van de eerste heuvels ligt.
Jammer, gemiste kans op gratis wereldwijde publiciteit voor ons onbekende wijngebied.
Toch zijn we wel gaan kijken en toegegeven, het is een enerverend evenement
zo’n wielerwedstrijd. Het peloton is binnen 15 seconden voorbij maar
voorafgaand aan de echte sporters passeert er een hele karavaan aan
reclamewagens, motorrijders, een mobiel radiostation etc. Het was leuk om een
keer gezien te hebben en de komende tien tot twintig jaar zal de Giro wel niet meer zo dichtbij komen,
dachten we.
Maar wat wil het
toeval? Ieder jaar gaan we twee weekjes op vakantie (ook B&B houders willen
wel eens weg) naar Sardinië, we prikken twee weken in het nog niet volbezette
voorseizoen, bij voorkeur in mei (ook B&B houders in Italie willen graag
mooi weer op vakantie), en rijden met ons hebben en houwen naar de traghetto in
Genua. De avond voor vertrek horen we bij Studio Sport (ook B&B houders
kijken graag naar de tv programma’s van hun land van oorsprong) dat Il Giro de volgende dag zal starten!
Helemaal vergeten om te kijken of ze dit jaar in de buurt komen! Stel je voor
dat ze een etappe op Sardinië rijden, haha, dat zou wat zijn! Snel kijk ik even
op internet en rol daarna bijna van de bank: op zaterdag, onze dag van
aankomst, vertrekt de Giro vanuit
Olbia, onze haven van aankomst, langs de oostkust van Sardinië naar het zuiden!
En passeert daarbij Dorgali, dat op een halfuurtje rijden van ons vakantiehuis
ligt. Krijg nou steunkousen! Als de Giro
niet naar de Oltrepò komt, komt de Oltrepò (nou ja, in de persoon van twee
B&B houders) wel naar de Giro.
Het tijdschema
van de Giro vertelde ons dat de start
om 10 uur zou zijn, ruim na onze geplande ontscheping van 8:30. We reden dus
voor de karavaan uit en hadden ruim de tijd om eerst onze bagage naar het
vakantiehuis te brengen, nog wat te eten en dan langzaamaan naar de plaats
Dorgali te gaan. Dat plaatsje hadden we een vorige vakantie al bezocht vanwege
de beroemde cantina sociale, coöperatieve
wijnmakerij, die daar gelegen is. Misschien konden we dan na het wielerfestijn
gelijk wat flesjes van die overheerlijke Sardijnse cannonau inslaan … We reden met verheugd gemoed op Dorgali aan en …
werden een kilometer buiten het dorp staande gehouden. Dranghekken blokkeerden
de weg, bewaakt door allerlei politieachtige ordepersoneel. Uren voordat de
wielrenners verwacht werden, waren de toegangswegen al afgesloten. Er zat niets
anders op dan te doen wat de andere automobilisten deden: langs de weg parkeren
en de laatste kilometers te voet afleggen.
Hoewel dat
laatste stuk nog aardig omhoog ging, was het toch leuk om gedaan te hebben want
nu was er alle tijd om de versieringen en kunstwerken die de enthousiaste
bevolking van Dorgali langs de weg had geplaatst te bewonderen. Roze linten,
roze spandoeken, roze bloemen, alles was roze wat de klok slaat: het roze van
de Gazzetta dello Sport, de
sportkrant die de Giro honderd jaar geleden, jawel, uitgerekend dit jaar
precies 100 jaar geleden, georganiseerd had. Bij de versieringen waren de roze
racefietsen in de meerderheid. Op toegangshekken bij uitritten van bedrijven
langs de weg had de organisatie waarschuwende teksten geplakt: niet de weg op
gaan tussen 11 en 17 uur! Stel je voor dat er opeens een trage tractor het
parcours opreed terwijl het peloton met 45 km/h aan kwam denderen! Naarmate we
dichter bij het dorp kwamen nam de drukte toe. We probeerden een café te vinden
waar we zittend aan een tafeltje de wedstrijd zouden kunnen volgen maar alle
terrassen waren (uit veiligheidsoverwegingen?) ontdaan van meubilair. Maar we hadden
enorm geluk: we stapten een pub binnen en vonden een tafel aan het raam op een
verhoging, zodat we door het open raam perfect zicht hadden op de hoofdstraat
én op de finish van de tussensprint. Elk dorp van een beetje statuur heeft
namelijk haar eigen finish om de feestelijkheid nog te vergroten. Nog mooier was
het dat we ook recht voor een groot televisiescherm zaten, zodat we de
vorderingen van het peloton konden volgen. We bestelden een tweetal grote
glazen bier en besloten om deze eersterangs plek onder geen beding nog te
verlaten, kome wat komt. Desnoods bestelden we nog wel een paar glazen bier.
De aankomst van
het wielerlegioen bleek echter langer te duren dan voorzien: de sporters hadden
zichzelf vandaag een rustig dagje beloofd en peddelden kalmpjes door het
prachtige Sardijnse landschap. Tegen de tijd dat ze eindelijk in Dorgali waren,
had uw sportverslaggever al aardig wat gele schuimende jongens achter de
gevulde kiezen. Ik begon al wat weg te doezelen toen er opeens luid claxonnerende
motorrijders voorbijstoven. De reclamekaravaan was in aantocht! Even later reed
er inderdaad een colonne van zo’n dertig auto’s in alle vormen en maten en van
divers allooi het dorp binnen, om er vervolgens een half uur te blijven staan
voor de verkoop van petjes, shirtjes, vlaggen en dergelijke. Ook was er een
oorverdovende radiodame die je via de op alle wagens gemonteerde geluidsboxen
toeschreeuwde. Nadat deze groep vertrokken was duurde het nog lang voor de
wielrenners verschenen.
Ik dacht wel even
te kunnen berekenen wanneer ze zouden moeten passeren (de wiskunde verlaat mij
nooit). In de lokale sufbode stond dat de lengte van de etappe 221 km was en
dat Dorgali op 144 km van de start lag. Dus lag Dorgali 77km van de finish.
E=mc^2! A kwadraat plus B kwadraat is C kwadraat! Zelfs Brigitte Kaandorp snapt
het. Op de tv lieten ze zien hoever de wielrenners nog van de finish verwijderd
waren en dus wist ik, quod erat demonstrandum, hoever nog van Dorgali, namelijk
de afstand op het tv scherm minus 77. Leuk geprobeerd maar het klopte niet. Net
toen op het tv scherm als afstand tot de finish 77 km getoond werd en ik de
fietsers dus vanuit het raam van de pub had moet kunnen zien passeren,
verscheen op dezelfde tv ook het verkeersbord ‘Dorgali 10 km’. Lekker dan. De
krant had kennelijk verkeerde gegevens afgedrukt.
Maar uiteindelijk
moesten de wielrenners natuurlijk wel voorbijkomen. Om 16:30, anderhalf uur
later dan oorspronkelijk gepland racete de groep voorbij. Of beter: passeerde
er eerst een kopgroep van vijf man en anderhalve minuut later het peloton. We
hadden twee passages voor één prijs! En de aanloop tot zo’n passage is
eigenlijk het leukste van het hele evenement: na uren wachten, slenteren, op je
mobiel kijken, weglopen, terugkomen, een praatje maken, blijft iedereen opeens
stokstijf op zijn plek en passeert er eerst een luid toeterende motor en kort
daarop nog een en nog korter daarop nog een en dan een groep en dan een luid
claxonnerende auto en nog een en en en … Jaaaaaaa! Daar zijn ze, luid applaus
en gejoel en … zoef, weg zijn ze weer. Het kijken naar de passage van een
wielerpeloton is als het bijwonen van een collectief orgasme: een lang
voorspel, een kort hoogtepunt en … Tja, het naspel? Dat laatste is een beetje
deprimerend. Een half uur na de passage zijn de meeste versierselen al weer
weggehaald en lijkt het of er nooit iets gebeurd is. Maarrrr … volgende keer
weer? Jazeker! Maar kom nou eens een keer naar de Oltrepò Pavese, caro Giro.
donderdag 11 mei 2017
Italia o no?
„Questa non è
Italia. Dit is Italie niet,” zei de bestuurder van de Jeep tegen ons. We waren
op weg naar de Gorropu kloof op Sardinië, een steile afdaling van 600 m over een
zeer hobbelige steenslagweg. Hij had nog niet begrepen dat we buitenlanders
waren of hij stak al van wal. Sardinië was geen Italië dus? Verbaasd keek Nico,
die op de passagiersstoel zat onze chauffeur aan. Hoezo niet? Hij speelde de
vermoorde onschuld want hij wist allang wat er komen ging: het verhaal dat zo
ongeveer alle Italianen of ze nu uit Sicilië komen of Puglia of de Veneto of
Lombardije vertellen. „Sardinië is een heel ander land met een eigen
geschiedenis, een eigen cultuur, een eigen taal. We zijn door de staat Italië
gekoloniseerd,” brieste onze gids. „Garibaldi was helemaal geen held, wat de
regering in Rome ons ook wil doen geloven. Hij was gewoon een huurling van de
Piemontese veroveraars. Wij zijn heel anders dan die corrupte Italianen!” Nico
wierp de rebelse Sardijn een ironische blik toe en vroeg glimlachend of ze op Sardinië
in tegenstelling tot op het vaste land dan wel keurig hun belasting betaalden.
Dat bleek niet het geval. „De regering in Rome heeft een systeem ontwikkeld dat
zo ingewikkeld en onrechtvaardig is dat wij niet anders kunnen dan de belasting
te ontduiken. Als we baas over onszelf zouden zijn, zou het heel anders gaan.”
Maar voorlopig leek het gedrag van de eilandbewoners toch nog erg op dat van de
door hen zo verafschuwde ’Italiaan’, dachten wij stiekem. „Maar dan zijn er
vast onafhankelijkheidsbewegingen en politieke partijen die voor afscheiding
van Italië zijn, zoals de Lega Nord in Lombardije en de Veneto?” vroeg Nico nu.
De gids zuchtte. „Ja, die waren er. Teveel zelfs. Zoveel verschillende
groeperingen die het niet eens kunnen worden en elkaar bestrijden in plaats van
de gemeenschappelijke vijand.” Goh, dat leek toch ook weer erg op de
’Italiaanse’ politiek dachten wij weer, unisono. Snel pakte de chauffeur de
positievere draad van zijn verhaal echter weer op.
„Sardinië is arm, maar dat
komt omdat we door Rome kort gehouden worden. We mogen niks zelf ontwikkelen,
er zijn allerlei doelbewust gecreëerde wetten die ons belemmeren.” Sardinië
zelfstandig? Dat zou voor het eerst sinds de Romeinen zijn, afgezien van korte,
chaotische perioden in de Middeleeuwen. Een tegenvoorbeeld hadden we dus niet
voorhanden. Maar waar zou Sardinië geld aan moeten verdienen? Visvangst,
schapen, marmer, toerisme? Ondertussen is Sardinië al wel een van de weinige
onafhankelijke regio's die Italië rijk is en heeft meer speelruimte dan de
meeste regio's op het vasteland. Maar dit soort, politieke, discussie win je
nooit en inmiddels waren in het dal aangekomen.
We stapten uit
en volgden onze gids die ons over een stroompje naar het begin van de wandeling
leidde. Hadden we iets te eten bij ons, wilde hij opeens, bezorgd, weten. Ja,
we hadden bananen bij ons. Dat stelde hem gerust. Toen hij onze waterfles uit
de rugzak zag steken, moedigde hij ons echter aan om die leeg te gooien. Het
was alleen maar onnodige ballast. Als we bij de kloof zouden komen, was er
genoeg gelegenheid om water uit de rivier te scheppen. Koel, helder,
natuurzuiver, beter bestond niet. Ik weerstond gelukkig de aanvechting om de
fles te legen.
Zo groot en zwaar was deze ook weer niet. We begonnen met de
wandeling naar de kloof, die volgens dezelfde gids eenvoudig was. „Piano, tutto
piano. Vlak, helemaal vlak,” had hij boven in het infocentrum tegen ons gezegd.
Nu zei hij dat er na de eerste bocht nog een klimmetje kwam, maar daarna was
het ’tutto piano’. Dat klimmetje begon naar ons gevoel meteen en de door hem
bedoelde klim bleek een pittig steil stukje over een pad met losse stenen. De
hele route ging nogal op en neer trouwens. Niet echt wat Nederlanders als vlak
beschouwen. Maar Sardijnen zijn nu eenmaal geen Nederlanders. Weer iets wat ze
met ’Italianen’ gemeen hebben.
Bij de kloof
was er een tweetal gidsen dat uitleg gaf over hoe je verder kon. Joia rende
meteen naar het stroompje water om haar dorst te lessen want onderweg was er
geen water te bekennen geweest. Konden we daar onze fles bijvullen misschien?
Nee, nee, dat was stilstaand water en niet schoon want honden zwommen er in en
mensen plasten verderop misschien wel in de stroom. O. Was er in de kloof dan
misschien nog drinkbaar water te vinden. Nee, ook dat niet! Gelukkig hadden we
ons flesje niet leeggegooid en ook nog niet leeggedronken, anders zouden we
urenlang van vers water verstoken zijn geweest! Met dank aan het advies van
onze Sardijnse deskundige die in dit geval ook wel meer gemeen had met zijn
landgenoten dan hem lief was. Het is ons, bevooroordeelden?, opgevallen dat er
nogal wat Italianen zijn die zich graag als expert voordoen en allerlei
wijsheden debiteren die bij nader inzien op weinig of niets gebaseerd blijken.
Vandaar dat veel (dezelfde?) Italianen er zo de nadruk op leggen dat je alleen
moet luisteren naar persone serie, di fiducia!
Onze gids was duidelijk niet di fiducia, zo concludeerden wij. Hij was
een van de vele niet serieus te nemen kletsmajoors.
Nu was het de
beurt aan de gidsen bij de kloof. Ook zij beloofden een eenvoudig eerste deel
van de weg naar het smalste deel van de canyon. Het tweede deel was al
ingewikkelder, je moest over grote stenen klimmen die spekglad waren en waar
zelfs echte bergschoenen geen gegarandeerde grip hadden. Maar het was te doen,
zeiden ze. Het derde deel was verboden terrein, alleen begaanbaar voor experts.
Ik besloot al meteen dat ik het tweede deel ook niet ging doen, ook al had ik dan
stevige schoenen aangetrokken. Om mij heen zag ik allemaal toeristen op slappe
lage schoentjes en kon alleen maar huiveren bij de gedachte dat ze daarmee over
die spekgladde stenen gingen klimmen. Maar het eerste stuk was simpel, toch?
Bovendien was de route duidelijk aangegeven met groene stippen, zei een van de
twee gidsen.
We vertrokken,
Joia huppelde enthousiast met ons mee. Al bij de eerste steenformaties waar we
overheen moesten, had ik mijn bedenkingen. Joia rende van hot naar her en had
natuurlijk geen weet van groene stippen. Al na een paar minuten klauteren over
grote stenen (hoezo gemakkelijk?) sloeg de twijfel toe: de groene stippen wezen
ons naar een met takken geïmproviseerde brug waar we overheen zouden moeten.
Kon Joia dat wel? Zou ze er niet met haar poten tussendoor zakken? Het leek ons
niks. „Nee, hier is de groene route,” riep een andere toerist die ons zag
twijfelen. Ja, maar hier is de groene stip, riepen we zonder veel overtuiging.
Misschien was de alternatieve route wel eenvoudiger? We gingen die kant op en
zagen ook daar een groene stip. Lekker dan, de verkeerde kant op gestuurd door
het mooie stippenplan. Of niet? De alternatieve route liep al snel ook dood. We
keerden terug naar de houtbrug maar ik besloot dat ik het niet verder ging
wagen. Ik had al genoeg visioenen van Joia die haar poten breekt. En mijn eigen
klimrektrauma van de middelbare school speelde ook vervaarlijk op. Nico ging
alleen verder.
Toen ik bij
het vertrekpunt terugkeerde, keken de gidsen mij verbaasd aan. Waarom was ik
teruggekomen? Het was echt eenvoudig, ook de hond zou het makkelijk kunnen.
Even later ving ik uit het gesprek dat ze met Italiaanse bezoekers hadden op
dat ze af en toe een helikopter moesten oproepen om een gewonde toerist af te
voeren die in de kloof een of meer ledematen gebroken had ... Gelukkig kwam
Nico na een minuut of veertig heelhuids terug. Aan het tweede deel met de
gladde stenen had hij zich ook maar niet gewaagd toen hij zag hoe anderen zich
daar op handen en voeten probeerden voort te bewegen. Waarschijnlijk zijn we
als noorderlingen te serio voor dit soort avonturen?
Meer leuke verhalen lezen? Koop Italiaanse Toestanden, deel 1,2 en 3!
dinsdag 9 mei 2017
Sempre TIM
Het begon al goed: aangekomen in Siniscola parkeerden we onze auto op een met blauwe strepen gemarkeerde parkeerplaats. Blauwe strepen betekent betalen, dat wisten we door schade en schande inmiddels wel. Het bordje aan het begin van de straat vertelde ons hetzelfde: pagare, want anders ... Maar waar was dan de parkeerautomaat? Niet te vinden. Was dit een van die befaamde trucs van de Italiaanse gemeenten die op deze manier hun karige budget probeerden aan te vullen? Geen parkeermeter maar straks wel een leuke multa, boete? Er gingen in de cafés en in de lokale kranten verhalen over expres verkeerd afgestelde verkeerslichten en snelheidsmeters die tienduizenden zuurverdiende euro’s in gemeentelijke laadjes deed verdwijnen. We zouden het wel zien. Non c’è niente da fare, er is toch niets aan te doen, zou de autochtoon met fatalistische berusting zeggen. En wij zeggen het hen, tien jaar Italiaanse toestanden wijzer, na.
We gingen op zoek naar de winkel van TIM, waar de bureaucratische moloch Telecom Italia haar van mobiele telefonie voorziene klanten service belooft te verlenen. Nico had speciaal voor deze vakantie op Sardinië een abonnement aangeschaft, de eerste keer dat we zoiets aandurfden! In de duizelingwekkende jungle aan geweldige aanbiedingen en promoties waar mobiele providers je in proberen te lokken, hadden we nog niet eerder een stap gezet. Veel te gevaarlijk! Er is geen wijs te worden uit alle mogelijke abonnementen met bundels en ongelimiteerde dit en supersnelle dat. Op het openingsscherm van de website van TIM knipperen de schreeuwerige teksten en felgekleurde buttons je toe totdat je er schele hoofdpijn van krijgt. En dan al die onduidelijk voorwaarden op goed verborgen subpagina’s. Nee, in het sluw binnenharken van geld van haar cliënten was ook TIM een meester, zo leek het ons. Daar konden de Italiaanse gemeenten nog wat van leren. Of nee, doe maar liever niet.
Maar een paar weken geleden had Nico het dan toch aangedurfd. Niet via de website natuurlijk maar middels persoonlijk contact bij onze eigen TIM winkel di fiducia in Stradella. Ze hadden nu namelijk een onstuitbaar aantrekkelijk aanbod voor pensionati! Een bejaardenabonnement! Korting! Kassa! Of niet? Hebben dit soort bedrijven (providers, energieleveranciers etc) het nu niet juist bij uitstek voorzien op krakkemikkige oudjes die het ’allemaal niet meer zo goed snappen’? Ik, als jongere badante, verzorger en begeleider van de geestelijk wat aftakelende pensionado, was er niet bij en kon Nico dus niet tegenhouden. Sinds hij AOW-gerechtigd is, geilt hij op alle 65+ kortingen die er maar te krijgen zijn en ook aan TIM’s aanbod kon hij geen weerstand bieden. Hij kwam terug met écht mobiel Internet. En het werkte! Thuis tenminste. Want toen we eenmaal in ons van internet verstoken vakantiehuisje op Sardinië zaten, was het afgelopen met het surfen. Garantie tot aan de voordeur?
Op naar de dichtstbijzijnde TIM winkel dus, in Siniscola, een slaperig plaatsje op een halfuurtje rijden. Maar waar was de winkel precies gelegen? We vroegen het aan een geüniformeerde dame die, in een straat om de hoek van waar we zonder te betalen geparkeerd hadden, stond de kletsen met een winkelierster. Was zij van de politie? Of was ze een parkeerwacht??? Was dat een bonnenboekje dat ze in haar hand had? We negeerden deze alarmsignalen en vroegen beleefd, als toevallig TE VOET passerende toeristen, of zij wist waar TIM domicilie hield. Dat bleek niet ver maar voerde wel weer langs onze auto. We liepen terug, hoek om, en moesten even wachten om over te kunnen steken. Joia maakte van deze pauze gebruik om snel op het trottoir haar behoefte te doen. Een prachtige drol dat wel maar hij zou toch opgeruimd moeten worden. Waar waren de plastic poepzakjes? In de auto. Nou laat dan maar zitten voor deze ene keer (dat doen we anders nooooit). We staken over en liepen langs onze Punto die we hardvochtig negeerden. Wel keek ik nog even achterom. En wie verscheen daar op de hoek van de straat? De hulpvaardige politiemevrouw annex parkeerwacht! Gelukkig zag ze de nog vers dampende drol niet liggen en stapte ze er ook niet middenin, zodat een hondenpoepboete aan onze dichtgeknepen neuzen voorbijging. En gelukkig ging ze ook een andere kant op zodat een eventuele parkeerboete ons ook bespaard bleef. Aan twee boetes ontkomen, toch nog een goed begin van ons TIM avontuur!
Alle perikelen in de TIM winkel zal ik jullie besparen. Laat het genoeg zijn om te vermelden dat de winkel een luxe variant was, want er was zowaar een bankje voor de wachtenden. Want klanten laten wachten is ook een specialiteit van dit in snelheid gespecialiseerde bedrijf. De drie keer(!) dat we er die ochtend binnen zijn geweest, heb ik van het bankje nuttig gebruik gemaakt. De twee keer dat Nico, buiten de TIM winkel de hulplijn van dezelfde TIM moest bellen (want TIM personeel is niet gemachtigd om zelf vanuit de winkel te bellen), zat ik a) op een terras met een kopje koffie cq b) in de, gelukkig niet beboete, auto. Een hele ochtend in het nogal saaie Siniscola resulteerde uiteindelijk in werkend Internet! Het bleek dat Nico’s krediet tijdens de nachtelijk overtocht van Genua naar Sardinië was opgeslurpt, precies toen er verbinding was met het Franse Corsica. Dat betekende extra kosten in verband met roaming, dat niet onder het al betaalde internetverkeer van het 60+ abonnement viel. De kleine lettertjes, toch weer! Om vier uur ’s nachts zou er gebeld zijn, beweerde de TIM telefonist. Maar toen sliepen wij! Toch? Of was het Joia? Had zij soms stiekem met haar Italiaanse naamgenote in Montecalvo gebeld om de laatste roddels over haar padroni door te brieven?
Naar Siniscola gaan we voorlopig niet meer terug als het niet hoeft. Duf dorp met nergens WiFi, een trattoria die wel open is maar geen klanten wil, een bar die wel klanten wil maar alleen vieze broodjes uit plastic verpakking serveert, heel veel doelloos rondrijdende politie en verder niks te doen. Het is eigenlijk één groot TIM dorp. Ergens onderweg zag ik een bordje van een pedagogisch instituut dat Einstein heette. Haha, Einstein in Siniscola? Ik dacht het niet.
We gingen op zoek naar de winkel van TIM, waar de bureaucratische moloch Telecom Italia haar van mobiele telefonie voorziene klanten service belooft te verlenen. Nico had speciaal voor deze vakantie op Sardinië een abonnement aangeschaft, de eerste keer dat we zoiets aandurfden! In de duizelingwekkende jungle aan geweldige aanbiedingen en promoties waar mobiele providers je in proberen te lokken, hadden we nog niet eerder een stap gezet. Veel te gevaarlijk! Er is geen wijs te worden uit alle mogelijke abonnementen met bundels en ongelimiteerde dit en supersnelle dat. Op het openingsscherm van de website van TIM knipperen de schreeuwerige teksten en felgekleurde buttons je toe totdat je er schele hoofdpijn van krijgt. En dan al die onduidelijk voorwaarden op goed verborgen subpagina’s. Nee, in het sluw binnenharken van geld van haar cliënten was ook TIM een meester, zo leek het ons. Daar konden de Italiaanse gemeenten nog wat van leren. Of nee, doe maar liever niet.
Maar een paar weken geleden had Nico het dan toch aangedurfd. Niet via de website natuurlijk maar middels persoonlijk contact bij onze eigen TIM winkel di fiducia in Stradella. Ze hadden nu namelijk een onstuitbaar aantrekkelijk aanbod voor pensionati! Een bejaardenabonnement! Korting! Kassa! Of niet? Hebben dit soort bedrijven (providers, energieleveranciers etc) het nu niet juist bij uitstek voorzien op krakkemikkige oudjes die het ’allemaal niet meer zo goed snappen’? Ik, als jongere badante, verzorger en begeleider van de geestelijk wat aftakelende pensionado, was er niet bij en kon Nico dus niet tegenhouden. Sinds hij AOW-gerechtigd is, geilt hij op alle 65+ kortingen die er maar te krijgen zijn en ook aan TIM’s aanbod kon hij geen weerstand bieden. Hij kwam terug met écht mobiel Internet. En het werkte! Thuis tenminste. Want toen we eenmaal in ons van internet verstoken vakantiehuisje op Sardinië zaten, was het afgelopen met het surfen. Garantie tot aan de voordeur?
Op naar de dichtstbijzijnde TIM winkel dus, in Siniscola, een slaperig plaatsje op een halfuurtje rijden. Maar waar was de winkel precies gelegen? We vroegen het aan een geüniformeerde dame die, in een straat om de hoek van waar we zonder te betalen geparkeerd hadden, stond de kletsen met een winkelierster. Was zij van de politie? Of was ze een parkeerwacht??? Was dat een bonnenboekje dat ze in haar hand had? We negeerden deze alarmsignalen en vroegen beleefd, als toevallig TE VOET passerende toeristen, of zij wist waar TIM domicilie hield. Dat bleek niet ver maar voerde wel weer langs onze auto. We liepen terug, hoek om, en moesten even wachten om over te kunnen steken. Joia maakte van deze pauze gebruik om snel op het trottoir haar behoefte te doen. Een prachtige drol dat wel maar hij zou toch opgeruimd moeten worden. Waar waren de plastic poepzakjes? In de auto. Nou laat dan maar zitten voor deze ene keer (dat doen we anders nooooit). We staken over en liepen langs onze Punto die we hardvochtig negeerden. Wel keek ik nog even achterom. En wie verscheen daar op de hoek van de straat? De hulpvaardige politiemevrouw annex parkeerwacht! Gelukkig zag ze de nog vers dampende drol niet liggen en stapte ze er ook niet middenin, zodat een hondenpoepboete aan onze dichtgeknepen neuzen voorbijging. En gelukkig ging ze ook een andere kant op zodat een eventuele parkeerboete ons ook bespaard bleef. Aan twee boetes ontkomen, toch nog een goed begin van ons TIM avontuur!
Alle perikelen in de TIM winkel zal ik jullie besparen. Laat het genoeg zijn om te vermelden dat de winkel een luxe variant was, want er was zowaar een bankje voor de wachtenden. Want klanten laten wachten is ook een specialiteit van dit in snelheid gespecialiseerde bedrijf. De drie keer(!) dat we er die ochtend binnen zijn geweest, heb ik van het bankje nuttig gebruik gemaakt. De twee keer dat Nico, buiten de TIM winkel de hulplijn van dezelfde TIM moest bellen (want TIM personeel is niet gemachtigd om zelf vanuit de winkel te bellen), zat ik a) op een terras met een kopje koffie cq b) in de, gelukkig niet beboete, auto. Een hele ochtend in het nogal saaie Siniscola resulteerde uiteindelijk in werkend Internet! Het bleek dat Nico’s krediet tijdens de nachtelijk overtocht van Genua naar Sardinië was opgeslurpt, precies toen er verbinding was met het Franse Corsica. Dat betekende extra kosten in verband met roaming, dat niet onder het al betaalde internetverkeer van het 60+ abonnement viel. De kleine lettertjes, toch weer! Om vier uur ’s nachts zou er gebeld zijn, beweerde de TIM telefonist. Maar toen sliepen wij! Toch? Of was het Joia? Had zij soms stiekem met haar Italiaanse naamgenote in Montecalvo gebeld om de laatste roddels over haar padroni door te brieven?
Naar Siniscola gaan we voorlopig niet meer terug als het niet hoeft. Duf dorp met nergens WiFi, een trattoria die wel open is maar geen klanten wil, een bar die wel klanten wil maar alleen vieze broodjes uit plastic verpakking serveert, heel veel doelloos rondrijdende politie en verder niks te doen. Het is eigenlijk één groot TIM dorp. Ergens onderweg zag ik een bordje van een pedagogisch instituut dat Einstein heette. Haha, Einstein in Siniscola? Ik dacht het niet.
woensdag 10 augustus 2016
Il colpo della strega
Ik zag de maniglia, de handgreep van de deur langzaam naar beneden bewegen en hoorde dat het volume van het gesprek tussen de patiënt en mijn huisarts toenam: ik was aan de beurt! Terwijl ik moeizaam van de stoel in de wachtkamer opstond, zag ik echter dat de handgreep halverwege de draai naar beneden was blijven steken. Het geklets ging hoorbaar door. Wat hebben die Italianen toch altijd veel te ouwehoeren! Schiet eens op, dacht ik, want blijven staan wachten was voor mij in mijn toestand niet echt prettig en weer gaan zitten ook niet. Elke beweging die ik maakte zorgde voor een vlijmscherpe pijnscheut: ik had de voorgaande nacht in mijn bed een strekoefening gedaan om mijn zeurende rug te ontspannen (lang leve de pilates), maar toen ik weer ging liggen merkte ik dat er iets niet goed zat. Voor de zeurende vermoeidheid was een hypergevoelig plekje linksonder in de rug in de plaats gekomen en telkens als ik me omdraaide schoot de pijn door mijn lijf. Gelukkig lukte het me nog wel om in slaap te vallen maar toen ik ’s ochtends wakker werd en wilde opstaan, bleek de kwetsuur er nog steeds te zijn, in verhevigder vorm zelfs. Opstaan lukte me alleen met de grootst mogelijk omzichtigheid. Aiuto! Naar Dezza. Diclophenac!
Nu ging de deur van de behandelkamer toch echt open. Een uiterst breekbaar vrouwtje (dat wel een stuk soepeler liep dan ik) kwam naar buiten. Dezza deed haar uitgeleide in de deuropening, zag mij kromgebogen naar hem toe strompelen, lachte en riep: „Ah! Il colpo della strega!” Haha, dacht ik, ja ik lach ook, als een boer met kiespijn in zijn rug, al begrijp ik niet precies wat er zo leuk is. Pas later, aan het einde van het consult, beeldde Dezza uit waarom deze plotselinge rugpijn in het Italiaans zo aangeduid wordt. Hij boog voorover, kwam weer overeind en bleef opeens in gekromde houding als door de bliksem getroffen stokstijf staan. „Colpo della strega!” Getroffen door de banvloek van de heks. Veel mooier dan het Nederlandse ’door je rug gaan’ toch? De pijn blijft helaas dezelfde. Aan het begin van ons gesprek legde ik uit dat het mij vijftien jaar geleden ook al eens overkomen was. „Sì, sì, è scritto qui,” antwoordde Dezza, „il computer sa tutto!” Computer says yes! Hij schreef me pijnstillers voor en zocht in een rommelig bureaulaatje naar een campione, een proefmonster dat hij mij eventueel cadeau kon doen, maar hij vond niks. „Me l’ho mangiato io,” zei hij lachend, „die heb ik zelf al opgegeten.” „Non è che siamo medici che non abbiamo dolori. Quando sento il male, me la prendo anch’io la medicina! Het is niet doordat we artsen zijn dat we nooit pijn hebben. Als ik pijn heb, neem ik ook een medicijn!” „Non siamo mica di ferro. We zijn echt niet van ijzer.”
Naast de pijnstillers kreeg ik nog twee te injecteren stoffen (spierverslappers?). Injecteren? Bij mijzelf? Ik dacht eerst dat mijn vrolijke huisarts een grapje maakte toen hij zo plastisch (en grijnzend) uitbeeldde dat ik geacht werd een naald in mijn dijbeen of elders te steken. Maar nee, ik moest de inhoud van twee ampullen in een naald opzuigen en dan echt bij mijzelf inspuiten. Ach, het zal wel zo’n oppervlakig prikspuitje zijn, dacht ik en glimlachte geruststellend terug. Inmiddels weet ik beter. Het bezoek aan de farmacia leverde behalve pillen en ampullen ook een doosje met ... verpakte siringhe op, heuse injectiespuiten met een naald van een paar centimeter. Vlak voor het slapengaan geen ninnananna, slaapliedje voor mij maar een ninnanaalda. Volgens Dezza slaap ik dan tenminste pijnloos en goed. Colpo della siringa!
****ZOMERACTIE: Italiaanse Toestanden is nu GRATIS te downloaden! ****
Ga naar https://www.smashwords.com/books/view/588639 en download direct als epub, mobi, pdf, kindle, kobo formaat!
****ZOMERACTIE: Italiaanse Toestanden is nu GRATIS te downloaden! ****
Ga naar https://www.smashwords.com/books/view/588639 en download direct als epub, mobi, pdf, kindle, kobo formaat!
dinsdag 12 juli 2016
Bloody Hitler - Berlusconi
„It was
like bloody Hitler!” Davids
stem sloeg bijna over van opwinding. Zelfs na meer dan twintig jaar was zijn
verbazing en verontwaardiging nog bijna net zo groot als op het moment dat hij
het meemaakte. Als succesvolle ondernemer was David begin jaren 90 uitgenodigd
om lid te worden van Forza Italia, de politieke partij van mediamagnaat Silvio
Berlusconi. De nieuwe partij die ervoor zou zorgen dat de hardwerkende
ondernemers niet langer gedwarsboomd werden door linkse, socialistische of
communistische wurgwetten en hoge sociale lasten. Dat Forza Italia voornamelijk
de economische en juridische zaken van de oprichter zou gaan behartigen, wisten
de aanhangers toen nog niet. Er was sterk behoefte aan een nieuwe redder des
vaderlands na de schandalen van de voorafgaande jaren waarbij gebleken was dat
nagenoeg alle politici van alle partijen zich al jaren schuldig maakten aan
omkoping, witwassen en zelfverrijking. Het Schone Handen Mani Pulite onderzoek
roeide in een klap de hele oude kaste van politici uit. Tijd voor wat nieuws,
tijd voor Berlusconi!
De nieuwe leider
wist hoe hij zijn zaakjes moest aanpakken en organiseerde verschillende
massabijeenkomsten waarvoor hij allerlei succesvolle ondernemers uitnodigde.
Ook David, die destijds al twintig jaar in Italië werkzaam was, kreeg een
invitatie en dacht: Waarom niet? De bijeenkomst vond plaats in het
voetbalstadion van Silvio’s speeltje, de voetbalclub AC Milaan. Toen David er
binnentrad zag hij dat het grote stadion tot de nok toe gevuld was. De
bezoekers kregen allerlei tot in de puntjes verzorgd promotiemateriaal
uitgereikt, vlaggetjes, foto’s van de leider, folders met de belangrijkste
programmapunten, een das in de kleuren van de partij en dergelijke. Iets klopt
hier niet, bedacht David, toen hij eenmaal op zijn plek zat. Maar wat? Op het
voetbal veld was een groot podium gebouwd, een rode loper leidde er naartoe.
Een groot televisiescherm toonde het podium van dichtbij, goed zichtbaar voor
iedereen. Na een tijdje klonk er geroezemoes in het publiek dat langzaam in
volume toenam. De leider was in aantocht. Op het moment dat Berlusconi het
stadion betrad, barstte het publiek in een luid gejuich uit dat nog aanhield
nadat Berlusconi het podium al had beklommen. Hij stak zijn rechter arm in de
lucht, waarop het gejuich nog luider werd. Iedereen zwaaide met de vlaggetjes
van Forza Italia.
David zwaaide
niet maar keek verbijsterd om zich heen: de nuchtere, intelligente zakenlieden
die hij zag leken betoverd door het charisma van Berlusconi en lieten alle
schroom varen in hun kritiekloze aanbidding van de nieuwe leider. Wegwezen, was
het enige dat David dacht. Dit is Neurenberg 1933! „Hitler, bloody Hitler, that
was what it was!” Thuis gooide David zijn Forza Italia das in de prullenbak.
Hij is nooit meer naar zo’n meeting gegaan. In de twintig jaar die sindsdien
verstreken zijn heeft de grote volksmenner weinig voor zijn volgelingen
kunnen(?) uitrichten. Zijn belangrijkste verdienste is dat hij zijn media-imperium
in handen heeft kunnen houden en dat hij niet in de gevangenis is beland (al is
hij op de valreep, in 2014 toch nog veroordeeld tot een werkstraf en
uitsluiting van politieke functies), terwijl de mannen uit zijn duistere entourage wel achter de tralies verdwenen. De drie jaar dat Berlusconi aan de macht
was sinds wij in Italië wonen, van 2008 tot 2011, hield zijn regering zich alleen
maar bezig met het frustreren van onderzoeken en rechtszaken die met hem te
maken hadden. Het belangrijkste wapenfeit van twintig jaar Berlusconi is
misschien wel de Porcellum-kieswet: een gedrocht dat alleen maar is ingevoerd
om Forza Italia in 2006 de overwinning te bezorgen (wat op het nippertje niet
lukte, waarna Berlusconi wekenlang weigerde de macht aan aartsrivaal Prodi over
te dragen!) en dat het voor partijen bijna onmogelijk maakt om in zowel Huis
van Afgevaardigden als Senaat een meerderheid te halen. Door dit vieze varken,
wat de letterlijke vertaling van porcellum is, werd de toch al gebrekkige
daadkracht van elke Italiaanse regering tot nul gereduceerd. Vorig jaar
verklaarde het Constitutionele Hof de kieswet zelfs ongrondwettig, terwijl er
al verschillende regeringen mee gekozen waren.
Het tijdperk van
Silvio B. is nu echt ten einde: zijn aanhangers verlaten als ratten het
zinkende schip en richten eigen splintergroeperingen op. Voormalig kroonprins Alfano
regeert zelfs samen met de sociaal-democraat Renzi. De meest veelzeggende
illustratie van Berlusconi’s tanende macht was voor het hele volk te zien toen
er een motie van afkeuring tegen de vorige sociaal-democratische premier Letta
werd ingediend. Iedereen verwachtte dat, zoals aangekondigd, Berlusconi de
motie zou steunen. Maar toen hij in het parlement opstond uit zijn bankje om
zijn stem te geven, durfde hij het niet aan en wees de motie af, waarna hij
gedesillusioneerd op zijn stoel plofte. Iedereen was verbijsterd. De grote Macher
bleek opeens machteloos. Terwijl zijn partijgenoten, even verbaasd als alle
anderen, zich over hem heen bogen om hem te troosten, zag je opeens hoe oud hij
was. Een tijdperk is ten einde. Een paar maanden later schoof de jonge,
energieke Renzi zijn partijgenoot Letta zonder probleem aan de kant. Gaat het
hem dan eindelijk wel lukken om de problemen van Italië aan te pakken?
Abonneren op:
Posts (Atom)
























