Er zijn een paar programma’s op de Italiaanse televisie waar, naar het schijnt, het halve land voor thuisblijft. Zoals de hier al eens vermelde serie over de Siciliaanse maffia, “Il capo dei capi”, en onlangs ook een avond met Adriano Celentano. Die kennen wij toch alleen van een middle-of-the-road zomerhitje (ik weet niet meer welk) van jaren/decennia geleden? Inmiddels is hij kennelijk tot een zodanig serieus te nemen ‘cantautore’ (singer-songwriter) uitgegroeid, dat de week voorafgaande aan zijn optreden er bij de journaals op alle zenders en in de kranten voortdurend aandacht werd besteed aan het aanstaande evenement. Daarvan hebben wij, in Venetië, maar een deel meegekregen, dus een onafhankelijk oordeel moeten we jullie helaas onthouden.
Op dit moment is het de beurt aan Roberto Benigni (jawel: van “La vita è bella”) om de Italianen aan de buis gekluisterd te houden. Na een eerdere avond met een lange conference over politiek en actualiteit, leest hij nu elke donderdagavond vanaf elf uur tot na twaalven een canto (gezang) uit de Divina commedia van Dante voor. Dante? Door een komiek? Misschien speelt de Hollandse hokjesgeest ons hier parten, maar het lijkt verrassend, hoewel iedere Italiaan hier op school in Dante schijnt te worden gedrild.
Op een groot plein in Florence, de stad van Dante, onder diens strenge toezicht (standbeeld) , verschijnt Benigni
elke donderdag op een groot toneel, voor een publiek van duizenden toeschouwers, onder de vrolijke circusmuziek die kennelijk zijn handelsmerk is. Hij begint als clown, maar wordt al snel serieuzer, wanneer hij het canto van die avond zin voor zin gaat doornemen en becommentariëren. Het is voor een allochtoon zoals ik niet eenvoudig te volgen, want Benigni is een rappe prater en zijn Toscaans klinkt toch ook weer iets anders dan het Italiaans dat ik hier om mij heen hoor. Gelukkig bieden de sottotitoli wat soelaas. Het plechtige, poëtische en archaïsche Italiaans van Dante is weer een heel ander chapiter, maar met wat voorbereiding (’s avonds voordat het elf uur is, kan ik even het canto van die avond doorworstelen), kom ik toch een eind(je). Het enthousiasme van Benigni doet de rest. En als je de volgende dag het canto nog eens doorneemt, blijkt warempel dat je er toch wat van opgestoken hebt. Misschien lukt het nog eens om de hele Commedia in het origineel te lezen!? Gelukkig zijn er ook verschillende goede Nederlandse vertalingen.
Vorige week begon Benigni met het allerlaatste canto, het 33ste van het Paradijs, en dat is toch echt niet het makkelijkste, want Dante probeert daarin uit te drukken wie en wat God is, wat natuurlijk niet in woorden uit te drukken is. Dat levert wat halsbrekende woordkunstenarij op, die Benigni wonderbaarlijk goed wist uit te leggen. Treffend is de vergelijking die Dante maakt met het dromen: hij heeft de hemel mogen aanschouwen, maar navertellen kan hij het niet, hoewel de verrukking van die ervaring nog in zijn ziel natrilt, net zoals je overkomt na het ontwaken uit een droom, waarvan de beelden direct vervluchtigen, terwijl je de emotie blijft voelen.
Afgelopen donderdag was het 1ste canto van de Hel aan de beurt, het begin van het hele werk, waarin de verteller (Dante natuurlijk) een reis maakt door achtereenvolgens de Hel, de Louteringsberg en de Hemel. Dit canto bevat een leuk detail. Dante probeert vanuit het donkere woud waarin hij verdwaald is (dat staat voor zijn zondige leven tot dan toe), op te klimmen naar de top van een berg waar de zon schijnt (hij probeert zijn leven te beteren). “En op de helling zette ik steeds mijn gewicht op de laagste voet”, zegt Dante vervolgens. Over deze zin is door Dante-experts kennelijk heel veel gediscussieerd, maar wie skiet begrijpt het meteen: het gewicht moet altijd op de DALski! Doe je dat niet, dan ga je op je bek. Een andere aardigheid is dat Benigni erg de nadruk legde op het feit dat bij alle droefenis die nog gaat komen in dit deel van de Commedia (het is tenslotte een beschrijving van de Hel), Dante toch zegt dat hij het geschreven heeft om de lezer het goede te laten zien. Daarmee is meteen duidelijk waar Benigni zijn inspiratie voor “La vita è bella” vandaan gehaald heeft: ook daarin gaat het erom het goede te blijven zien, ook al bevind je je in de hel.
Nadat hij zo een kwartier of drie een canto van zo’n 140 regels vers voor vers heeft doorgenomen, tekst bij de hand, zet Benigni zijn lessenaartje aan de kant en dan draagt hij toch eventjes dat hele canto uit zijn blote hoofd voor! Verbazingwekkend.
En zo zie je maar weer dat de grootste grappenmakers in wezen seer sereneuze mensen zijn. Neem mij nou …
Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen
zondag 16 december 2007
Dante op ski’s
Update
Omdat ik zo in m'n nopjes ben over het succes van afgelopen vrijdag, nogmaals een foto van het koor.
zaterdag 15 december 2007
Festa degli Auguri
“Het was een miserabel jaar voor Garlasco”, zei de voorzitter van de Lion’s Club gisteren in het Teatro Martinetti bij de opening van het “Festa degli Auguri”. Na de moord op de mooie Chiara Poggi afgelopen augustus met de daaropvolgende invasie van de pers en TV (we berichtten jullie daar al eerder over), en nu weer de dubbele (zelf?)moord van een oudere man en jonge vrouw, mocht er wel eens een vreugdevoller jaar volgen. Die avond maakten we daar alvast een begin mee want het was de premiere van “Joylux”, mijn gospelkoor. Alle 250 stoelen waren bezet in het theater dat
gemodelleerd is naar de Scala in Milaan, maar dan op Madurodam formaat. Samen met de doedelzakspelers van de folkloristische groep “I Pedra” waren we de sterren op die “serata benefica a favore di disabili mentali”. Je begrijpt, we zongen en speelden met z’n allen voor het goede doel.
De dag begon met het zoeken naar een pompstation die niet droog stond. In de buurt van het postkantoor waar ik toch al heen moest, wist ik er een paar te vinden. De een na de ander was “chiuso”. Ook bij die waar er pompbedienden rondliepen en geen ketting over de oprit was gespannen, was het “nee” verkopen. De meter begon ondertussen vervaarlijk dicht het nulpunt te naderen. Op de Vialle della Libertà was er één wel open en kon ik me daar in de rij auto’s aansluiten. Mijn vrees dat degene vóór mij de laatste druppel opeiste, kwam gelukkig niet uit. Blij èn met een volle tank keerde ik huiswaarts. Niets stond de rit naar Garlasco meer in de weg.
Het theater in en op het toneel de opstelling doorgenomen en de bewegingen geoefend. Begrijp me goed, er werd niet gedanst, maar een gospelgroep swingt, en moet dat natuurlijk wel gelijk doen zodat je niet tegen elkaar aanbotst. Toen dat allemaal er goed inzat in de kleedkamer onze toga’s aangetrokken en zitten wachten tot wij aan de beurt waren.
(Bericht van de ter plaatse aanwezig journalist voor de weblog Due Padroni:) Het optreden van de folkloristische groep “I Pedra” was een belevenis op zich. Op het toneel verscheen een groep overduidelijk folkloristisch uitgedoste Garlascianen en een sprekert nam het woord. Een echte sprekert, want hij nam er de tijd voor. Goed te verstaan was het gemompel niet, maar dat deed er ook niet echt toe. De volle aandacht werd getrokken door de groep zelf, door de uitdossing zoals gezegd maar vooral ook de bijbehorende gelaatsuitdrukkingen. Deed het beeld al denken aan de Josti-band, toen ze gingen spelen bleek de gelijkenis nog treffender. Zelden heb ik “Stille Nacht, Heilige Nacht” zo hard en verscheurend gehoord. Van het slaapliedje voor het kindeke Jezus van Brahms zou elke baby terstond ADHD-er worden. En de bijzondere intonatie die bij het spelen van “Adeste fidelis” werd gebezigd deed het glazuur van de tanden springen. In de loge naast mij rolde iemand van zijn pluchen stoel van het lachen. Gelukkig bleef het repertoire dat ten gehore werd gebracht beperkt tot 5 nummers. Dat nam al met al toch nog wel een klein uurtje in beslag, want de sprekert had na elk nummer weer iets te vertellen. Maar het toneelbeeld bleef de aandacht trekken. In het midden van het toneel was de man met de triangel opgesteld, zijn gelaatsuitdrukking varieerde van onverstoorbaar tot nog onverstoorbaarder. Aan de zijkant stonden vader en zoon te blokfluiten, allebei kort en gedrongen, met bolle wangen van het blazen. En dan met die Paddington-hoed diep over het voorhoofd getrokken ... nee, sommige beelden vergeet je niet snel meer. Als ik aan Garlasco denk, dan denk ik aan “I Pedra”.
Het optreden van “Joy Lux” daarna was een verademing voor de wat gevoeliger ziel en dito oren. Men begon voorzichtig met het rustiger werk, ingezet door een soliste. Gaandeweg kwam de swing er steeds meer in, en kwam ook de zaal, geheel platgeslagen door het Pedra-verschijnsel, weer tot leven. Dirigent Simone droeg daar door zijn enthousiasme duidelijk aan bij en hij wist de zaal zelfs tot het meezingen van "Kum ba ya my Lord" te bewegen. Uit het koor traden enkele internationale solisten naar voren, zoals Katherine met wat Engelse klassiekers en ook ene Nico Boots, die “O denneboom” ten gehore bracht, als onderdeel van een
medley in verschillende talen. Het optreden werd zo goed ontvangen, dat de zaal het koor tot enkele toegiften dwong, en we allen tegen twaalven geheel opgevrolijkt en enthousiast aan de hapjes en borrel konden.
(Tot zover onze journalist)
Die hapjes en de prosecco waren verzorgd door de Lion’s Club en vond gretig aftrek. Het was dringen om in de buurt van de tafels te komen, maar de kwaliteit was er dan ook wel naar. Het werd heel genoeglijk en iedereen was opgetogen dat ons optreden zo goed in de smaak was gevallen. We kregen allerlei complimentjes toegeworpen. En dan te bedenken dat ik een week geleden nog tegen Stef opmerkte dat ik me afvroeg wat dat worden moest. De repetities waren altijd chaotisch; soms kwam driekwart van de zangers niet opdagen en werd er meer aandacht besteed aan de toga’s dan aan het zingen zelf. Maar het kan verkeren. Een echt optreden inspireert blijkbaar. Nu nog op kerstavond in de nachtmis en tijdens de Hoogmis op kerstdag zelf het optreden van het gelegenheidskoor Santo Spirito. Als dat ook zo goed gaat, mag Simone niet klagen. Vanmorgen ontving iedereen van hem per email een bedankje samen met een gedicht dat hij wel bij de gelegenheid vond passen. Ik wil jullie dat niet onthouden. Dus voor wie het Italiaans machtig is.....
La Musica è il linguaggio dello spirito.
La sua melodia è come la brezza giocosa che fa vibrare d'amore le corde.
Quando le dita gentili della Musica bussano alla porta dei nostri sentimenti, risvegliano memorie da tempo celate nelle profondità del Passato.
I motivi tristi fanno affiorare ricordi tristi, e i motivi dolci fanno affiorare ricordi gioiosi.
Il suono delle corde ci fa piangere alla partenza di una persona cara, o sorridere
della pace donata da Dio.
Quando Dio creò l'Uomo gli diede la Musica come linguaggio, diverso da ogni altro linguaggio.
E l'Uomo primitivo cantò la sua gloria nel deserto; e la Musica ha avvinto il cuore dei re e li ha fatti scendere dal trono.
Il canto degli uccelli sveglia l'Uomo dal sonno, e lo invita a unirsi ai salmi di gloria innalzati all'Eterna Saggezza che ha creato il canto degli uccelli.
E una musica come questa ci induce a chiederci il significato dei misteri contenuti nei libri antichi.
L'Uomo, con il suo intelletto, non può sapere cosa dice un uccello, né cosa mormora il torrente, né cosa bisbigliano le onde quando sfiorano, lente e delicate, la spiaggia.
L'Uomo, con il suo intelletto, non può sapere cosa dice la pioggia quando tamburella sulle imposte.
Non può sapere cosa dice la brezza ai fiori dei campi.
Ma il cuore dell'Uomo riesce a sentire e afferrare il significato di questi suoni che fanno vibrare le corde dei suoi sentimenti.
L'Eterna Saggezza spesso gli parla una lingua misteriosa; Anima e Natura conversano, mentre l'Uomo rimane muto e confuso.
E tuttavia non è mai accaduto che l'Uomo piangesse, ascoltando dei suoni?
E non sono, le sue lacrime, un eloquente segno di COMPRENSIONE?
(da ... La voce del Maestro).
vrijdag 14 december 2007
La benzina è esaurita
Hebben jullie dat ook wel eens? Er gebeurt van alles in de wereld om je heen en jij bent je nergens van bewust, leeft in heerlijke onwetendheid. Dat overkwam me gisteren. Nadat ik Saar had uitgelaten, had ik voor mezelf koffie gezet en begon de website van de Volkskrant te scannen. Waar viel mijn oog het eerst op? Een foto van een Italiaans tolplein vol vrachtauto’s. Met daaronder het bericht dat Italië verlamd was, mensen in paniek omdat er nergens meer vers fruit, of benzine te krijgen was. Moet ik in een Nederlandse krant lezen wat ik om mij heen zou moeten kunnen zien en horen? Ik wreef eens goed mijn ogen uit. Las ik dat wel goed. Paniek? Lege schappen in de winkel? Toegegeven, de laatste dagen was ik niet veel buiten geweest. Een kleine verkoudheid, misschien een griepje, had me grotendeels binnengehouden. Maar die morgen was ik er op uit geweest met Saar, naar de EuroSpar gegaan en daar sperziebonen voor die avond gehaald. Maar daar geen lege schappen! Laat staan kijvende huisvrouwen die vechten om de laatste penen of finocchio’s. De bejaarden schuifelden net als anders langs de keurig vol gestapelde schappen met pomodori's en andere groenten. Niks geen tekorten dus. Leefde ik wel in dezelfde wereld als de Volkskrant?
De TV staat bij ons vaak aan met o.a. Telegiornale van Rai Uno. Vaak luister ik er maar met een half oor naar en stakingen zijn hier toch aan de orde van de dag. Als er weer zo’n aankondiging komt, gaat het daarom het ene oor in en het andere uit. Laatst nog hadden de postbodes van Pavia om de een of andere reden hun scootertjes aan de kant gezet. Wat geeft het? Of de post nu na 10 of 12 dagen wordt bezorgd? Te laat is het altijd. Maar gisteravond toch wat beter opgelet op wat TG1 te melden had. Ik begreep dat de blokkades heel ingrijpend waren en veel economische schade aanrichtten, maar ik ving ook op dat de bonden van de vrachtwagenchauffeurs inmiddels met de regering Prodi een akkoord hadden bereikt en dat de blokkades opgeheven zouden worden. Die zelfde avond nog. Ik haalde opgelucht adem. Daar was ik toch mooi ontsnapt aan een leven op water en droge crackers, want de voorraadkast moest inmiddels nodig worden aangevuld!
Meteen vandaag de Esselunga langs en ook maar even omrijden om de benzinetank vol te gooien, want morgen moeten we naar Garlasco. Het oranje lampje dat waarschuwt wanneer de hoeveelheid benzine krap an begint te worden, brandde vrolijk toen ik de auto startte. Maar hoewel de blokkades dus al voorbij zijn, trof ik bij het verlaten benzinepompstation geen pompbediende maar wel een kaart aan met de mededeling: “la benzina è esaurita”, de benzine is op. De blokkades waren toch opgeheven? Dat wordt dan nog spannend of ik morgen wel ergens kan tanken. Stef zal op z’n fiets op weg naar de universiteit een paar pompstations afgaan om te checken of daar wel getankt kan worden. Dan hoef ik niet op een bijna lege tank vruchteloos rond te rijden.
Waarom is het zo belangrijk dat we een volle tank hebben? Wel, omdat morgenavond de grote dag is. Dan is er in Garlasco de premiere van het Gospelkoor “JoyLux”. En zonder sap in de tank komen we daar nooit! En dat na al dat oefenen en de prachtige toga’s die we er inmiddels voor hebben aangeschaft. Simone de dirigent staat er helemaal in te swingen als stond hij echt in een kerk in Alabama. Theater Martinetti in Garlasco is al helemaal uitverkocht. Met moeite heb ik voor Stef nog een kaart kunnen regelen. Hij zit nu in de loge waar ook de ouders van Simone zitten.
Over theaters gesproken. Afgelopen dinsdag zijn we hier voor het eerst naar de opera geweest. Een uitvoering van “Macbeth”van Guiseppe Verdi. Ik kende de opera nog niet. Het toneelstuk van Shakespeare natuurlijk wel en dat helpt om het verhaal te kunnen volgen. Het was geen uitvoering zoals je in de Scala van Milaan kan verwachten met wereldsterren, en dito orkest. De productie kun je, denk ik, vergelijken met die Nederlandse Reisopera: degelijk en op niveau. We hebben er echt van genoten. Bovendien is Theater Fraschini zo´n heerlijk klassiek 19de-eeuws theater met rondom de zaal vier rijen loges en daar boven nog het schellinkje, de rang met goedkope staanplaatsen. Boven het toneel zie je een enorme klok (weet je of je de laatste trein mist) en op het plafond is een grote trompe-l'œil schildering aangebracht van de muze van de muziek (?). Opvallend was dat er net als in Amsterdam, in Fraschini ook boventitel apparatuur aanwezig was. Blijkbaar om de Italianen het gezongen 19e- eeuwse Italiaans te kunnen laten volgen, maar het leek net of ik nog een vreemde taal voor de kiezen kreeg!
Verder is het belangrijkste nieuws vandaag dat de moeder van Stef vandaag haar 81ste verjaardag viert. Ook zij moet inmiddels aan het wonder van internet bellen geloven!
woensdag 12 december 2007
Candlelight
Vandaag een poëtische bijdrage van wachtmeester Wagtmans, getiteld “Wachten”:
Wachten
wachten wachten wachten
wachten op de notaris
wachten op een koper
wachten op de makelaar
wachten wachten wachten
wachten op een antwoord
wachten als meneer Van Dale
wachten tot je het begrijpt
(dat van het wereldraadsel en jezelf)
wachten wachten wachten
wachten op een boek
wachten op het uitgelezen moment
wachten op het hoogtepunt
(coïtus interruptus)
wachten wachten wachten
wachten in een lijst
wachten op een woord
wachten voor de hond
wachten tot je een ons weegt
wachten tot sint Juttemis
wachten tot Pasen en Pinksteren op één dag vallen
wachten wachten wachten
IK HÁÁT WACHTEN!
Noot van de uitgever:
Het wachten is op het verschijnen van de eerste bundel van de heer Wagtmans, met, naar verwachting, de titel “Wachtkamers”.
Ondertussen verwijzen we liefhebbers van deze soort van poëzie graag naar de volgende bundels: Theobald Tiger: Fromme Gesänge
Peter Panter: Träumereien an preußischen Kaminen
Ignaz Wrobel: Dürfen darf man alles
Kurt Tucholsky: Das Lächeln der Mona Lisa
Kurt Tucholsky: Lerne lachen ohne zu weinen
of naar http://www.tucholsky.net/ .
PS Het wachten is beloond! De notaris heeft gebeld: maandag 7 januari 9:15 uur tekenen we de akte. Ook de eerste kandidaatkoper voor de Kervelgaarde heeft gebeld: af.
dinsdag 11 december 2007
Bitch is getrouwd!
Dat wisten we al. Met wie of wat? Met haar werk natuurlijk. En haar koor, piano, zoon en (verre) vrienden. Maar ook met Chris. Jawel, 17 (+/-?) jaren alweer! Daarom van harte vanaf deze openbare kant, namens de peetvaders-padroni en onze eigen teef hier ten huize. We kijken uit naar jullie komst naar Pavia, zodat we het ook in gezamenlijk dronkenschap nog eens kunnen vieren. Voor de scabreuze details van de viering door het echtelijke paar zelf, verwijs ik naar de weblog van de Bitch, maar heb geduld, zij zal eerst haar roes uit moeten slapen (een dag of wat): http://bitchvandebovenbouw.web-log.nl/
PS ik hoor net dat het 18 jaar getrouwd is en 25 jaar liaison. Even goed gefeliciteerd hoor.
Het uitgelezen moment
dat is wat anders dan een uitgelezen boek (of niet …). Ik bedoel natuurlijk “il momento squisito”, “l’heure exquise[1]”, hét moment om iets te doen of ergens met iemand te zijn. Jullie merken het al aan dit metafysische gel..: dit wordt weer een vermoeiende bijdrage aan tante Stef’s culturele knutselhoekje. Het aantal lezers van de weblog reduceer ik hiermee meteen tot de helft, ik weet het, zodat er nog 3 over blijven (te weten ikzelf, Saar en C te Z). Toch ga ik door, ik heb nu eenmaal een ei en ik moet het kwijt. Bovendien valt het (deze keer) wel mee, denk ik, want het gaat over mijn studiebezigheden! Allemaal weer wakker? Ik hou me namelijk bezig met de middeleeuwse astrologie (wisten jullie al) en wel in het bijzonder met een speciale techniek, “electies” genaamd, die eruit bestaat dat je aan de hand van de stand van de sterren hét optimale moment om iets te ondernemen (een oorlog beginnen, trouwen, een huis kopen …) probeert vast te stellen. Het uitgelezen moment dus (zie je wel het komt allemaal op haar hondepootjes terecht).
Wat is er aan de hand met die electies, dat op dit moment (uitgelezen of niet) de moeite van het vermelden waard is? Wel, het blijkt dat de geleerden het met elkaar op dit gebied lustig oneens zijn. Er heerst verwarring alom over wat die electies nu wel/niet zijn en wat ze wel/niet vooronderstellen. De een zegt dit, de ander spreekt het tegen. Tijd voor een helder wiskundehoofd om klaarheid te scheppen: hier ligt een schone taak zou Bommel zeggen. Na een flink aantal weken heb ik mezelf een beetje een beeld gevormd van wat electies nu precies zijn en verbaas me dientengevolge over wat er allemaal over beweerd wordt (meestal ongefundeerd en niet beargumenteerd). Eigenlijk stond ik op het punt hierover maar een stuk te gaan schrijven … tot ik op een paar opmerkingen over Ptolemaeus stuitte … hè? wat zegt A nu? Maar dat is toch volkomen in strijd met hoe B het heeft uitgelegd? Kortom, daar gaan we weer.
Waarom is Ptolemaeus zo interessant? Welnu, Ptolemaeus is de grondlegger van het geocentrische wereldbeeld (de aarde staat in het midden, de planeten en de sterren, incl. de zon draaien eromheen) dat een kleine 1500 jaar heeft standgehouden, tot men tot het besef kwam dat de aarde om de zon draait en niet andersom. Deze theorie heeft hij omstreeks 100 n.Chr beschreven in het astronomische standaardwerk, de Almagest. Máár … deze zelfde Ptolemaeus heeft ook een net zo tot standaard verheven werk over de astrologie geschreven, bekend als de Tetrabiblos. Dit tot verdriet van vele wetenschapshistorici die deze held graag in hun positivistische annalen hadden bijgeschreven, als zijnde wars van “pseudowetenschappen”, zoals de astrologie.
Over de astrologische inhoud van het werk van deze Ptolemaeus bleken de geleerden het nu dus ook al niet eens! Even verder spitten dacht ik toen, daar moet toch duidelijkheid over te krijgen zijn. En nu, een weekje later, heb ik de hele Tetrabiblos doorgenomen en kom ik tot de verbijsterende conclusie dat ook hier velen maar wat schrijven of overschrijven zonder bewijs te leveren. Zo ook over de mij geliefde electies: telkens lees ik dat Ptolemaeus hier “niet aan deed”, want het paste niet in zijn theorie over hoe de astrologie werkt. Dit blijkt dus onzin, concludeer ik nu, na lezing van het werk, en denkende te weten wat die electies zijn. Ptolemaeus blijkt (volgens mij dan) bijna precies te doen wat andere astrologen electies noemen! In ieder geval is de techniek van de electies niet in strijd met wat Ptolemaeus voorstelt, in tegenstelling tot wat werkelijk iedereen beweert. Ben ik gek, of zij? Dat zal moeten blijken: het wordt tijd om een en ander eens op te schrijven (nu wél met bewijs en argumentatie) en voor te leggen aan een paar deskundigen op dit gebied. Kunnen ze me lekker afmaken … Spannend hè? Ik vind van wel en afgelopen vrijdag zat ik geheel alleen in een totaal verlaten universiteitsgebouw na te hijgen van mijn ontdekking. Ik kon gewoon niet naar huis, feestweekend of niet (daarom was verder iedereen al naar huis): stond het er echt zo bij Ptolemaeus? Ja, het stond er echt. Jullie horen nader, zodra ik afgeslacht ben.
Een raadseltje tot slot: wat zijn electies volgens een Chinees?
[1] Om precies te weten wat dat uitgelezen moment dan wel is, verwijs ik graag naar een ander knutselhoekje van mezelf, waar muziek, tekst en zang tot in perfectie zijn samengebracht om het exquisiete moment tot leven te brengen: http://home.planet.nl/~boots/laluneblanche.htm (klik op de mp3-muziekbestanden).