„Even kijken, ja het kan geloof ik,” mompelt de bestuurder van de Fiat in zichzelf en trekt langzaam op. Hij staat op een zijweg van de provinciale, wil linksaf en moet zich daarvoor in de passerende verkeersstroom zien te voegen. „Nee, toch niet!” roept de bestuurder nu van schrik en trapt op de rem. Zijn motor slaat (ook geschrokken?) af. „Porca miseria!” briest de eigenaar. De auto die de Fiatbestuurder deed schrikken, kruipt tergend langzaam voorbij. Hij had er gemakkelijk voor gekund, beseft de hij en start de motor weer op.
Door de mislukte invoegpoging van daarnet is de Fiat iets naar voren geschoven en steekt met zijn neus een stukje op de provinciale weg. Er komt nu van links een continue stroom auto’s aan, telkens met precies zo’n onderlinge afstand dat hij er niet tussen kan. Van rechts komt er nu natuurlijk niks. „Het lijkt wel of ze het erom doen!” mompelt de Fiat-eigenaar geërgerd. De bestuurders van de auto’s die van links komen zien een Fiat die wil invoegen en al half op hun rijstrook staat. Ze zijn bang dat hij opeens vooruit zal schieten en minderen voor de zekerheid vaart. Tot ergernis van de Fiat-man die nu bijna tegen zichzelf schreeuwt: „Porca giuda Als ze vlakbij zijn, remmen ze ook nog eens af. Waarom? Vai, vai, schiet toch eens op!”
Uiteindelijk valt er een gat in de stroom van links. Hoera! denkt de bestuurder, kijkt naar rechts en ziet daar verdorie toch weer een auto aankomen. Wat nu? Hij schat de snelheid in en ... Nee, hij is al te dichtbij. Maar van links komt nog steeds niets. Dus toch maar snel? Nee, te riskant. Of niet?
Op het allerlaatste moment waagt de Fiat-bestuurder het er toch op en slaat linksaf. Eenmaal op de provinciale moet hij direct naar z’n drie schakelen maar daarbij verliest hij zoveel snelheid dat hij bijna tot stilstand komt. De op hem af rijdende bestuurder ziet dat de Fiat tot zijn afgrijzen pas op het laatste moment invoegt (hij had verdorie uren de tijd!) en remt al een beetje af maar moet nu vol in de ankers om niet op de stilstaande Fiat te knallen. „Ma che cazzo! Wat een l.u.l.! als je niet kunt autorijden blijf dan thuis!”
Meer leuke Italieverhalen lezen? Koop of download mijn drie boeken Italiaanse Toestanden!
Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen
Posts tonen met het label vakantiehuis italie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantiehuis italie. Alle posts tonen
woensdag 21 maart 2018
dinsdag 6 februari 2018
Little Italy - Com’è piccola Italia!
Mariarosa en Elena stonden me al breedlachend op te wachten bij onze stand op de Little Italy beurs in Amsterdam. Waren ze echt zo blij mij te zien? Ze zaten zelfs een beetje naar elkaar te grinniken als twee bakvissen die met hun schoolmeester wilden gaan flirten maar het niet echt durfden. Nu is Mariarosa altijd al een niet te stuiten tornado die constant aan het woord is, ideeën oppert en opdrachten uitdeelt (Vai! Vai! Aan de slag!) maar Elena is meestal bedachtzamer. Er moest dus wel iets bijzonders aan de hand zijn. Later vertelde Tommy, de enige man in het Italiaanse gezelschap (hij noemde het quasi-zuchtend een femminocrazia), dat hij ook had gemerkt dat er iets aan de hand was met de twee dames. Tommy had een eigen kamer in het Holiday Inn vlak bij het Westergasfabriek-terrein waar de beurs plaatsvond en die kamer lag naast die van Mariarosa en Elena. Gister om kwart voor een ’s nachts hoorde hij opeens gegiechel in de kamer van zijn collega’s. Wat zijn die twee midden in de nacht nog aan het doen dat zo leuk is, vroeg hij zich af. ’s Ochtends had hij het ze gevraagd, beschroomd want als een echte Italiaan vond hij de vraag wel erg brutaal, en hadden Elena en Mariarosa het hem proestend van het lachen verteld.
Een aantal weken geleden had ik Mariarosa op haar verzoek een pdf-bestand met de Engelse vertaling van mijn boek ’Italiaanse Toestanden’ toegestuurd. Aan lezen was ze uiteraard niet toegekomen want haar dagen (en nachten?) raken altijd vanzelf gevuld met nieuwe ideeën, opdrachten, contacten etc. De kleine tornado, die haast wel een dubbelgangster van Sylvia de Leur leek, rust nooit. Tommy vertelde ons dat Mariarosa eens per maand naar de kapper direct naast het kantoor ging en van daaruit vrolijk verder ging met appen en posten op Facebook, Instagram etc. Eenmaal werd hij zelfs door haar opgeroepen even langs te komen voor een idee, zaak, klusje of iets dergelijks en trof hij haar vol in de haarshampoo bij de kapper aan, mobiel in haar hand. Omdat het haar dus met geen mogelijkheid lukte aan mijn boek te beginnen, had Mariarosa de pdf-file daarom maar naar Elena doorgestuurd. Opdracht: Lezen! Vai!
Gisteravond besloot Elena dat ze ondanks de vermoeidheid van de eerste beursdag toch minstens een hoofdstuk van het boek gelezen wilde hebben (gelukkig zijn de hoofdstukken kort). Maar ze kwam niet verder dan een paar alinea’s, tot het moment dat ze de naam van onze vermaledijde makelaar Olita voor het eerst tegenkwam. Neeeeee, dacht ze, het is niet waar! Ze vertelde het meteen aan Mariarosa die rechtovereind schoot. Wat? Olita, komt die kl...z.k in het boek voor? En toen begonnen ze dus allebei te lachen, wat Tommy in de kamer ernaast hoorde. Het bleek, zo vertelden ze mij nu, staand voor de balie, dat zij met hun reisorganisatie ook met Olita van doen hadden gehad. Met dezelfde negatieve ervaringen. „Un ignorante!” riep Mariarosa fel. „Maar van welk kasteel wist hij de naam nou niet?” vroegen de dames mij, refererend aan de passage in mijn boek waarin ik beschrijf dat we met Olita voor het eerst de Oltrepò bezochten en hij ons niet kon vertellen hoe het niet te missen kasteel heette. „Cigognola,” zei ik. „Nooooo,” riepen Elena en Mariarosa in koor. „Non è possibile!” Maar het was toch echt waargebeurd. Wat een coincidenza, toeval, dat we allebei met die sukkel te maken hadden gekregen.
Om hun leespret niet te bederven, vertelde ik hun verder niets maar zei alleen dat het ergste met Olita nog moest komen. Bij deze toevallige gezamenlijke ’kennis’ bleef het echter niet want de volgende dag kwamen we er achter dat ze ook de fameuze makelaar Necchi kenden die het huis in de verkoop had dat Cora en Marco wilden maar van hem niet mochten kopen! De ex van Mariarosa was notaris en kende daardoor vrijwel alle makelaars de streek. „Die Necchi is nog erger,” verklaarde Mariarosa. „Dat is een arrogante!” Over Necchi vertelde ik hun iets meer in detail, want die verhalen komen pas in deel 4 van mijn Italiaanse Toestanden. (Deel 4? Wanneer? Waar? Hoe? hoor ik u denken. Nog even geduld!) En daarmee waren de coincidenze nóg niet uitgeput want het bleek dat de reisorganisatie die Mariarosa bestierde ook cultuurtrips naar Engeland voor middelbare scholen verzorgt en begeleidt. Maar mijn vaste pilatescollega Cecilia reisde als docente biologie toch ook eens per schooljaar met haar klas naar Engeland? dacht ik. En ja hoor, „La nostra Cecilia!” riepen Mariarosa, Elena én Tommy in koor. „Che coincidenza!”
Mede door deze gebeurtenissen raakten wij Due Padroni steeds meer met onze Italiaanse collega’s vertrouwd en begonnen we ook mee te doen met de plaagstoten die zij elkaar toedienden. Dat had ook zijn nadelen. Toen we na een lange beursdag in een café aan de bitterballen zaten (vonden ze lekker, die Italiaantjes) was Marierosa als enige nog niet uitgeraasd. Ze was al bezig met een blogje van de dag en vroeg mij of ik de tekst in het Nederlands kon vertalen. „Tuurlijk,” zei ik, nietsvermoedend, want morgen had ik vast wel weer energie. Een halve minuut later hoorde ik ’pling’ op mijn telefoon en direct daarop een hoog vrouwenstemmetje dat „Vai!” zei. „Aan de slag!” Wat? Nu? Meteen? Ik keek Tommy, die vlak naast mij zat, meewarig aan en fluisterde hem, nog net verstaanbaar voor Mariarosa, toe: „Maar wat betekent ’vai’ eigenlijk in het Italiaans? Is het toevallig ’beste vriend, zou je alsjeblieft als je even tijd hebt dit en dat voor mij willen doen?’?” Tommy knikte, glimlachte en zei: „Eh, te l’ho detto. Femminocrazia.”
Een aantal weken geleden had ik Mariarosa op haar verzoek een pdf-bestand met de Engelse vertaling van mijn boek ’Italiaanse Toestanden’ toegestuurd. Aan lezen was ze uiteraard niet toegekomen want haar dagen (en nachten?) raken altijd vanzelf gevuld met nieuwe ideeën, opdrachten, contacten etc. De kleine tornado, die haast wel een dubbelgangster van Sylvia de Leur leek, rust nooit. Tommy vertelde ons dat Mariarosa eens per maand naar de kapper direct naast het kantoor ging en van daaruit vrolijk verder ging met appen en posten op Facebook, Instagram etc. Eenmaal werd hij zelfs door haar opgeroepen even langs te komen voor een idee, zaak, klusje of iets dergelijks en trof hij haar vol in de haarshampoo bij de kapper aan, mobiel in haar hand. Omdat het haar dus met geen mogelijkheid lukte aan mijn boek te beginnen, had Mariarosa de pdf-file daarom maar naar Elena doorgestuurd. Opdracht: Lezen! Vai!
Gisteravond besloot Elena dat ze ondanks de vermoeidheid van de eerste beursdag toch minstens een hoofdstuk van het boek gelezen wilde hebben (gelukkig zijn de hoofdstukken kort). Maar ze kwam niet verder dan een paar alinea’s, tot het moment dat ze de naam van onze vermaledijde makelaar Olita voor het eerst tegenkwam. Neeeeee, dacht ze, het is niet waar! Ze vertelde het meteen aan Mariarosa die rechtovereind schoot. Wat? Olita, komt die kl...z.k in het boek voor? En toen begonnen ze dus allebei te lachen, wat Tommy in de kamer ernaast hoorde. Het bleek, zo vertelden ze mij nu, staand voor de balie, dat zij met hun reisorganisatie ook met Olita van doen hadden gehad. Met dezelfde negatieve ervaringen. „Un ignorante!” riep Mariarosa fel. „Maar van welk kasteel wist hij de naam nou niet?” vroegen de dames mij, refererend aan de passage in mijn boek waarin ik beschrijf dat we met Olita voor het eerst de Oltrepò bezochten en hij ons niet kon vertellen hoe het niet te missen kasteel heette. „Cigognola,” zei ik. „Nooooo,” riepen Elena en Mariarosa in koor. „Non è possibile!” Maar het was toch echt waargebeurd. Wat een coincidenza, toeval, dat we allebei met die sukkel te maken hadden gekregen.
Om hun leespret niet te bederven, vertelde ik hun verder niets maar zei alleen dat het ergste met Olita nog moest komen. Bij deze toevallige gezamenlijke ’kennis’ bleef het echter niet want de volgende dag kwamen we er achter dat ze ook de fameuze makelaar Necchi kenden die het huis in de verkoop had dat Cora en Marco wilden maar van hem niet mochten kopen! De ex van Mariarosa was notaris en kende daardoor vrijwel alle makelaars de streek. „Die Necchi is nog erger,” verklaarde Mariarosa. „Dat is een arrogante!” Over Necchi vertelde ik hun iets meer in detail, want die verhalen komen pas in deel 4 van mijn Italiaanse Toestanden. (Deel 4? Wanneer? Waar? Hoe? hoor ik u denken. Nog even geduld!) En daarmee waren de coincidenze nóg niet uitgeput want het bleek dat de reisorganisatie die Mariarosa bestierde ook cultuurtrips naar Engeland voor middelbare scholen verzorgt en begeleidt. Maar mijn vaste pilatescollega Cecilia reisde als docente biologie toch ook eens per schooljaar met haar klas naar Engeland? dacht ik. En ja hoor, „La nostra Cecilia!” riepen Mariarosa, Elena én Tommy in koor. „Che coincidenza!”
Mede door deze gebeurtenissen raakten wij Due Padroni steeds meer met onze Italiaanse collega’s vertrouwd en begonnen we ook mee te doen met de plaagstoten die zij elkaar toedienden. Dat had ook zijn nadelen. Toen we na een lange beursdag in een café aan de bitterballen zaten (vonden ze lekker, die Italiaantjes) was Marierosa als enige nog niet uitgeraasd. Ze was al bezig met een blogje van de dag en vroeg mij of ik de tekst in het Nederlands kon vertalen. „Tuurlijk,” zei ik, nietsvermoedend, want morgen had ik vast wel weer energie. Een halve minuut later hoorde ik ’pling’ op mijn telefoon en direct daarop een hoog vrouwenstemmetje dat „Vai!” zei. „Aan de slag!” Wat? Nu? Meteen? Ik keek Tommy, die vlak naast mij zat, meewarig aan en fluisterde hem, nog net verstaanbaar voor Mariarosa, toe: „Maar wat betekent ’vai’ eigenlijk in het Italiaans? Is het toevallig ’beste vriend, zou je alsjeblieft als je even tijd hebt dit en dat voor mij willen doen?’?” Tommy knikte, glimlachte en zei: „Eh, te l’ho detto. Femminocrazia.”
woensdag 31 januari 2018
Bulldozerkip of scharrelmachine?
Giuseppe stond van een afstand te gebaren. Hij beeldde een fles uit. Uiteraard wilden wij graag wijn bij het eten! De vraag die meer gerechtvaardigd zou zijn, was of we eten wilden bij de wijn ;-). Maar nee, natuurlijk aten we graag een pizza hier bij Osteria La Versa, een van de betere adressen voor dit meest Italiaanse van alle Italiaanse gerechten. Giuseppe bedoelde dit echter allemaal niet. Hij wilde weten of we weer dezelfde wijn wilden die we de laatste keren steeds genomen hadden. En dat wilden we want die rode Bonarda was ons erg goed bevallen.
Jarenlang (zijn het echt al jaren? Even terugrekenen: ja, het zijn al jaren, il tempo corre) schonk Giuseppe, de sympathieke cameriere van de osteria ons iedere keer als we er kwamen een andere rode wijn. Wel steeds de bruisende boeren-Bonardawijn maar telkens van een ander wijnbedrijf. De resultaten waren wisselend, meestal was de wijn gewoon lekker, soms zat er een tussen die te scherp, wrang, zuur of bitter was. Giuseppe had nog jaren door kunnen gaan met deze voorstelling (er zijn honderden wijnmakers in de Oltrepò) ware het niet dat hij een paar maanden geleden midden in de rode roos schoot. Alleen al de kleur van de Bonarda die hij toen uitschonk, was onweerstaanbaar. Een diep-purperen, bijna zwarte bruiswijn vulde gulzig onze glazen. Die moest wel lekker zijn, dachten wij meteen. En dus was hij lekker, want de weg naar de maag van de echte enonauta gaat via het oog.
Wij knikten dus enthousiast van ja op Giuseppe’s gebarentaal. Graag die Bonarda van Cantina Fratelli Agnes weer! De cantina kenden we al veel langer, ook vanwege de op ons ietwat vreemd overkomende naam (de broers Agnes?), maar op deze bonarda had Giuseppe ons dus attent gemaakt. Campo del Monte heette hij. We moesten maar eens bij het wijnbedrijf langsgaan om een paar doosjes in te slaan, dachten we iedere keer, om het vervolgens niet te doen. Osteria La Versa was altijd dichterbij en lag (gevaarlijk!) op de route naar het dorpje Rovescala waar de gebroeders Agnes hun lekkere Bonarda produceerden. Een goede plek dat Rovescala want het is het oudste wijnproducerende dorp van de streek met de vroegste schriftelijke getuigenis uit 1192.
Het belangrijkste, de wijn, was geregeld. Wat bracht ons de menukaart? Sinds een week of zo was die vernieuwd en we zagen dat er gerechten op stonden die we nog niet eerder gezien hadden. En doordat namen van gerechten in een vreemde taal de moeilijkst te leren dingen zijn, voelden we ons weer even beginners in het Italiaans. Wat was bijvoorbeeld gallinella ruspante? Het was vast een kipachtige, maar ruspante? Een ruspa was een bulldozer, dat wisten we nog uit de tijd dat onze aannemer Torti (still going strong, 81 jaar inmiddels) ermee over onze parkeerplaats en door onze tuin tekeerging. Dus bood het menu uitzicht op een ... bulldozerkip? De Italiaanse variant van een plofkip? Dat nooit! We vroegen raad aan Giuseppe.
Het was duidelijk de avond van de gebarentaal want ook nu wist Giuseppe niet beter dan wat handbewegingen te maken om het ons uit te leggen. Het ging inderdaad om een kip maar wat beeldde zijn hand uit? Die scharrelde maar wat heen en weer over een denkbeeldig terrein. Scharrelen? Scharrelkip, dat was het natuurlijk! Precies het tegenovergestelde van een plofkip. Maar dan was een bulldozer dus een scharrelmachine? Zou je niet zeggen als je destijds het resultaat van Torti’s gescharrel zag. In Italië hadden ze dus ook scharrelkippen. Weer iets geleerd. Maar wat zou een plofkip in het Italiaans zijn? Pollo gonfiabile? Pollo bum? Wie weet het?
PS
Ik ontdekte dat er ook maschi ruspanti bestaan, scharrelmannen! Begin jaren '70 is er een Italiaanse film over gemaakt. Toch maar eens beter om me heenkijken hier. Of geeft u de voorkeur aan een bulldozerman die met gespierde armen de stuurknuppels van het stoere graafapparaat bedient?
Jarenlang (zijn het echt al jaren? Even terugrekenen: ja, het zijn al jaren, il tempo corre) schonk Giuseppe, de sympathieke cameriere van de osteria ons iedere keer als we er kwamen een andere rode wijn. Wel steeds de bruisende boeren-Bonardawijn maar telkens van een ander wijnbedrijf. De resultaten waren wisselend, meestal was de wijn gewoon lekker, soms zat er een tussen die te scherp, wrang, zuur of bitter was. Giuseppe had nog jaren door kunnen gaan met deze voorstelling (er zijn honderden wijnmakers in de Oltrepò) ware het niet dat hij een paar maanden geleden midden in de rode roos schoot. Alleen al de kleur van de Bonarda die hij toen uitschonk, was onweerstaanbaar. Een diep-purperen, bijna zwarte bruiswijn vulde gulzig onze glazen. Die moest wel lekker zijn, dachten wij meteen. En dus was hij lekker, want de weg naar de maag van de echte enonauta gaat via het oog.
Wij knikten dus enthousiast van ja op Giuseppe’s gebarentaal. Graag die Bonarda van Cantina Fratelli Agnes weer! De cantina kenden we al veel langer, ook vanwege de op ons ietwat vreemd overkomende naam (de broers Agnes?), maar op deze bonarda had Giuseppe ons dus attent gemaakt. Campo del Monte heette hij. We moesten maar eens bij het wijnbedrijf langsgaan om een paar doosjes in te slaan, dachten we iedere keer, om het vervolgens niet te doen. Osteria La Versa was altijd dichterbij en lag (gevaarlijk!) op de route naar het dorpje Rovescala waar de gebroeders Agnes hun lekkere Bonarda produceerden. Een goede plek dat Rovescala want het is het oudste wijnproducerende dorp van de streek met de vroegste schriftelijke getuigenis uit 1192.Het belangrijkste, de wijn, was geregeld. Wat bracht ons de menukaart? Sinds een week of zo was die vernieuwd en we zagen dat er gerechten op stonden die we nog niet eerder gezien hadden. En doordat namen van gerechten in een vreemde taal de moeilijkst te leren dingen zijn, voelden we ons weer even beginners in het Italiaans. Wat was bijvoorbeeld gallinella ruspante? Het was vast een kipachtige, maar ruspante? Een ruspa was een bulldozer, dat wisten we nog uit de tijd dat onze aannemer Torti (still going strong, 81 jaar inmiddels) ermee over onze parkeerplaats en door onze tuin tekeerging. Dus bood het menu uitzicht op een ... bulldozerkip? De Italiaanse variant van een plofkip? Dat nooit! We vroegen raad aan Giuseppe.
Het was duidelijk de avond van de gebarentaal want ook nu wist Giuseppe niet beter dan wat handbewegingen te maken om het ons uit te leggen. Het ging inderdaad om een kip maar wat beeldde zijn hand uit? Die scharrelde maar wat heen en weer over een denkbeeldig terrein. Scharrelen? Scharrelkip, dat was het natuurlijk! Precies het tegenovergestelde van een plofkip. Maar dan was een bulldozer dus een scharrelmachine? Zou je niet zeggen als je destijds het resultaat van Torti’s gescharrel zag. In Italië hadden ze dus ook scharrelkippen. Weer iets geleerd. Maar wat zou een plofkip in het Italiaans zijn? Pollo gonfiabile? Pollo bum? Wie weet het?
PS
Ik ontdekte dat er ook maschi ruspanti bestaan, scharrelmannen! Begin jaren '70 is er een Italiaanse film over gemaakt. Toch maar eens beter om me heenkijken hier. Of geeft u de voorkeur aan een bulldozerman die met gespierde armen de stuurknuppels van het stoere graafapparaat bedient?
zondag 13 augustus 2017
Rallentare
Al in de Valle Scuropasso zat ze voor me, de grijze dame in de Italiaanse truttenschudder bij uitstek, de Fiat Panda. Dat ik ook zo’n auto heb, is een heel andere zaak natuurlijk want ik houd wel van doorrijden. Zij niet. Ze sukkelde vooruit en inhalen was op de bochtige weg geen optie. Na een paar kilometer naderden we wegwerkzaamheden. Nou ja, werkzaamheden: iemand was vlak langs de weg wat aan het graven. Mevrouw remde desalniettemin af. We krópen er voorbij. Maar gek genoeg kreeg mijn voorligster daarna opeens zin in het gaspedaal, schoot vooruit en sneed de volgende bocht af. Oeps, tegenligger. Met een ruk aan het stuur, ja ze is nog kwiek!, wist ze een frontale botsing net te vermijden. Van schrik remde ze daarna weer fors af. Rallentare heet dat op zijn Italiaans: waarom denk ik toch altijd dat rallentare versnellen betekent?
We waren ondanks de slakkengang toch bijna in Broni, waar ik weer eens naar het postkantoor moest. Bij elke afslag verwachtte ik dat ik van mijn trage plaaggeest verlost zou worden. Maar nee, ze nam steeds de weg die ik ook in de planning had. Ze zou toch niet ook? dacht ik. Welnee, dat zou wel heel toevallig zijn. Inmiddels was ik bijna bij ’mijn’ afslag en schakelde ik, heel on-Italiaans, de linker freccia, richtingaanwijzer, in. Gelukkig, zij niet. Maar wat was dat? Ze sloeg zomaar opeens af naar links! Zonder freccia, ik had het kunnen weten. En welja, mevrouw parkeerde ook nog op de invalidenparkeerplaats recht voor de deur van het postkantoor. Niet te geloven. Ik passeer (eindelijk, maar net nu ik het niet wil) en moet nog een heel eind rijden om een krap plekje voor mijn Pandaatje te vinden. Terwijl ik terugloop, zie ik het oude grijsje toch nog tamelijk kwiek naar de ingang van het postkantoor lopen. Hoezo gehandicapt? Ook dat had ik kunnen weten want bij de supermarkt zijn de zo handig dicht bij de ingang gelegen invalide-parkeerplaatsen ook altijd bezet, terwijl ik in de winkel zelf zelden een gehandicapte medemens tegenkom. Op Sicilië schijnt zelfs tweederde van de bevolking een gehandicaptenparkeervergunning te hebben.
Eenmaal binnen in het postkantoor zie ik hoe mevrouw de pseudo-invalida na enige aarzeling een nummertje uit de elektronische console weet te lokken: 102. Ik ben weer, nog steeds, direct na haar en heb 103. Dat lijkt hoog maar op het elektronische bord zie ik dat nummer 100 al voor een van de zes loketten staat. Een paar minuten later gaat het ’pling’ en knippert nummer 101 op het bord. Ik volg de bewegingen van mijn invalide concurrent al de hele tijd en zie tot mijn verbazing dat ze opstaat en zich alvast naar het loket van nr 101 beweegt om op tijd te zijn als nummer 102 wordt opgepiept. Denkfoutje, besef ik malicieus, want het loket waar ze nu staat te wachten heeft de kleinste kans van alle loketten om nummer 102 te gaan bedienen. En inderdaad, niet veel later gaat het weer ’pling’ en knippert 102 op het bord, voor het loket helemaal aan de andere kant. Maar mijn voorgangster heeft niets in de gaten. Moet ik haar waarschuwen? Of niet? Voordat ik deze morele knoop heb doorgehakt hoor ik alweer ’pling’ en verschijnt mijn nummer op het bord. Ik mag naar het loket waar net nog nummer 102 terecht kon, die niet kwam opdagen. Yes! denk ik, heb ik haar toch nog ingehaald, haha. Ik sta bij het loket en haal mijn enveloppen uit mijn tas.
Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat er iemand naast mij is komen staan. „Scusa, ma avevo numero 102!” zegt een krakerig stemmetje. Het is mijn plaaggeest! Ze heeft ontdekt dat ze haar beurt gemist heeft maar wil nu alsnog haar recht. Ik kijk verbaasd naar de lokettiste die haar schouders ophaalt en het arme oudje gelijk geeft. Verddddddd... porca miseria! Maar Italianen zijn altijd beleefd en dus trek ik me als pseudo-Italiaan grommend en met tegenzin terug.
Eenmaal op het stoeltje besef ik pas goed hoe ik in de val gelokt ben: doordat mijn nummer al getrokken is, gaan de andere loketten vrolijk verder met de volgende nummers! Ik zit vast aan het loket waar mijn nummer getrokken is en moet nu wachten tot het oudje klaar is, hoe lang het ook duurt! Dat geloof je toch niet! Hoe heeft ze het geflikt! Bovendien moet ik alert zijn want zodra ze klaar is gaat het 'pling' en komt nummer 104 of hoger op de proppen. Dan ben ik gedwongen om net zo bij een ander in te breken als zij bij mij heeft gedaan. Ik laat mijn hoofd voorover zakken en schud het ontgoocheld heen en weer. ’Pling’! Ho! Ik sprint naar voren, loop het vrouwke bijna omver maar ben op tijd. Pfff.
Ik ben snel klaar en terwijl ik naar mijn auto loop, sukkelt zowaar de mij welbekende Panda voorbij. Ik kijk en zie het oudje achter het stuur zitten. Even kijkt ze opzij. Zag ik daar een malicieus glimlachje op haar verkreukelde gezichtje verschijnen of was dat inbeelding?
Meer leuke verhalen lezen? Koop "Italiaanse Toestanden" deel 1,2 én 3!
Zie http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it
vrijdag 11 maart 2016
La Rocca degli Angeli
We gingen kijken. Gelukkig wisten we zeker waar we moesten zijn, want er was weer eens geen enkele indicatie van het bestaan van dit asiel langs de weg te vinden. We draaiden het karrepad langs de kasteelruïne op en werden even later bedolven onder een oorverdovende blaflawine. We zaten goed! Rechts zagen we een groot aantal krakkemikkige bouwsels die voor hondenhokken moesten doorgaan en waar we het epicentrum van de geluidsorkaan lokaliseerden. Iets verder zagen we de ingang. Achter het toegangshek drentelde wat kleiner hondengrut: het ene scharminkel zag er nog zieliger uit dan het andere: schurftig, half blind, hinkend, geschoren. Zouden we zoiets in onze schoot geworpen krijgen? Hoe zielig ook, we hadden toch liever een gezonde, niet te oude spring-in-’t-veld.
Toen de eigenaren
na een behoorlijk tijd wachten onze aanwezigheid eindelijk ontdekt hadden,
benaderden ze ons erg aarzelend. Het leek wel of ze hun honden niet kwijt
wilden. Of vertrouwden ze ons niet? Hadden ze slechte ervaringen met mensen die
langskwamen om even een hond mee te nemen? Ze vroegen waar we woonden, of we
een tuin hadden, of we honden gewend waren. Verstandige vragen natuurlijk. We
dachten dat onze antwoorden niet anders dan een positieve indruk konden maken,
maar de achterdocht van de asielhouders nam niet merkbaar af. Waarom niet? Na
nog wat onduidelijk heen en weer gepraat, waarbij we hun plattelands-Italiaans
niet altijd konden volgen, mochten we met ze mee langs de hokken van het asiel.
Gingen we toch een nieuwe huisgenoot kiezen? Het was niet duidelijk. Het was
een treurigstemmende tocht.
De hokken vielen van armoedigheid bijna in elkaar,
het stonk en het was vies. Maar het waren vooral de honden die ons verdrietig
maakten: schuwe, wantrouwig kijkende hoopjes ellende die schoorvoetend even
tevoorschijn kwamen om te zien wie er bij hun hok stond, om zich meteen weer te
verschuilen. Deze honden waren allemaal sequestrato, in beslag genomen,
begrepen we nu. Op last van de rechter bij hun eigenaren weggehaald wegens
mishandeling, ondervoeding, geweld. Geen wonder dat ze zo schuw waren! Hier
probeerden ze beetje bij beetje het vertrouwen van de honden weer een beetje
terug te winnen, want soms, na eindeloos geduld, ook lukte. Die gelukkigen
konden dan bij meer ervaren baasjes veilig onder dak worden gebracht. Maar bij
een aantal honden zou het nooit meer lukken, die waren te getraumatiseerd en
gedoemd om altijd in het asiel te blijven. En passant vergastten de
asieleigenaren ons ook nog op een paar gruwelverhalen over hoe ze sommige
honden aangetroffen hadden voor ze ze in het asiel opnamen. Hond in een
greppel, chip bij vol bewustzijn uit schouder gesneden en achtergelaten.
Bij een van de
hokken kwam een hond direct vrolijk en nieuwsgierig op ons af gehuppeld: Rocco,
een bruingrijze jachthond van vier jaar met stralende ogen. Een en al
vrolijkheid. Toen we de ronde langs de hokken voltooid hadden, vroegen de
eigenaren ons of we een leuke hond gezien hadden. „Rocco!” riepen we in koor.
Oké, dan gingen ze die even loslaten, om met ons kennis te maken op het
uitlaatveldje achter de hokken. Of we even wilden wachten. We keken gespannen
toe hoe de eigenaren door de lange gang langs de hokken terugliepen. Aan het
einde trappelde Rocco vast al vol ongeduld. Er werd gerommeld met sleutels. Het
hek ging open en meteen denderde er een hond uit die in een wolk van stof op
ons afrende. Zijn poten roffelden op de houten planken. Het leek wel een
tekenfilm! We sprongen opzij om niet door deze dolle stier onder de voet
gelopen te worden en lachten om zoveel enthousiasme. Na een kwartiertje spelen
keken we elkaar aan en begrepen we het zonder iets te hoeven zeggen: dit zou
onze nieuwe huisgenoot worden. Maar toen we dit de asielhouders vertelden,
maakten ze alweer terugtrekkende bewegingen. Er waren vaste procedures waar ze
aan gehouden waren en eerst zou er iemand bij ons langskomen om te kijken of
wij en ons huis wel geschikt waren. Hadden wij bijvoorbeeld wel een tuin? Mocht
de hond 's nachts in huis verblijven? Ja hoor, geen probleem, knikten we
opgelucht. Als dat alles was. Maar op de vraag of onze tuin recintato, omheind, was, moesten we
schoorvoetend ontkennen. Niet helemaal, niet echt maar wel een soort van ... De
gezichten van de asielhouders betrokken. Rocco was een van de sequestrati en daarvoor golden extra
strenge regels om te voorkomen dat de eigenaar zijn huisdier met succes zou
kunnen terugvorderen, omdat deze bij zijn nieuwe baas niet veilig was. Een
gotspe! Maar wel een reële mogelijkheid.
Een paar dagen
later kwam er een andere verantwoordelijke bij ons thuis langs om direct te
constateren dat het niet zou gaan. Voor in beslag genomen honden was een omheind
terrein absolute voorwaarde. En dat we onze vorige hond nu juist door een
ongeluk verloren hadden, maakte ons helemaal kansloos. Geen vrolijke Rocco voor
ons. We keken beteuterd naar de asielmedewerkster. Waarom hadden de
asielhouders ons dat niet meteen verteld en waarom hadden ze ons juist een in
beslag genomen beest laten zien? Typisch Italiaans? Het bracht ons onze
zoektocht naar een appartement in Pavia in herinnering, jaren geleden, toen we
een paar keer een huis te zien kregen dat achteraf helemaal niet beschikbaar
bleek. Waarom, waarom? Onze
teleurstelling was zo groot dat de medewerkster er bijna buikpijn van kreeg. Ze
verontschuldigde zich wel tien keer, terwijl het haar schuld toch niet was.
Maar ze ging met het asiel bellen, want ze had een ingeving. En ja, even later
vertelde ze dat er pas een hoogzwangere teef binnen was gebracht die net zes
pups had geworpen. Pups die niet onder de strenge regels vielen. Over een maand
of twee zouden we langs kunnen komen om er een uit te kiezen! Oef, wat een
geluk, we haalden opgelucht adem. Het zou nog goed komen, even op de hondloze
tanden bijten en dan kwam er een nieuwe lieveling. Hoopten we.
(Wordt vervolgd)
maandag 18 juni 2012
Cacca in vista
Het moest er een keer van komen. Je hebt een septische tank en telkens denk je, wanneer gaat de ramp zich voltrekken? Eens raakt ie verstopt en vol en loopt de stront over de rand. De StrontVloed! Noah eat your heart out! Put controleren? Nee, dat is de stankgoden verzoeken! Proberen te verdringen, die mogelijke verstopping. Maar gister na vier jaar was het zover. Paniek op de benedenverdieping, het water liep vanuit de badkamer de hal en slaapkamers in. Water? Nou het stonk anders behoorlijk. Naar iets bekends ... wat ook alweer? Vanochtend deed ik het nog, in mijn zelfgemaakte ...
De eerste impuls is om te gaan dweilen, met de knietjes in het frisse water, om de stroom te stoppen en te kunnen zien waar het "lek" zit. Het ontstoppen van de badafvoer leverde alvast enorme plukken honde(n)haar op. Zeker een harige gast in bad geweest onlangs ... Die afvoer was weer doorlaatbaar, maar de stroom kwam duidelijk ergens anders vandaan. Van onder de slecht afgekitte pot. Omhoog uit de afvoer, de vermaledijde niet meer zo septische tank. Gelukkig stopte de toevloed wel, nadat de toestroom uit toiletreservoir en bad was verwerkt. Maar nu?
Uiteraard was het weekend. Zondag, nog beter! De dag waarop alle hardwerkende Italianen net als alle andere hadrwerkende Europeanen ... op hun krent zitten, pardon op hun lauweren rusten. Gelukkig zijn we verzekerd, mét een Assistenza Emergenza voor rampen in huis waar een idraulico aan te pas moet komen. Basta una semplice telefonata, juichte de polis. Maar naar welk nummer? Nergens maar dan ook echt nergens een noodnummer te vinden, ook niet op de internetsite. Generali, bedankt!
In de tussentijd hadden we al bedacht dat we onze gasten in het uiterste geval maar bij David zouden moeten onderbrengen. Zijn appartement was toevallig deze week leeg! Zelf kakken we wel in de wijngaarden, gezellig samen met Thomas. Gaan we ook maar gelijk over op hondebrokken bij het ontbijt.
Gelukkig hebben we ook een eigen idraulico di fiducia, en die verwees ons naar een weekend-gieter, zelf was hij uithuizig. En die vervanger bleek bereid te komen! Vanuit het zwembad zag blogpadrone boven aan de weg een tankwagen voorbijgaan. Dat kon hem niet zijn, die loodgieter kwam natuurlijk alleen even proberen de afvoer weer vrij te maken. De tank zelf, dat zouden we de volgende dag moeten zien te regelen. Verkeerd gedacht. Deze loodgieter hield kennelijk niet van half werk en kwam met de hele apparatuur cq strontkar aanzetten. Een uurtje later was de put ontstopt en geledigd. Bravo!
Wanneer zal ie weer overlopen? Op een mooie Pinksterdag?
PS En vandaag belde onze idraulico di fudicia zomaar na om te checken of het gelukt was! Bravissimo!
De eerste impuls is om te gaan dweilen, met de knietjes in het frisse water, om de stroom te stoppen en te kunnen zien waar het "lek" zit. Het ontstoppen van de badafvoer leverde alvast enorme plukken honde(n)haar op. Zeker een harige gast in bad geweest onlangs ... Die afvoer was weer doorlaatbaar, maar de stroom kwam duidelijk ergens anders vandaan. Van onder de slecht afgekitte pot. Omhoog uit de afvoer, de vermaledijde niet meer zo septische tank. Gelukkig stopte de toevloed wel, nadat de toestroom uit toiletreservoir en bad was verwerkt. Maar nu?
Uiteraard was het weekend. Zondag, nog beter! De dag waarop alle hardwerkende Italianen net als alle andere hadrwerkende Europeanen ... op hun krent zitten, pardon op hun lauweren rusten. Gelukkig zijn we verzekerd, mét een Assistenza Emergenza voor rampen in huis waar een idraulico aan te pas moet komen. Basta una semplice telefonata, juichte de polis. Maar naar welk nummer? Nergens maar dan ook echt nergens een noodnummer te vinden, ook niet op de internetsite. Generali, bedankt!In de tussentijd hadden we al bedacht dat we onze gasten in het uiterste geval maar bij David zouden moeten onderbrengen. Zijn appartement was toevallig deze week leeg! Zelf kakken we wel in de wijngaarden, gezellig samen met Thomas. Gaan we ook maar gelijk over op hondebrokken bij het ontbijt.
Gelukkig hebben we ook een eigen idraulico di fiducia, en die verwees ons naar een weekend-gieter, zelf was hij uithuizig. En die vervanger bleek bereid te komen! Vanuit het zwembad zag blogpadrone boven aan de weg een tankwagen voorbijgaan. Dat kon hem niet zijn, die loodgieter kwam natuurlijk alleen even proberen de afvoer weer vrij te maken. De tank zelf, dat zouden we de volgende dag moeten zien te regelen. Verkeerd gedacht. Deze loodgieter hield kennelijk niet van half werk en kwam met de hele apparatuur cq strontkar aanzetten. Een uurtje later was de put ontstopt en geledigd. Bravo!
Wanneer zal ie weer overlopen? Op een mooie Pinksterdag?
PS En vandaag belde onze idraulico di fudicia zomaar na om te checken of het gelukt was! Bravissimo!
maandag 6 juli 2009
Italie unplugged

Villa “I Due Padroni” opende onlangs haar deuren voor gasten die van het authentieke Italiaanse leven willen gaan genieten. Villa "I Due Padroni" biedt een prachtig vakantiehuis / B&B bed and breakfast aan haar gasten.Dit weblog gaat over onze avonturen en belevenissen op weg naar de realisatie van onze villa: het aankoopproces, de emigratie, de verbouwingen. Maar het gaat vooral over het dagelijkse leven in een stukje Italië waar buitenlanders een bijzondere verschijning zijn.Villa “I Due Padroni” ligt in de heuvels van de prachtige Oltrepò Pavese, zo’n 70 km ten zuiden van Milaan. Deze streek is het wijnbouwgebied van Lombardije en kenmerkt zich door een afwisseling van eeuwenoude dorpjes, kastelen, bossen en, uiteraard, wijngaarden.De Oltrepò Pavese is door buitenlandse toeristen nog amper ontdekt.Wat u hier gaat ervaren is Italië zoals Italië bedoeld is. Dit is Italië unplugged!Wij willen anderen graag met de nog vrijwel onbekende regio Oltrepò Pavese kennis laten maken. We nodigen u dan ook graag uit om ons te komen bezoeken. Er is al een website voor ons vakantiehuis / B&B bed and breakfast in de lucht: Villa I Due Padroni B & B bed breakfast vakantiehuis italie
Abonneren op:
Posts (Atom)

















