Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen


Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

dinsdag 6 februari 2018

Little Italy - Com’è piccola Italia!

Mariarosa en Elena stonden me al breedlachend op te wachten bij onze stand op de Little Italy beurs in Amsterdam. Waren ze echt zo blij mij te zien? Ze zaten zelfs een beetje naar elkaar te grinniken als twee bakvissen die met hun schoolmeester wilden gaan flirten maar het niet echt durfden. Nu is Mariarosa altijd al een niet te stuiten tornado die constant aan het woord is, ideeën oppert en opdrachten uitdeelt (Vai! Vai! Aan de slag!) maar Elena is meestal bedachtzamer. Er moest dus wel iets bijzonders aan de hand zijn. Later vertelde Tommy, de enige man in het Italiaanse gezelschap (hij noemde het quasi-zuchtend een femminocrazia), dat hij ook had gemerkt dat er iets aan de hand was met de twee dames. Tommy had een eigen kamer in het Holiday Inn vlak bij het Westergasfabriek-terrein waar de beurs plaatsvond en die kamer lag naast die van Mariarosa en Elena. Gister om kwart voor een ’s nachts hoorde hij opeens gegiechel in de kamer van zijn collega’s. Wat zijn die twee midden in de nacht nog aan het doen dat zo leuk is, vroeg hij zich af. ’s Ochtends had hij het ze gevraagd, beschroomd want als een echte Italiaan vond hij de vraag wel erg brutaal, en hadden Elena en Mariarosa het hem proestend van het lachen verteld.

Een aantal weken geleden had ik Mariarosa op haar verzoek een pdf-bestand met de Engelse vertaling van mijn boek ’Italiaanse Toestanden’ toegestuurd. Aan lezen was ze uiteraard niet toegekomen want haar dagen (en nachten?) raken altijd vanzelf gevuld met nieuwe ideeën, opdrachten, contacten etc. De kleine tornado, die haast wel een dubbelgangster van Sylvia de Leur leek, rust nooit. Tommy vertelde ons dat Mariarosa eens per maand naar de kapper direct naast het kantoor ging en van daaruit vrolijk verder ging met appen en posten op Facebook, Instagram etc. Eenmaal werd hij zelfs door haar opgeroepen even langs te komen voor een idee, zaak, klusje of iets dergelijks en trof hij haar vol in de haarshampoo bij de kapper aan, mobiel in haar hand. Omdat het haar dus met geen mogelijkheid lukte aan mijn boek te beginnen, had Mariarosa de pdf-file daarom maar naar Elena doorgestuurd. Opdracht: Lezen! Vai!

Gisteravond besloot Elena dat ze ondanks de vermoeidheid van de eerste beursdag toch minstens een hoofdstuk van het boek gelezen wilde hebben (gelukkig zijn de hoofdstukken kort). Maar ze kwam niet verder dan een paar alinea’s, tot het moment dat ze de naam van onze vermaledijde makelaar Olita voor het eerst tegenkwam. Neeeeee, dacht ze, het is niet waar! Ze vertelde het meteen aan Mariarosa die rechtovereind schoot. Wat? Olita, komt die kl...z.k in het boek voor? En toen begonnen ze dus allebei te lachen, wat Tommy in de kamer ernaast hoorde. Het bleek, zo vertelden ze mij nu, staand voor de balie, dat zij met hun reisorganisatie ook met Olita van doen hadden gehad. Met dezelfde negatieve ervaringen. „Un ignorante!” riep Mariarosa fel. „Maar van welk kasteel wist hij de naam nou niet?” vroegen de dames mij, refererend aan de passage in mijn boek waarin ik beschrijf dat we met Olita voor het eerst de Oltrepò bezochten en hij ons niet kon vertellen hoe het niet te missen kasteel heette. „Cigognola,” zei ik. „Nooooo,” riepen Elena en Mariarosa in koor. „Non è possibile!” Maar het was toch echt waargebeurd. Wat een coincidenza, toeval, dat we allebei met die sukkel te maken hadden gekregen.

Om hun leespret niet te bederven, vertelde ik hun verder niets maar zei alleen dat het ergste met Olita nog moest komen. Bij deze toevallige gezamenlijke ’kennis’ bleef het echter niet want de volgende dag kwamen we er achter dat ze ook de fameuze makelaar Necchi kenden die het huis in de verkoop had dat Cora en Marco wilden maar van hem niet mochten kopen! De ex van Mariarosa was notaris en kende daardoor vrijwel alle makelaars de streek. „Die Necchi is nog erger,” verklaarde Mariarosa. „Dat is een arrogante!” Over Necchi vertelde ik hun iets meer in detail, want die verhalen komen pas in deel 4 van mijn Italiaanse Toestanden. (Deel 4? Wanneer? Waar? Hoe? hoor ik u denken. Nog even geduld!) En daarmee waren de coincidenze nóg niet uitgeput want het bleek dat de reisorganisatie die Mariarosa bestierde ook cultuurtrips naar Engeland voor middelbare scholen verzorgt en begeleidt. Maar mijn vaste pilatescollega Cecilia reisde als docente biologie toch ook eens per schooljaar met haar klas naar Engeland? dacht ik. En ja hoor, „La nostra Cecilia!” riepen Mariarosa, Elena én Tommy in koor. „Che coincidenza!

Mede door deze gebeurtenissen raakten wij Due Padroni steeds meer met onze Italiaanse collega’s vertrouwd en begonnen we ook mee te doen met de plaagstoten die zij elkaar toedienden. Dat had ook zijn nadelen. Toen we na een lange beursdag in een café aan de bitterballen zaten (vonden ze lekker, die Italiaantjes) was Marierosa als enige nog niet uitgeraasd. Ze was al bezig met een blogje van de dag en vroeg mij of ik de tekst in het Nederlands kon vertalen. „Tuurlijk,” zei ik, nietsvermoedend, want morgen had ik vast wel weer energie. Een halve minuut later hoorde ik ’pling’ op mijn telefoon en direct daarop een hoog vrouwenstemmetje dat „Vai!” zei. „Aan de slag!” Wat? Nu? Meteen? Ik keek Tommy, die vlak naast mij zat, meewarig aan en fluisterde hem, nog net verstaanbaar voor Mariarosa, toe: „Maar wat betekent ’vai’ eigenlijk in het Italiaans? Is het toevallig ’beste vriend, zou je alsjeblieft als je even tijd hebt dit en dat voor mij willen doen?’?” Tommy knikte, glimlachte en zei: „Eh, te l’ho detto. Femminocrazia.

woensdag 31 januari 2018

Bulldozerkip of scharrelmachine?

Giuseppe stond van een afstand te gebaren. Hij beeldde een fles uit. Uiteraard wilden wij graag wijn bij het eten! De vraag die meer gerechtvaardigd zou zijn, was of we eten wilden bij de wijn ;-). Maar nee, natuurlijk aten we graag een pizza hier bij Osteria La Versa, een van de betere adressen voor dit meest Italiaanse van alle Italiaanse gerechten. Giuseppe bedoelde dit echter allemaal niet. Hij wilde weten of we weer dezelfde wijn wilden die we de laatste keren steeds genomen hadden. En dat wilden we want die rode Bonarda was ons erg goed bevallen.

Jarenlang (zijn het echt al jaren? Even terugrekenen: ja, het zijn al jaren, il tempo corre) schonk Giuseppe, de sympathieke cameriere van de osteria ons iedere keer als we er kwamen een andere rode wijn. Wel steeds de bruisende boeren-Bonardawijn maar telkens van een ander wijnbedrijf. De resultaten waren wisselend, meestal was de wijn gewoon lekker, soms zat er een tussen die te scherp, wrang, zuur of bitter was. Giuseppe had nog jaren door kunnen gaan met deze voorstelling (er zijn honderden wijnmakers in de Oltrepò) ware het niet dat hij een paar maanden geleden midden in de rode roos schoot. Alleen al de kleur van de Bonarda die hij toen uitschonk, was onweerstaanbaar. Een diep-purperen, bijna zwarte bruiswijn vulde gulzig onze glazen. Die moest wel lekker zijn, dachten wij meteen. En dus was hij lekker, want de weg naar de maag van de echte enonauta gaat via het oog.

Wij knikten dus enthousiast van ja op Giuseppe’s gebarentaal. Graag die Bonarda van Cantina Fratelli Agnes weer! De cantina kenden we al veel langer, ook vanwege de op ons ietwat vreemd overkomende naam (de broers Agnes?), maar op deze bonarda had Giuseppe ons dus attent gemaakt. Campo del Monte heette hij. We moesten maar eens bij het wijnbedrijf langsgaan om een paar doosjes in te slaan, dachten we iedere keer, om het vervolgens niet te doen. Osteria La Versa was altijd dichterbij en lag (gevaarlijk!) op de route naar het dorpje Rovescala waar de gebroeders Agnes hun lekkere Bonarda produceerden. Een goede plek dat Rovescala want het is het oudste wijnproducerende dorp van de streek met de vroegste schriftelijke getuigenis uit 1192.

Het belangrijkste, de wijn, was geregeld. Wat bracht ons de menukaart? Sinds een week of zo was die vernieuwd en we zagen dat er gerechten op stonden die we nog niet eerder gezien hadden. En doordat namen van gerechten in een vreemde taal de moeilijkst te leren dingen zijn, voelden we ons weer even beginners in het Italiaans. Wat was bijvoorbeeld gallinella ruspante? Het was vast een kipachtige, maar ruspante? Een ruspa was een bulldozer, dat wisten we nog uit de tijd dat onze aannemer Torti (still going strong, 81 jaar inmiddels) ermee over onze parkeerplaats en door onze tuin tekeerging. Dus bood het menu uitzicht op een ... bulldozerkip? De Italiaanse variant van een plofkip? Dat nooit! We vroegen raad aan Giuseppe.


Het was duidelijk de avond van de gebarentaal want ook nu wist Giuseppe niet beter dan wat handbewegingen te maken om het ons uit te leggen. Het ging inderdaad om een kip maar wat beeldde zijn hand uit? Die scharrelde maar wat heen en weer over een denkbeeldig terrein. Scharrelen? Scharrelkip, dat was het natuurlijk! Precies het tegenovergestelde van een plofkip. Maar dan was een bulldozer dus een scharrelmachine? Zou je niet zeggen als je destijds het resultaat van Torti’s gescharrel zag. In Italië hadden ze dus ook scharrelkippen. Weer iets geleerd. Maar wat zou een plofkip in het Italiaans zijn? Pollo gonfiabile? Pollo bum? Wie weet het?

PS
Ik ontdekte dat er ook maschi ruspanti bestaan, scharrelmannen! Begin jaren '70 is er een Italiaanse film over gemaakt. Toch maar eens beter om me heenkijken hier. Of geeft u de voorkeur aan een bulldozerman die met gespierde armen de stuurknuppels van het stoere graafapparaat bedient?


zondag 13 augustus 2017

Rallentare



Al in de Valle Scuropasso zat ze voor me, de grijze dame in de Italiaanse truttenschudder bij uitstek, de Fiat Panda. Dat ik ook zo’n auto heb, is een heel andere zaak natuurlijk want ik houd wel van doorrijden. Zij niet. Ze sukkelde vooruit en inhalen was op de bochtige weg geen optie. Na een paar kilometer naderden we wegwerkzaamheden. Nou ja, werkzaamheden: iemand was vlak langs de weg wat aan het graven. Mevrouw remde desalniettemin af. We krópen er voorbij. Maar gek genoeg kreeg mijn voorligster daarna opeens zin in het gaspedaal, schoot vooruit en sneed de volgende bocht af. Oeps, tegenligger. Met een ruk aan het stuur, ja ze is nog kwiek!, wist ze een frontale botsing net te vermijden. Van schrik remde ze daarna weer fors af. Rallentare heet dat op zijn Italiaans: waarom denk ik toch altijd dat rallentare versnellen betekent?

We waren ondanks de slakkengang toch bijna in Broni, waar ik weer eens naar het postkantoor moest. Bij elke afslag verwachtte ik dat ik van mijn trage plaaggeest verlost zou worden. Maar nee, ze nam steeds de weg die ik ook in de planning had. Ze zou toch niet ook? dacht ik. Welnee, dat zou wel heel toevallig zijn. Inmiddels was ik bijna bij ’mijn’ afslag en schakelde ik, heel on-Italiaans, de linker freccia, richtingaanwijzer, in. Gelukkig, zij niet. Maar wat was dat? Ze sloeg zomaar opeens af naar links! Zonder freccia, ik had het kunnen weten. En welja, mevrouw parkeerde ook nog op de invalidenparkeerplaats recht voor de deur van het postkantoor. Niet te geloven. Ik passeer (eindelijk, maar net nu ik het niet wil) en moet nog een heel eind rijden om een krap plekje voor mijn Pandaatje te vinden. Terwijl ik terugloop, zie ik het oude grijsje toch nog tamelijk kwiek naar de ingang van het postkantoor lopen. Hoezo gehandicapt? Ook dat had ik kunnen weten want bij de supermarkt zijn de zo handig dicht bij de ingang gelegen invalide-parkeerplaatsen ook altijd bezet, terwijl ik in de winkel zelf zelden een gehandicapte medemens tegenkom. Op Sicilië schijnt zelfs tweederde van de bevolking een gehandicaptenparkeervergunning te hebben.

Eenmaal binnen in het postkantoor zie ik hoe mevrouw de pseudo-invalida na enige aarzeling een nummertje uit de elektronische console weet te lokken: 102. Ik ben weer, nog steeds, direct na haar en heb 103. Dat lijkt hoog maar op het elektronische bord zie ik dat nummer 100 al voor een van de zes loketten staat. Een paar minuten later gaat het ’pling’ en knippert nummer 101 op het bord. Ik volg de bewegingen van mijn invalide concurrent al de hele tijd en zie tot mijn verbazing dat ze opstaat en zich alvast naar het loket van nr 101 beweegt om op tijd te zijn als nummer 102 wordt opgepiept. Denkfoutje, besef ik malicieus, want het loket waar ze nu staat te wachten heeft de kleinste kans van alle loketten om nummer 102 te gaan bedienen. En inderdaad, niet veel later gaat het weer ’pling’ en knippert 102 op het bord, voor het loket helemaal aan de andere kant. Maar mijn voorgangster heeft niets in de gaten. Moet ik haar waarschuwen? Of niet? Voordat ik deze morele knoop heb doorgehakt hoor ik alweer ’pling’ en verschijnt mijn nummer op het bord. Ik mag naar het loket waar net nog nummer 102 terecht kon, die niet kwam opdagen. Yes! denk ik, heb ik haar toch nog ingehaald, haha. Ik sta bij het loket en haal mijn enveloppen uit mijn tas.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat er iemand naast mij is komen staan. „Scusa, ma avevo numero 102!” zegt een krakerig stemmetje. Het is mijn plaaggeest! Ze heeft ontdekt dat ze haar beurt gemist heeft maar wil nu alsnog haar recht. Ik kijk verbaasd naar de lokettiste die haar schouders ophaalt en het arme oudje gelijk geeft. Verddddddd... porca miseria! Maar Italianen zijn altijd beleefd en dus trek ik me als pseudo-Italiaan grommend en met tegenzin terug.

Eenmaal op het stoeltje besef ik pas goed hoe ik in de val gelokt ben: doordat mijn nummer al getrokken is, gaan de andere loketten vrolijk verder met de volgende nummers! Ik zit vast aan het loket waar mijn nummer getrokken is en moet nu wachten tot het oudje klaar is, hoe lang het ook duurt! Dat geloof je toch niet! Hoe heeft ze het geflikt! Bovendien moet ik alert zijn want zodra ze klaar is gaat het 'pling' en komt nummer 104 of hoger op de proppen. Dan ben ik gedwongen om net zo bij een ander in te breken als zij bij mij heeft gedaan. Ik laat mijn hoofd voorover zakken en schud het ontgoocheld heen en weer. ’Pling’! Ho! Ik sprint naar voren, loop het vrouwke bijna omver maar ben op tijd. Pfff.

Ik ben snel klaar en terwijl ik naar mijn auto loop, sukkelt zowaar de mij welbekende Panda voorbij. Ik kijk en zie het oudje achter het stuur zitten. Even kijkt ze opzij. Zag ik daar een malicieus glimlachje op haar verkreukelde gezichtje verschijnen of was dat inbeelding?

Meer leuke verhalen lezen? Koop "Italiaanse Toestanden" deel 1,2 én 3! 
Zie http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it
 




http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it

dinsdag 12 juli 2016

Bloody Hitler - Berlusconi



It was like bloody Hitler!” Davids stem sloeg bijna over van opwinding. Zelfs na meer dan twintig jaar was zijn verbazing en verontwaardiging nog bijna net zo groot als op het moment dat hij het meemaakte. Als succesvolle ondernemer was David begin jaren 90 uitgenodigd om lid te worden van Forza Italia, de politieke partij van mediamagnaat Silvio Berlusconi. De nieuwe partij die ervoor zou zorgen dat de hardwerkende ondernemers niet langer gedwarsboomd werden door linkse, socialistische of communistische wurgwetten en hoge sociale lasten. Dat Forza Italia voornamelijk de economische en juridische zaken van de oprichter zou gaan behartigen, wisten de aanhangers toen nog niet. Er was sterk behoefte aan een nieuwe redder des vaderlands na de schandalen van de voorafgaande jaren waarbij gebleken was dat nagenoeg alle politici van alle partijen zich al jaren schuldig maakten aan omkoping, witwassen en zelfverrijking. Het Schone Handen Mani Pulite onderzoek roeide in een klap de hele oude kaste van politici uit. Tijd voor wat nieuws, tijd voor Berlusconi!

De nieuwe leider wist hoe hij zijn zaakjes moest aanpakken en organiseerde verschillende massabijeenkomsten waarvoor hij allerlei succesvolle ondernemers uitnodigde. Ook David, die destijds al twintig jaar in Italië werkzaam was, kreeg een invitatie en dacht: Waarom niet? De bijeenkomst vond plaats in het voetbalstadion van Silvio’s speeltje, de voetbalclub AC Milaan. Toen David er binnentrad zag hij dat het grote stadion tot de nok toe gevuld was. De bezoekers kregen allerlei tot in de puntjes verzorgd promotiemateriaal uitgereikt, vlaggetjes, foto’s van de leider, folders met de belangrijkste programmapunten, een das in de kleuren van de partij en dergelijke. Iets klopt hier niet, bedacht David, toen hij eenmaal op zijn plek zat. Maar wat? Op het voetbal veld was een groot podium gebouwd, een rode loper leidde er naartoe. Een groot televisiescherm toonde het podium van dichtbij, goed zichtbaar voor iedereen. Na een tijdje klonk er geroezemoes in het publiek dat langzaam in volume toenam. De leider was in aantocht. Op het moment dat Berlusconi het stadion betrad, barstte het publiek in een luid gejuich uit dat nog aanhield nadat Berlusconi het podium al had beklommen. Hij stak zijn rechter arm in de lucht, waarop het gejuich nog luider werd. Iedereen zwaaide met de vlaggetjes van Forza Italia. 

David zwaaide niet maar keek verbijsterd om zich heen: de nuchtere, intelligente zakenlieden die hij zag leken betoverd door het charisma van Berlusconi en lieten alle schroom varen in hun kritiekloze aanbidding van de nieuwe leider. Wegwezen, was het enige dat David dacht. Dit is Neurenberg 1933! „Hitler, bloody Hitler, that was what it was!” Thuis gooide David zijn Forza Italia das in de prullenbak. Hij is nooit meer naar zo’n meeting gegaan. In de twintig jaar die sindsdien verstreken zijn heeft de grote volksmenner weinig voor zijn volgelingen kunnen(?) uitrichten. Zijn belangrijkste verdienste is dat hij zijn media-imperium in handen heeft kunnen houden en dat hij niet in de gevangenis is beland (al is hij op de valreep, in 2014 toch nog veroordeeld tot een werkstraf en uitsluiting van politieke functies), terwijl de mannen uit zijn duistere entourage wel achter de tralies verdwenen. De drie jaar dat Berlusconi aan de macht was sinds wij in Italië wonen, van 2008 tot 2011, hield zijn regering zich alleen maar bezig met het frustreren van onderzoeken en rechtszaken die met hem te maken hadden. Het belangrijkste wapenfeit van twintig jaar Berlusconi is misschien wel de Porcellum-kieswet: een gedrocht dat alleen maar is ingevoerd om Forza Italia in 2006 de overwinning te bezorgen (wat op het nippertje niet lukte, waarna Berlusconi wekenlang weigerde de macht aan aartsrivaal Prodi over te dragen!) en dat het voor partijen bijna onmogelijk maakt om in zowel Huis van Afgevaardigden als Senaat een meerderheid te halen. Door dit vieze varken, wat de letterlijke vertaling van porcellum is, werd de toch al gebrekkige daadkracht van elke Italiaanse regering tot nul gereduceerd. Vorig jaar verklaarde het Constitutionele Hof de kieswet zelfs ongrondwettig, terwijl er al verschillende regeringen mee gekozen waren.

Het tijdperk van Silvio B. is nu echt ten einde: zijn aanhangers verlaten als ratten het zinkende schip en richten eigen splintergroeperingen op. Voormalig kroonprins Alfano regeert zelfs samen met de sociaal-democraat Renzi. De meest veelzeggende illustratie van Berlusconi’s tanende macht was voor het hele volk te zien toen er een motie van afkeuring tegen de vorige sociaal-democratische premier Letta werd ingediend. Iedereen verwachtte dat, zoals aangekondigd, Berlusconi de motie zou steunen. Maar toen hij in het parlement opstond uit zijn bankje om zijn stem te geven, durfde hij het niet aan en wees de motie af, waarna hij gedesillusioneerd op zijn stoel plofte. Iedereen was verbijsterd. De grote Macher bleek opeens machteloos. Terwijl zijn partijgenoten, even verbaasd als alle anderen, zich over hem heen bogen om hem te troosten, zag je opeens hoe oud hij was. Een tijdperk is ten einde. Een paar maanden later schoof de jonge, energieke Renzi zijn partijgenoot Letta zonder probleem aan de kant. Gaat het hem dan eindelijk wel lukken om de problemen van Italië aan te pakken?