Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen


Posts tonen met het label honden italie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label honden italie. Alle posts tonen

zondag 13 augustus 2017

Rallentare



Al in de Valle Scuropasso zat ze voor me, de grijze dame in de Italiaanse truttenschudder bij uitstek, de Fiat Panda. Dat ik ook zo’n auto heb, is een heel andere zaak natuurlijk want ik houd wel van doorrijden. Zij niet. Ze sukkelde vooruit en inhalen was op de bochtige weg geen optie. Na een paar kilometer naderden we wegwerkzaamheden. Nou ja, werkzaamheden: iemand was vlak langs de weg wat aan het graven. Mevrouw remde desalniettemin af. We krópen er voorbij. Maar gek genoeg kreeg mijn voorligster daarna opeens zin in het gaspedaal, schoot vooruit en sneed de volgende bocht af. Oeps, tegenligger. Met een ruk aan het stuur, ja ze is nog kwiek!, wist ze een frontale botsing net te vermijden. Van schrik remde ze daarna weer fors af. Rallentare heet dat op zijn Italiaans: waarom denk ik toch altijd dat rallentare versnellen betekent?

We waren ondanks de slakkengang toch bijna in Broni, waar ik weer eens naar het postkantoor moest. Bij elke afslag verwachtte ik dat ik van mijn trage plaaggeest verlost zou worden. Maar nee, ze nam steeds de weg die ik ook in de planning had. Ze zou toch niet ook? dacht ik. Welnee, dat zou wel heel toevallig zijn. Inmiddels was ik bijna bij ’mijn’ afslag en schakelde ik, heel on-Italiaans, de linker freccia, richtingaanwijzer, in. Gelukkig, zij niet. Maar wat was dat? Ze sloeg zomaar opeens af naar links! Zonder freccia, ik had het kunnen weten. En welja, mevrouw parkeerde ook nog op de invalidenparkeerplaats recht voor de deur van het postkantoor. Niet te geloven. Ik passeer (eindelijk, maar net nu ik het niet wil) en moet nog een heel eind rijden om een krap plekje voor mijn Pandaatje te vinden. Terwijl ik terugloop, zie ik het oude grijsje toch nog tamelijk kwiek naar de ingang van het postkantoor lopen. Hoezo gehandicapt? Ook dat had ik kunnen weten want bij de supermarkt zijn de zo handig dicht bij de ingang gelegen invalide-parkeerplaatsen ook altijd bezet, terwijl ik in de winkel zelf zelden een gehandicapte medemens tegenkom. Op Sicilië schijnt zelfs tweederde van de bevolking een gehandicaptenparkeervergunning te hebben.

Eenmaal binnen in het postkantoor zie ik hoe mevrouw de pseudo-invalida na enige aarzeling een nummertje uit de elektronische console weet te lokken: 102. Ik ben weer, nog steeds, direct na haar en heb 103. Dat lijkt hoog maar op het elektronische bord zie ik dat nummer 100 al voor een van de zes loketten staat. Een paar minuten later gaat het ’pling’ en knippert nummer 101 op het bord. Ik volg de bewegingen van mijn invalide concurrent al de hele tijd en zie tot mijn verbazing dat ze opstaat en zich alvast naar het loket van nr 101 beweegt om op tijd te zijn als nummer 102 wordt opgepiept. Denkfoutje, besef ik malicieus, want het loket waar ze nu staat te wachten heeft de kleinste kans van alle loketten om nummer 102 te gaan bedienen. En inderdaad, niet veel later gaat het weer ’pling’ en knippert 102 op het bord, voor het loket helemaal aan de andere kant. Maar mijn voorgangster heeft niets in de gaten. Moet ik haar waarschuwen? Of niet? Voordat ik deze morele knoop heb doorgehakt hoor ik alweer ’pling’ en verschijnt mijn nummer op het bord. Ik mag naar het loket waar net nog nummer 102 terecht kon, die niet kwam opdagen. Yes! denk ik, heb ik haar toch nog ingehaald, haha. Ik sta bij het loket en haal mijn enveloppen uit mijn tas.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat er iemand naast mij is komen staan. „Scusa, ma avevo numero 102!” zegt een krakerig stemmetje. Het is mijn plaaggeest! Ze heeft ontdekt dat ze haar beurt gemist heeft maar wil nu alsnog haar recht. Ik kijk verbaasd naar de lokettiste die haar schouders ophaalt en het arme oudje gelijk geeft. Verddddddd... porca miseria! Maar Italianen zijn altijd beleefd en dus trek ik me als pseudo-Italiaan grommend en met tegenzin terug.

Eenmaal op het stoeltje besef ik pas goed hoe ik in de val gelokt ben: doordat mijn nummer al getrokken is, gaan de andere loketten vrolijk verder met de volgende nummers! Ik zit vast aan het loket waar mijn nummer getrokken is en moet nu wachten tot het oudje klaar is, hoe lang het ook duurt! Dat geloof je toch niet! Hoe heeft ze het geflikt! Bovendien moet ik alert zijn want zodra ze klaar is gaat het 'pling' en komt nummer 104 of hoger op de proppen. Dan ben ik gedwongen om net zo bij een ander in te breken als zij bij mij heeft gedaan. Ik laat mijn hoofd voorover zakken en schud het ontgoocheld heen en weer. ’Pling’! Ho! Ik sprint naar voren, loop het vrouwke bijna omver maar ben op tijd. Pfff.

Ik ben snel klaar en terwijl ik naar mijn auto loop, sukkelt zowaar de mij welbekende Panda voorbij. Ik kijk en zie het oudje achter het stuur zitten. Even kijkt ze opzij. Zag ik daar een malicieus glimlachje op haar verkreukelde gezichtje verschijnen of was dat inbeelding?

Meer leuke verhalen lezen? Koop "Italiaanse Toestanden" deel 1,2 én 3! 
Zie http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it
 




http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it

vrijdag 11 maart 2016

La Rocca degli Angeli



„Daar krijgen ze nog een hoop mee te stellen, met deze hond,” zei de instructeur tot de andere deelnemers aan de hondencursus. Zij stonden langs de kant te kijken hoe wij onze doldrieste viervoeter Joia in bedwang probeerden te houden. Het was de bedoeling dat ze een van de hindernissen van het behendigheidsparcours zou nemen, maar haar aandacht ging vooral uit naar alle luchtjes die langs waaiden en naar alles wat er in het gras bewoog en wriemelde en friemelde. „Het is er echt een met jachtinstinct, kijk maar, ze heeft haar neus constant op de grond!” voegde de instructeur er ten overvloede aan toe. De andere deelnemers vonden het vooral erg leuk om Joia zo eigenwijs bezig te zien. Wij zuchtten van frustratie.

Nadat we onze lieve knuffelbeer Thomas op tragische wijze verloren hadden (overreden door onze benedenbuurman toen die, zoals altijd, met zijn Jeep op krankzinnige snelheid onze poort voorbij sjeesde), wilden we meteen een andere hond. We kunnen inmiddels niet meer zonder de aanhankelijke gezelligheid en het komische gedrag van deze harige huisvrienden. Van Roberto (ex-Amici Miei) hoorden we dat er vlakbij in Rocca de’ Giorgi, vlak achter de ingestorte kasteeltoren, een hondenasiel was, La Rocca degli Angeli, de Engelenrots genaamd. Daar moesten we maar eens gaan kijken. We zochten namelijk geen rashond met stamboom, maar gewoon een lekkere bastardo. Of beter: bastarda want omdat het machogedrag van Thomas (blaffend afrennen op alles wat hij als vijandig zag, zoals tractoren en, helaas, de jeep van de buurman) hem ten slotte fataal was geworden, gaven we de voorkeur aan een wat timider teefje.


We gingen kijken. Gelukkig wisten we zeker waar we moesten zijn, want er was weer eens geen enkele indicatie van het bestaan van dit asiel langs de weg te vinden. We draaiden het karrepad langs de kasteelruïne op en werden even later bedolven onder een oorverdovende blaflawine. We zaten goed! Rechts zagen we een groot aantal krakkemikkige bouwsels die voor hondenhokken moesten doorgaan en waar we het epicentrum van de geluidsorkaan lokaliseerden. Iets verder zagen we de ingang. Achter het toegangshek drentelde wat kleiner hondengrut: het ene scharminkel zag er nog zieliger uit dan het andere: schurftig, half blind, hinkend, geschoren. Zouden we zoiets in onze schoot geworpen krijgen? Hoe zielig ook, we hadden toch liever een gezonde, niet te oude spring-in-’t-veld. 

Toen de eigenaren na een behoorlijk tijd wachten onze aanwezigheid eindelijk ontdekt hadden, benaderden ze ons erg aarzelend. Het leek wel of ze hun honden niet kwijt wilden. Of vertrouwden ze ons niet? Hadden ze slechte ervaringen met mensen die langskwamen om even een hond mee te nemen? Ze vroegen waar we woonden, of we een tuin hadden, of we honden gewend waren. Verstandige vragen natuurlijk. We dachten dat onze antwoorden niet anders dan een positieve indruk konden maken, maar de achterdocht van de asielhouders nam niet merkbaar af. Waarom niet? Na nog wat onduidelijk heen en weer gepraat, waarbij we hun plattelands-Italiaans niet altijd konden volgen, mochten we met ze mee langs de hokken van het asiel. Gingen we toch een nieuwe huisgenoot kiezen? Het was niet duidelijk. Het was een treurigstemmende tocht. 
 
De hokken vielen van armoedigheid bijna in elkaar, het stonk en het was vies. Maar het waren vooral de honden die ons verdrietig maakten: schuwe, wantrouwig kijkende hoopjes ellende die schoorvoetend even tevoorschijn kwamen om te zien wie er bij hun hok stond, om zich meteen weer te verschuilen. Deze honden waren allemaal sequestrato, in beslag genomen, begrepen we nu. Op last van de rechter bij hun eigenaren weggehaald wegens mishandeling, ondervoeding, geweld. Geen wonder dat ze zo schuw waren! Hier probeerden ze beetje bij beetje het vertrouwen van de honden weer een beetje terug te winnen, want soms, na eindeloos geduld, ook lukte. Die gelukkigen konden dan bij meer ervaren baasjes veilig onder dak worden gebracht. Maar bij een aantal honden zou het nooit meer lukken, die waren te getraumatiseerd en gedoemd om altijd in het asiel te blijven. En passant vergastten de asieleigenaren ons ook nog op een paar gruwelverhalen over hoe ze sommige honden aangetroffen hadden voor ze ze in het asiel opnamen. Hond in een greppel, chip bij vol bewustzijn uit schouder gesneden en achtergelaten. 

 
Bij een van de hokken kwam een hond direct vrolijk en nieuwsgierig op ons af gehuppeld: Rocco, een bruingrijze jachthond van vier jaar met stralende ogen. Een en al vrolijkheid. Toen we de ronde langs de hokken voltooid hadden, vroegen de eigenaren ons of we een leuke hond gezien hadden. „Rocco!” riepen we in koor. Oké, dan gingen ze die even loslaten, om met ons kennis te maken op het uitlaatveldje achter de hokken. Of we even wilden wachten. We keken gespannen toe hoe de eigenaren door de lange gang langs de hokken terugliepen. Aan het einde trappelde Rocco vast al vol ongeduld. Er werd gerommeld met sleutels. Het hek ging open en meteen denderde er een hond uit die in een wolk van stof op ons afrende. Zijn poten roffelden op de houten planken. Het leek wel een tekenfilm! We sprongen opzij om niet door deze dolle stier onder de voet gelopen te worden en lachten om zoveel enthousiasme. Na een kwartiertje spelen keken we elkaar aan en begrepen we het zonder iets te hoeven zeggen: dit zou onze nieuwe huisgenoot worden. Maar toen we dit de asielhouders vertelden, maakten ze alweer terugtrekkende bewegingen. Er waren vaste procedures waar ze aan gehouden waren en eerst zou er iemand bij ons langskomen om te kijken of wij en ons huis wel geschikt waren. Hadden wij bijvoorbeeld wel een tuin? Mocht de hond 's nachts in huis verblijven? Ja hoor, geen probleem, knikten we opgelucht. Als dat alles was. Maar op de vraag of onze tuin recintato, omheind, was, moesten we schoorvoetend ontkennen. Niet helemaal, niet echt maar wel een soort van ... De gezichten van de asielhouders betrokken. Rocco was een van de sequestrati en daarvoor golden extra strenge regels om te voorkomen dat de eigenaar zijn huisdier met succes zou kunnen terugvorderen, omdat deze bij zijn nieuwe baas niet veilig was. Een gotspe! Maar wel een reële mogelijkheid. 

Een paar dagen later kwam er een andere verantwoordelijke bij ons thuis langs om direct te constateren dat het niet zou gaan. Voor in beslag genomen honden was een omheind terrein absolute voorwaarde. En dat we onze vorige hond nu juist door een ongeluk verloren hadden, maakte ons helemaal kansloos. Geen vrolijke Rocco voor ons. We keken beteuterd naar de asielmedewerkster. Waarom hadden de asielhouders ons dat niet meteen verteld en waarom hadden ze ons juist een in beslag genomen beest laten zien? Typisch Italiaans? Het bracht ons onze zoektocht naar een appartement in Pavia in herinnering, jaren geleden, toen we een paar keer een huis te zien kregen dat achteraf helemaal niet beschikbaar bleek. Waarom, waarom?  Onze teleurstelling was zo groot dat de medewerkster er bijna buikpijn van kreeg. Ze verontschuldigde zich wel tien keer, terwijl het haar schuld toch niet was. Maar ze ging met het asiel bellen, want ze had een ingeving. En ja, even later vertelde ze dat er pas een hoogzwangere teef binnen was gebracht die net zes pups had geworpen. Pups die niet onder de strenge regels vielen. Over een maand of twee zouden we langs kunnen komen om er een uit te kiezen! Oef, wat een geluk, we haalden opgelucht adem. Het zou nog goed komen, even op de hondloze tanden bijten en dan kwam er een nieuwe lieveling. Hoopten we.

(Wordt vervolgd)