Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen


dinsdag 11 juni 2024

 ๐Ÿ‡ฎ๐Ÿ‡น ๐Ÿ“ ๐ก๐š๐ง๐๐ข๐ ๐ž ๐š๐ฅ๐ฅ๐ž๐๐š๐š๐ ๐ฌ๐ž ๐ฐ๐จ๐จ๐ซ๐๐ž๐ง ๐ž๐ง ๐ฎ๐ข๐ญ๐๐ซ๐ฎ๐ค๐ค๐ข๐ง๐ ๐ž๐ง (๐๐ข๐ž ๐ฌ๐จ๐ฆ๐ฌ ๐ง๐ž๐ญ ๐ข๐ž๐ญ๐ฌ ๐š๐ง๐๐ž๐ซ๐ฌ ๐›๐ž๐ญ๐ž๐ค๐ž๐ง๐ž๐ง ๐๐š๐ง ๐ฃ๐ž ๐๐ž๐ง๐ค๐ญ) ๐Ÿ‡ฎ๐Ÿ‡น

Zelfs nu we al 17 jaar in Italiรซ wonen komen we soms woorden en uitdrukkingen tegen (of zoeken we wanhopig naar het juiste woord) waarvan we denken hรจ? o? of okรฉ! 

In het onderstaande artikel een selectie, waaronder:

๐‘จ ๐’‘๐’๐’”๐’•๐’

Je staat in Italiรซ in de supermarkt of bij zo’n leuke lokale specialiteitenzaak (of op de markt bij een kraam vol Italiaanse lekkernijen), je bent er wonderwel, met aanwijzen, handgebaren en wat semi-Italiaans gebrabbel in geslaagd precies die kaas of worst of verse, handgemaakte pasta te bestellen, en dan…

De vriendelijke winkelbediende vraagt je iets als ’๐˜‹๐˜ฆ๐˜ด๐˜ช๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ข๐˜ญ๐˜ต๐˜ณ๐˜ฐ?’ en je weet niets anders uit te brengen dan ’๐˜•๐˜ฐ’, of hopelijk op zijn minst ’๐˜•๐˜ฐ, ๐˜จ๐˜ณ๐˜ข๐˜ป๐˜ช๐˜ฆ’. De kans bestaat dat de bediende je niet meteen begrijpt omdat hij/zij een ander, standaardantwoord verwacht.


๐‹๐ž๐ž๐ฌ ๐ฏ๐ž๐ซ๐๐ž๐ซ ๐จ๐ฉ:

https://www.ditisitalie.nl/5-handige-alledaagse-woorden-uitdrukkingen/



#ikvertrek #hetroerom #emigratie #bedenbreakfast #droomhuisgezocht #italie #buitenland #expat #italiaansleren #Italiรซ #nederlandersinitalie #emigratieavonturen  #emigreren #huiskopenitalie #italiemagazine #desmaakvanitalie #dolcevia #ciaotutti
#italie #italiaans #verhalen #anekdotes #humor #italiaanseten #italiaansekeuken #italiaansekoken #italiaansrestaurant #italiaansepizza #italiaansepasta #pizza #pasta



zaterdag 12 november 2022

Het Echte Italiรซ - H.1 In de supermarkt

Het eerste hoofdstuk uit mijn nieuwe boek ‘Het Echte Italiรซ - Verhalen uit het dagelijkse leven’. Boordevol verrassende ontmoetingen met Italianen op locaties waar je als toerist niet vaak komt maar als inwoner van Italiรซ vaak bijzondere, ergerniswekkende of komische dingen meemaakt die je laten zien hoe Italiรซ echt is. 

Voor meer info: www.bravenewbooks.nl/Italiaanse-Toestanden.

***************

In de supermarkt

Voor me in de rij bij de kassa van de Basko supermarkt staat een oud verschrompeld mannetje te mopperen. Hij heeft een zongebruind hoofd dat vanaf een grote, bolvormige, kale kruin taps toeloopt naar een puntige kin. Zijn dikke, halfronde wenkbrauwen geven hem het gezicht van een clown, maar hij kijkt niet vrolijk. Tegen iedereen die in zijn buurt komt, zegt hij iets, steeds hetzelfde. Hij richt zich ook tot mij en hoewel ik hem niet begrijp, knik ik hem vriendelijk toe om ervan af te zijn. Hij weet echter niet van ophouden en net als ik mij eraan begin te ergeren, zie ik de papieren zakken met brood die hij bij zich draagt en snap ik opeens wat hij zegt:

Ha messo i guanti? Ha messo i guanti? Heeft u de handschoentjes aangedaan?’ Dit vervolgt hij met wat onverstaanbaar gebrabbel, om te eindigen met de algemene conclusie ‘Povera Italia.

Hij komt natuurlijk net van de bakkerij-afdeling en heeft daar waarschijnlijk het brood uit de bakken genomen zonder daarbij de verplichte plastic handschoentjes aan te doen. En daarop is hij betrapt door een personeelslid of een kneuterige klant die hem erop heeft gewezen dat je vanwege de hygiรซne het brood niet met je blote handen aan mag raken. Ik voel opeens met hem mee en mijn ergernis verplaatst zich naar de zeurkousen. Ook ik ben altijd in overtreding want ik heb een hekel aan die plastic ondingen die ook bij de groente- en fruitafdeling verplicht zijn. Als ik tomaten, nectarines of appels en dergelijke nodig heb, kijk ik eerst schichtig om mij heen en pak er dan snel een paar met mijn blote hand om vervolgens met een quasi-onschuldige blik naar de weegschaal te lopen. Juist daar zijn die handschoentjes uiterst on“hand”ig want hoe krijg je de prijssticker op de plastic groente/fruitzak zonder dat hij aan het handschoentje blijft zitten? Onmogelijk. Weg met die krengen dus.

Zelf ben ik nog nooit betrapt, waarschijnlijk ook doordat ik de eerste tomaat of nectarine of appel pak door de plastic zak binnenstebuiten om mijn hand te vouwen. Het lijkt dan net alsof ik toch een handschoen aan heb. Maar bij de tweede tomaat en verder lukt dat niet meer.

Het is sowieso onzin, vind ik. Doorgeslagen hygiรซne-fetisjisme van het van nature hypochondrische Italiaanse karakter. Van de meeste vruchten eet je de, in de overspannen geest van de Italiaan met levensgevaarlijke bacillen besmette schil immers helemaal niet op. En vruchten die je wel in hun geheel verorbert, moet je, net als alle groente, altijd goed wassen, zo heb ik althans van mijn brave oude moeder (en de huisarts) geleerd. Ook heeft onderzoek1 uitgewezen dat de kassa het meest met bacillen besmette deel van een supermarkt is. Niet de groente- en fruitafdeling, laat staan de bakkerij. Nee, de transportband waar alles op gezet wordt (ook spullen die op de vloer hebben gestaan: smerig!) en die niemand ooit schoonmaakt, dat is de echte bacillenkweekvijver.

En mocht het voorgaande nog niet overtuigend genoeg aantonen dat de handschoentjes onzinnig zijn, dan is er nog de milieubewuste tijdgeest: denk eens aan al dat onnodige wegwerpplastic dat uiteindelijk in de oceaan belandt om daar de al door uitsterven bedreigde diersoorten nog een stapje dichter bij de afgrond te brengen (of is het plastic van de handschoenen afbreekbaar?). Plastic handschoentjes, nee, het gebruik daarvan kan ik niet met mijn geweten in overeenstemming brengen. Ik ben een gewetensbezwaarde inzake het gebruik van te veel plastic in supermarkten. Nou ja, ze zijn vooral onhandig.

Het moppermannetje is aan de beurt om af te rekenen en gaat nu verder tegen de kassiรจre, die minzaam glimlacht maar niets terugzegt:

Ha messo i guanti? Ha messo i guanti? Povera Italia!

Een beetje overdrijven doet hij wel. Arm Italiรซ? Maar eigenlijk doen alle Italianen dat, besef ik nu ik erover nadenk. De gemiddelde Italiaan is namelijk helemaal niet de O sole mio zingende, Lebensbejahende vrolijke zonaanbidder of gondelier waarvoor de koele noordeling hem houdt. Integendeel, hij en zij gaan gebukt onder, vaak overbodige, zorgen over gezondheid en veiligheid.

En dus sluit menig Italiaan zijn jammerklacht over wat de overheid of wat de politici nu weer voor idioots bedacht hebben, af met ‘Povera Italia!’ We zijn aan de heidenen overgeleverd en er is niets meer wat ons kan redden. ‘Siamo messi male. Het is slecht met ons gesteld. Arm Italiรซ!’




maandag 27 december 2021

Wijnproeverijen bij B&B Villa I Due Padroni

Al zin in de vakantie in 2022? 

Bij Villa I Due Padroni presenteren we u graag het echte Italiaanse leven: zon, blauwe luchten, rust, ruimte, panoramische vergezichten over eindeloze wijngaarden met middeleeuwse dorpjes en kastelen en… de authentieke Italiaanse gastronomie! 

Al vele jaren organiseren we met veel succes een uitgebreid Italiaans diner en wijnproeverij voor onze gasten, verzorgd door onze topkokkin Antonica en op-en-top gastheer Roberto. 

Kom langs en beleef het zelf! 

Zie www.duepadroni.it


Cantina Ca del Santo

Niemand gaat weg zonder een paar doosjes!

Al het lekkers ligt op eikenhout te rijpen

Roberto en Ger, gebroederlijk aan de wijn

Een lange tafel bij het Italiaanse diner

En nog meer lekkerbekken

De padroni lusten het zelf ook

Carlo van Ca del Santo trekt nog maar eens een flesje open

Roberto dekt de tafel en schenkt de aperitivo in

Proeven, proeven, proeven

De tagliata met rozemarijn en jeneverbes 

Salute!

Niet bij wijn alleen

Salame van de streek vooraf

zondag 14 maart 2021

Op zoek naar een nieuw huis in Italiรซ – deel 1

 

 

De kogel was door de kerk! Al ruim een jaar zaten we te dubben over de vraag hoelang we nog met onze bed en breakfast door zouden gaan en nu opeens… het besluit! Na meer dan 10 geweldige seizoenen met fantastische gasten en belevenissen besloten we te gaan rentenieren en onze geliefde B&B Villa I Due Padroni te koop te zetten. Het komende jaar zou Nico 70 worden en dat was een mooie mijlpaal om deze ingrijpende beslissing aan vast te binden. Maar wat betekende dat eigenlijk allemaal?

Allereerst dat we een ander huis moesten gaan zoeken want de Villa is voor ons tweeรซn veel te groot, om nog niet te praten van de tuin. En ik wilde eindelijk wel weer eens vanuit de woonkamer direct een (veel kleinere) tuin in kunnen stappen zonder eerst 2 verdiepingen te moeten afdalen. En nog zo het een en ander.

We moesten maar eens een wensenlijstje gaan opstellen, net als 13 jaar geleden. Oude tijden keren weer. Panoramisch uitzicht was alvast een harde eis. Want daarop inboeten na er zolang mee verwend te zijn, nee. En er moest een redelijk formaat tuin aanwezig zijn natuurlijk. Qua ligging willen we graag iets dichter bij voorzieningen (een bar! We zagen ons al met de mannetjes van de streek een kaartje leggen, glaasje wijn bij de hand), als het kon op loopafstand. En het huis moest ruim genoeg zijn om een gastenslaapkamer en -badkamer te kunnen herbergen, alles op de begane grond. Ons budget werd bepaald door wat de Villa naar ons (vage) idee zou kunnen opleveren.

Hoe vind je zo’n huis? 

Lees verder op https://www.ditisitalie.nl/op-zoek-naar-een-nieuw-huis-in-italie/ 

woensdag 21 maart 2018

Een Italiaan voegt in

„Even kijken, ja het kan geloof ik,” mompelt de bestuurder van de Fiat in zichzelf en trekt langzaam op. Hij staat op een zijweg van de provinciale, wil linksaf en moet zich daarvoor in de passerende verkeersstroom zien te voegen. „Nee, toch niet!” roept de bestuurder nu van schrik en trapt op de rem. Zijn motor slaat (ook geschrokken?) af. „Porca miseria!” briest de eigenaar. De auto die de Fiatbestuurder deed schrikken, kruipt tergend langzaam voorbij. Hij had er gemakkelijk voor gekund, beseft de hij en start de motor weer op.

Door de mislukte invoegpoging van daarnet is de Fiat iets naar voren geschoven en steekt met zijn neus een stukje op de provinciale weg. Er komt nu van links een continue stroom auto’s aan, telkens met precies zo’n onderlinge afstand dat hij er niet tussen kan. Van rechts komt er nu natuurlijk niks. „Het lijkt wel of ze het erom doen!” mompelt de Fiat-eigenaar geรซrgerd. De bestuurders van de auto’s die van links komen zien een Fiat die wil invoegen en al  half op hun rijstrook staat. Ze zijn bang dat hij opeens vooruit zal schieten en minderen voor de zekerheid vaart. Tot ergernis van de Fiat-man die nu bijna tegen zichzelf schreeuwt: „Porca giuda Als ze vlakbij zijn, remmen ze ook nog eens af. Waarom? Vai, vai, schiet toch eens op!”

Uiteindelijk valt er een gat in de stroom van links. Hoera! denkt de bestuurder, kijkt naar rechts en ziet daar verdorie toch weer een auto aankomen. Wat nu? Hij schat de snelheid in en ... Nee, hij is al te dichtbij. Maar van links komt nog steeds niets. Dus toch maar snel? Nee, te riskant. Of niet?

Op het allerlaatste moment waagt de Fiat-bestuurder het er toch op en slaat linksaf. Eenmaal op de provinciale moet hij direct naar z’n drie schakelen maar daarbij verliest hij zoveel snelheid dat hij bijna tot stilstand komt. De op hem af rijdende bestuurder ziet dat de Fiat tot zijn afgrijzen pas op het laatste moment invoegt (hij had verdorie uren de tijd!) en remt al een beetje af maar moet nu vol in de ankers om niet op de stilstaande Fiat te knallen. „Ma che cazzo! Wat een l.u.l.! als je niet kunt autorijden blijf dan thuis!”

Meer leuke Italieverhalen lezen? Koop of download mijn drie boeken Italiaanse Toestanden

maandag 19 maart 2018

Ricevuta pipi

Aspetta, aspetta,” zegt het mannetje dat de toiletten bewaakt (en hopelijk ook schoonmaakt en van voldoende papier voorziet). Wachten? Hoezo? denk ik, want ik heb hem net toch een euro gegeven? (waar zijn de tijden van een kwartje voor een plas gebleven?) Ik moet nodig dus heb even geen behoefte aan discussie. Maar nee, ik mag nog niet afwateren want de toiletbeheerder pakt een boekje met bonnetjes, scheurt er een af, zet er de datum op, parafeert en geeft hem aan mij. Klaar, ik mag. Maar nu ben ik even te perplex om naar de wc-pot te rennen. Een officieel bonnetje voor een toiletgang?

Ieder jaar ontduiken de Italianen voor ruim honderd miljard euro aan belastingen. Voor het leeuwendeel gaat het om niet opgegeven inkomsten, voor een ander belangrijk deel om niet afgedragen btw, Iva geheten. De standaardvraag van een dienstverlener in dit mooie land na het afronden van een klus is: “Vuole la fattura?” Wat zoveel betekent als: wilt u graag 10 of 20% meer betalen? Het antwoord laat zich meestal raden. Zo af en toe, meestal na een in de kranten en op tv breed uitgemeten belastingschandaal, krijgen de Agenzie delle Entrate en de Guardia di Finanza het op hun heupen om te laten zien dat ze echt wel hun werk doen. Het liefst doen ze dan een paar spectaculaire invallen bij heel rijke beroemdheden want dat levert veel publiciteit op. En het is gemakkelijk: je kijkt welke beroemdheid een heel laag inkomen heeft opgegeven terwijl hij of zij toch in alle roddelbladen (vakliteratuur) in beeld verschijnt terwijl hij of zij bruingebrand op zijn of haar tientallen meters lange jacht over de Middellandse Zee cruiset. Gek genoeg blijft het altijd bij een paar invallen, tot iedereen de sensatie weer vergeten is en het gewone belastingvrije leventje weer kan terugkeren.

Maar soms probeert de guardia juist de kleine krabbelaars bang te maken want heel veel kleintjes maken ook een grote hoop. Dan gaan de controleurs opeens checken of de barista of pizzaiolo je wel een bonnetje heeft gegeven: het bewijs dat de verkoop en dus de omzet geregistreerd is. Het bonnetje dat je altijd meteen weggooit samen met het lege suikerzakje. Hoewel, krijg ik het eigenlijk wel altijd? Opletten is geboden want als de polizia je buiten opwacht terwijl de cappuccinosnor nog onder je neus zit of als je je met je hete pizza naar huis wil spoeden, moet je het bewijs van aankoop kunnen tonen. Anders krijgt niet alleen de verkoper maar ook jij een boete.

Ik bewaar mijn plasbewijsje dus keurig. Stel je voor dat ze me buiten opwachten. Kom ik dan weg met de bewering „Ik heb niets ’gedaan’, geen grote bah noch een kleine!”? Of gaan ze dat dan controleren? En hoe? Een openbare visitatie? Ik waag het er niet op.

Meer verhalen over het leven in Italie? Lees mijn boek Italiaanse Toestanden!

dinsdag 6 februari 2018

Little Italy - Com’รจ piccola Italia!

Mariarosa en Elena stonden me al breedlachend op te wachten bij onze stand op de Little Italy beurs in Amsterdam. Waren ze echt zo blij mij te zien? Ze zaten zelfs een beetje naar elkaar te grinniken als twee bakvissen die met hun schoolmeester wilden gaan flirten maar het niet echt durfden. Nu is Mariarosa altijd al een niet te stuiten tornado die constant aan het woord is, ideeรซn oppert en opdrachten uitdeelt (Vai! Vai! Aan de slag!) maar Elena is meestal bedachtzamer. Er moest dus wel iets bijzonders aan de hand zijn. Later vertelde Tommy, de enige man in het Italiaanse gezelschap (hij noemde het quasi-zuchtend een femminocrazia), dat hij ook had gemerkt dat er iets aan de hand was met de twee dames. Tommy had een eigen kamer in het Holiday Inn vlak bij het Westergasfabriek-terrein waar de beurs plaatsvond en die kamer lag naast die van Mariarosa en Elena. Gister om kwart voor een ’s nachts hoorde hij opeens gegiechel in de kamer van zijn collega’s. Wat zijn die twee midden in de nacht nog aan het doen dat zo leuk is, vroeg hij zich af. ’s Ochtends had hij het ze gevraagd, beschroomd want als een echte Italiaan vond hij de vraag wel erg brutaal, en hadden Elena en Mariarosa het hem proestend van het lachen verteld.

Een aantal weken geleden had ik Mariarosa op haar verzoek een pdf-bestand met de Engelse vertaling van mijn boek ’Italiaanse Toestanden’ toegestuurd. Aan lezen was ze uiteraard niet toegekomen want haar dagen (en nachten?) raken altijd vanzelf gevuld met nieuwe ideeรซn, opdrachten, contacten etc. De kleine tornado, die haast wel een dubbelgangster van Sylvia de Leur leek, rust nooit. Tommy vertelde ons dat Mariarosa eens per maand naar de kapper direct naast het kantoor ging en van daaruit vrolijk verder ging met appen en posten op Facebook, Instagram etc. Eenmaal werd hij zelfs door haar opgeroepen even langs te komen voor een idee, zaak, klusje of iets dergelijks en trof hij haar vol in de haarshampoo bij de kapper aan, mobiel in haar hand. Omdat het haar dus met geen mogelijkheid lukte aan mijn boek te beginnen, had Mariarosa de pdf-file daarom maar naar Elena doorgestuurd. Opdracht: Lezen! Vai!

Gisteravond besloot Elena dat ze ondanks de vermoeidheid van de eerste beursdag toch minstens een hoofdstuk van het boek gelezen wilde hebben (gelukkig zijn de hoofdstukken kort). Maar ze kwam niet verder dan een paar alinea’s, tot het moment dat ze de naam van onze vermaledijde makelaar Olita voor het eerst tegenkwam. Neeeeee, dacht ze, het is niet waar! Ze vertelde het meteen aan Mariarosa die rechtovereind schoot. Wat? Olita, komt die kl...z.k in het boek voor? En toen begonnen ze dus allebei te lachen, wat Tommy in de kamer ernaast hoorde. Het bleek, zo vertelden ze mij nu, staand voor de balie, dat zij met hun reisorganisatie ook met Olita van doen hadden gehad. Met dezelfde negatieve ervaringen. „Un ignorante!” riep Mariarosa fel. „Maar van welk kasteel wist hij de naam nou niet?” vroegen de dames mij, refererend aan de passage in mijn boek waarin ik beschrijf dat we met Olita voor het eerst de Oltrepรฒ bezochten en hij ons niet kon vertellen hoe het niet te missen kasteel heette. „Cigognola,” zei ik. „Nooooo,” riepen Elena en Mariarosa in koor. „Non รจ possibile!” Maar het was toch echt waargebeurd. Wat een coincidenza, toeval, dat we allebei met die sukkel te maken hadden gekregen.

Om hun leespret niet te bederven, vertelde ik hun verder niets maar zei alleen dat het ergste met Olita nog moest komen. Bij deze toevallige gezamenlijke ’kennis’ bleef het echter niet want de volgende dag kwamen we er achter dat ze ook de fameuze makelaar Necchi kenden die het huis in de verkoop had dat Cora en Marco wilden maar van hem niet mochten kopen! De ex van Mariarosa was notaris en kende daardoor vrijwel alle makelaars de streek. „Die Necchi is nog erger,” verklaarde Mariarosa. „Dat is een arrogante!” Over Necchi vertelde ik hun iets meer in detail, want die verhalen komen pas in deel 4 van mijn Italiaanse Toestanden. (Deel 4? Wanneer? Waar? Hoe? hoor ik u denken. Nog even geduld!) En daarmee waren de coincidenze nรณg niet uitgeput want het bleek dat de reisorganisatie die Mariarosa bestierde ook cultuurtrips naar Engeland voor middelbare scholen verzorgt en begeleidt. Maar mijn vaste pilatescollega Cecilia reisde als docente biologie toch ook eens per schooljaar met haar klas naar Engeland? dacht ik. En ja hoor, „La nostra Cecilia!” riepen Mariarosa, Elena รฉn Tommy in koor. „Che coincidenza!

Mede door deze gebeurtenissen raakten wij Due Padroni steeds meer met onze Italiaanse collega’s vertrouwd en begonnen we ook mee te doen met de plaagstoten die zij elkaar toedienden. Dat had ook zijn nadelen. Toen we na een lange beursdag in een cafรฉ aan de bitterballen zaten (vonden ze lekker, die Italiaantjes) was Marierosa als enige nog niet uitgeraasd. Ze was al bezig met een blogje van de dag en vroeg mij of ik de tekst in het Nederlands kon vertalen. „Tuurlijk,” zei ik, nietsvermoedend, want morgen had ik vast wel weer energie. Een halve minuut later hoorde ik ’pling’ op mijn telefoon en direct daarop een hoog vrouwenstemmetje dat „Vai!” zei. „Aan de slag!” Wat? Nu? Meteen? Ik keek Tommy, die vlak naast mij zat, meewarig aan en fluisterde hem, nog net verstaanbaar voor Mariarosa, toe: „Maar wat betekent ’vai’ eigenlijk in het Italiaans? Is het toevallig ’beste vriend, zou je alsjeblieft als je even tijd hebt dit en dat voor mij willen doen?’?” Tommy knikte, glimlachte en zei: „Eh, te l’ho detto. Femminocrazia.

woensdag 31 januari 2018

Bulldozerkip of scharrelmachine?

Giuseppe stond van een afstand te gebaren. Hij beeldde een fles uit. Uiteraard wilden wij graag wijn bij het eten! De vraag die meer gerechtvaardigd zou zijn, was of we eten wilden bij de wijn ;-). Maar nee, natuurlijk aten we graag een pizza hier bij Osteria La Versa, een van de betere adressen voor dit meest Italiaanse van alle Italiaanse gerechten. Giuseppe bedoelde dit echter allemaal niet. Hij wilde weten of we weer dezelfde wijn wilden die we de laatste keren steeds genomen hadden. En dat wilden we want die rode Bonarda was ons erg goed bevallen.

Jarenlang (zijn het echt al jaren? Even terugrekenen: ja, het zijn al jaren, il tempo corre) schonk Giuseppe, de sympathieke cameriere van de osteria ons iedere keer als we er kwamen een andere rode wijn. Wel steeds de bruisende boeren-Bonardawijn maar telkens van een ander wijnbedrijf. De resultaten waren wisselend, meestal was de wijn gewoon lekker, soms zat er een tussen die te scherp, wrang, zuur of bitter was. Giuseppe had nog jaren door kunnen gaan met deze voorstelling (er zijn honderden wijnmakers in de Oltrepรฒ) ware het niet dat hij een paar maanden geleden midden in de rode roos schoot. Alleen al de kleur van de Bonarda die hij toen uitschonk, was onweerstaanbaar. Een diep-purperen, bijna zwarte bruiswijn vulde gulzig onze glazen. Die moest wel lekker zijn, dachten wij meteen. En dus was hij lekker, want de weg naar de maag van de echte enonauta gaat via het oog.

Wij knikten dus enthousiast van ja op Giuseppe’s gebarentaal. Graag die Bonarda van Cantina Fratelli Agnes weer! De cantina kenden we al veel langer, ook vanwege de op ons ietwat vreemd overkomende naam (de broers Agnes?), maar op deze bonarda had Giuseppe ons dus attent gemaakt. Campo del Monte heette hij. We moesten maar eens bij het wijnbedrijf langsgaan om een paar doosjes in te slaan, dachten we iedere keer, om het vervolgens niet te doen. Osteria La Versa was altijd dichterbij en lag (gevaarlijk!) op de route naar het dorpje Rovescala waar de gebroeders Agnes hun lekkere Bonarda produceerden. Een goede plek dat Rovescala want het is het oudste wijnproducerende dorp van de streek met de vroegste schriftelijke getuigenis uit 1192.

Het belangrijkste, de wijn, was geregeld. Wat bracht ons de menukaart? Sinds een week of zo was die vernieuwd en we zagen dat er gerechten op stonden die we nog niet eerder gezien hadden. En doordat namen van gerechten in een vreemde taal de moeilijkst te leren dingen zijn, voelden we ons weer even beginners in het Italiaans. Wat was bijvoorbeeld gallinella ruspante? Het was vast een kipachtige, maar ruspante? Een ruspa was een bulldozer, dat wisten we nog uit de tijd dat onze aannemer Torti (still going strong, 81 jaar inmiddels) ermee over onze parkeerplaats en door onze tuin tekeerging. Dus bood het menu uitzicht op een ... bulldozerkip? De Italiaanse variant van een plofkip? Dat nooit! We vroegen raad aan Giuseppe.


Het was duidelijk de avond van de gebarentaal want ook nu wist Giuseppe niet beter dan wat handbewegingen te maken om het ons uit te leggen. Het ging inderdaad om een kip maar wat beeldde zijn hand uit? Die scharrelde maar wat heen en weer over een denkbeeldig terrein. Scharrelen? Scharrelkip, dat was het natuurlijk! Precies het tegenovergestelde van een plofkip. Maar dan was een bulldozer dus een scharrelmachine? Zou je niet zeggen als je destijds het resultaat van Torti’s gescharrel zag. In Italiรซ hadden ze dus ook scharrelkippen. Weer iets geleerd. Maar wat zou een plofkip in het Italiaans zijn? Pollo gonfiabile? Pollo bum? Wie weet het?

PS
Ik ontdekte dat er ook maschi ruspanti bestaan, scharrelmannen! Begin jaren '70 is er een Italiaanse film over gemaakt. Toch maar eens beter om me heenkijken hier. Of geeft u de voorkeur aan een bulldozerman die met gespierde armen de stuurknuppels van het stoere graafapparaat bedient?


maandag 8 januari 2018

Forza Milan


Roberto is een echte fan van AC Milaan, ’il Milan’, zoals hij de club noemt. Het voormalige speeltje van Silvio Berlusconi (het is sinds vorig jaar in schimmige Chinese handen) aanbidt hij al van ruim voor de tijd van Gullit en Van Basten. Sinds ik weet hoe fanatiek hij is, tegen de stroom in want de club maakt de laatste jaren niet veel meer klaar, stuur ik hem wekelijks een appje met een tekstformat dat luidt: „Forza [komende tegenstander van AC Milaan]” Gewoon, omdat ik een plaagstootje uitdelen leuk vind. Meestal krijg ik een emoji terug: een opgestoken middelvinger. En sinds kort zelfs een foto van zijn eigen middelvinger: het dik in het verband zittende ledemaat dat hij er onlangs bijna afgezaagd heeft. Een andere favoriete treiteractie van mij is om Roberto eraan te herinneren dat AC Milaan nu communistisch is (zelf stemt hij altijd op Berlusconi).


Toen Nico een tijdje terug vertelde dat hij wel altijd naar de samenvattingen van het Nederlandse voetbal keek maar nog nooit een wedstrijd echt had bijgewoond, zag Roberto zijn kans schoon. Zelf was hij al twintig jaar niet meer naar het stadion geweest (het huwelijksleven vraagt soms zware offers) terwijl hij toch vroeger een van de echte tifosi, supporters was. „We moeten samen een keer gaan,” riep Roberto enthousiast, „Andiamo?” Het leek ons wel leuk en een dag of wat geleden bestelden we samen via internet kaartjes voor de wedstrijd AC Milaan - Crotone. Tot hilariteit van Roberto had Nico recht op ouwelullenkorting: diens kaartje kostte 20€ terwijl wij, jongeren, maar liefst 35€ moesten neertellen. Opgewekt ging Roberto naar huis, ook omdat AC Milaan van de laaggeklasseerde (mafia?)club uit Calabriรซ zeker zou gaan winnen. Hij zat nog niet in zijn fauteuil of tingeling daar was mijn appje al: „Forza Crotone!” Middelvinger terug.


Gisteren was het zover: we gingen echt voetbal kijken! Live! Al,vivo! Roberto was extra blij want de sfeer thuis was, zacht uitgedrukt, niet optimaal. Ondanks herhaalde bezweringen harerzijds dat ze geen nieuwe mobiele telefoon als kerstcadeau wilde, had Roberto er toch een voor Antonica besteld. En die had hij haar juist gisteren pas kunnen geven doordat de bezorging door Amazon was misgegaan en hij dus dertig dagen had moeten wachten. Een verlaat kerstcadeau dus, maar Antonica was furieus dat hij dus toch een mobiel besteld had en weigerde het geschenk aan te pakken. Ze was laaiend dat Roberto toch tegen haar zin had gehandeld. „Quando si arrabbia diventa una furia. Als ze zich boos maakt, wordt ze een furie,” verzuchtte Roberto. Hij weet het aan Antonica’s Sardijnse temperament. Een uitstapje naar Milaan was dus een niet onwelkom excuus om even het huis te ontvluchten.

Oorspronkelijk wilde Roberto al om elf uur ’s ochtends willen vertrekken maar dat hadden we weten te verschuiven naar twaalf uur. De wedstrijd begon om drie uur en hoewel we natuurlijk wel wat tijd wilden hebben om voor de wedstrijd wat rond te kijken, leek het ons niet nodig om er uren van te voren al te zijn. Waarom wilde Roberto zo vroeg op pad? Was hij voor zijn eerste bezoek in twintig jaar warempel zenuwachtig, zo nerveus als de eerste beste ragazzino, jongen die met pappa mee mag naar het grote stadion? Hij zou het nooit toegeven, maar hij rookte wel opvallend veel sigaretten onderweg terwijl hij die ochtend nog had beweerd dat hij veel minder rookte. Uiteraard kon ik het niet laten om hem in de auto te bestoken met prikkelende opmerkingen over het slechte presteren van zijn lijfclub. Hoelang zou de met veel bombarie binnengehaalde ex-international Gattuso het als trainer volhouden? Misschien zou hij na de (onvermijdelijke) nederlaag van vanmiddag zijn biezen al mogen pakken, als achtste trainer in drie jaar? En hadden we niet beter een week later kunnen gaan, want dan speelde Inter Milaan als medegebruiker van het stadion thuis? Dan zagen we tenminste goed voetbal. „Vai a cagare!” bromde Roberto.


Nog ruim voor twee uur waren we al bij het stadion. We passeerden een ongelooflijk aantal controles (nog meer dan op een vliegveld) en belandden op een plein met een onafzienbare colonne eet- en souvenirkramen. We aten een broodje (focaccia, piadina) en kochten twee waterflesjes. Die laatsten mochten alleen zonder dop het stadion in, zo bleek bij alweer een controle, want anders zou je zo’n flesje als projectiel kunnen gebruiken. Aan alles leek, waarschijnlijk na schade en schande, gedacht! We kochten ook twee AC Milaan shawls, ter camouflage. Zo opportunistisch zijn we wel. „Forza Crotone,” riep ik richting Roberto terwijl ik de shawl voor mijn mond hield. „Non esci vivo, je komt hier niet levend uit,” lachte de diehard Milan-fan.


Het stadion zag er van buiten imposant uit maar toen we naar boven klommen om de tweede ring te bereiken, zag ik overal slordige bundels onbeschermde elektriciteitsdraden liggen. Hoe komen we weg als er brand uitbreekt? dacht ik angstig. Een brandplan met nooduitgangen zag ik niet, brandblussers evenmin. En terwijl je in elk Italiaans theater struikelt over de vigili del fuoco, was hier geen brandweer te bekennen. Gelukkig regende het al de hele dag! We hadden zitplaatsen met mooi zicht maar het was wel erg krap bemeten. Gelukkig dat het stadion niet uitverkocht was, anders zou ik er wel een beetje claustrofobisch van zijn geworden. Roberto maakte het niet uit, hij had kippenvel gekregen bij de aanblik van het speelveld en de tribunes met tifosi. Overal hingen spandoeken van de fans uit Turijn, Bologna etc. Er was ook een vak met een spandoek met de tekst „Berlusconi” maar gek genoeg (?) zat daar niemand, zag ik, een  observatie waar ik Roberto fijntjes op wees. „Mwah,” was zijn nonchalante reactie. Hij maakte zich drukker om de wedstrijd.



Vanaf onze positie zag het veld er veel kleiner uit dan het op tv altijd leek. Maar paradoxaal genoeg maakte het nog steeds een vrij lege indruk toen de tweeรซntwintig spelers erop stonden. En bij een uittrap van de keeper gingen ze ook nog eens met zijn allen op een kluitje staan, een heel raar gezicht! Je zag nu wel heel goed dat voetbal echt een positiespel is: voetbal is helemaal geen oorlog maar schaken. Wat ging het trouwens langzaam, het leek wel slow-motion. Wat niet wegnam dat je regelmatig iets miste: waarom lag die speler opeens op de grond? Wat was er gebeurd? Niet gezien. En uiteraard: geen herhalingen! Tot grote frustratie van Roberto werden er twee goals van AC Milaan afgekeurd, volgens hem onterecht natuurlijk, maar wij hadden geen idee waarom. Dat Roberto fanatiek was en meer gespannen dan hij wilde toegeven, bleek uit zijn reactie op de scheidsrechter bij ’foute’ beslissingen. Hij schreeuwde hard mee met de hele tribune van Milanisti. Ook de aanwezige kinderen leefden volop mee: bij elke aanval van Milaan hoorde je de hoge stemmetjes „Dai! Dai! Kom op! Kom op!” gillen.


Milaan won, dus trainer Gattuso mag nog even blijven. En Roberto was tevreden. Ze hadden niet slecht gevoetbald volgens hem. Milaan steeg weer een paar plaatsje op de ranglijst maar kwalificatie voor de Champions League zat er waarschijnlijk weer niet in. Thuis stapte Roberto zuchtend uit: hij moest de confrontatie met zijn temperamentvolle echtgenote weer aan. Ik zocht thuis gelijk even op wat de volgende tegenstander van AC Milaan zou zijn. Cagliari, Sardiniรซ! Tingeling, „Forza Cagliari!” Tingeling, „Vai a cagare!”

Meer leuke verhalen lezen? Koop "Italiaanse Toestanden" deel 1,2 รฉn 3! 
Zie http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it
 




http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it

dinsdag 2 januari 2018

Camminata

Sinds kort heeft de gemeente Montecalvo Versiggia een officiรซle wandelkaart! Niet op haar moderne website (daar staat nog gewoon de oude meuk) maar op heuse, grote panelen die op verschillende plekken zijn neergezet. Vlakbij ons staat ook zo’n bord met wandelroutes en ik enkele routes kwamen mij bekend voor: die hadden wij zelf ontwikkeld toen we hier kwamen wonen. Heeft de gemeente die van onze website ’geleend’? Ach nou ja, wat maakt het uit. Gister op de eerste dag van 2018 was het zulk heerlijk fris en zonnig weer dat ik besloot om maar eens van de wandelingen te gaan maken. Joia ging, al dan niet vrijwillig, mee. Niet een van de onze maar nummer 11, de langste die helemaal naar Frazione Crocetta, het centrum van Montecalvo leidt en vandaar over Bagarello terug gaat. Waar begon ik aan? Gelukkig had ik mijn mobieltje bij me en zou ik de hulptroepen thuis kunnen laten aanrukken als ik halverwege mocht instorten. Maar dat gebeurde niet. Pas thuis, na tweeรซnhalf uur, kwam ik erachter, door de route in te voeren op de GPSies.com website, dat ik 10,77 km gelopen had!


Het was de moeite meer dan waard. Je ademt flink wat frisse lucht in (op de heenweg zijn mij welgeteld twee! auto’s gepasseerd), het zonnetje warmt je gezicht en het hondje trekt je de berm en de sloot in ... De hele route liep Joia met haar neus op de grond om alle geuren op te snuiven. Net een harige stofzuiger. Ik genoot van de prachtige vergezichten en betreurde de schade die de zware ijzel van een week of wat geleden had aangericht: afgebroken takken, ingestorte struiken. Heerlijk. En er zijn nog tien andere routes! Voor wie in alle rust relaxed wil wandelen in een prachtige omgeving: kom naar Villa I Due Padroni!

De hier beschreven route staat samen met verschillende andere op GPSies.com.


zaterdag 30 september 2017

Trekkrs kieken


„Vraag ’s wat-ie aan ’t doen is,” zei Errit tegen mij. Hij zat al een tijdje vol afgrijzen te kijken hoe Alessandro met een rubberen afsluitring aan het prutsen was. Met een schaartje probeerde hij er een randje af te knippen, terwijl hij ondertussen doorging met praten. In het Italiaans, waar Errit niks van verstond. „Che cosa stai faccendo,” vroeg ik snel toen Alessandro’s spraakwaterval even stil viel. „Mettere a posto questo,” was het antwoord, „dit passend maken.” Hij pakte er een stalen cilinder bij en duwde de rubberen ring er in. Dat ging niet eenvoudig want de ring deed zijn best om zich weer uit de cilinder te werken: hij kronkelde als een weerspannige slang en als Alessandro hem er aan een kant indrukte, floepte de ring er aan de andere kant weer uit. De ring was een maatje te groot voor de cilinder maar dat scheen Alessandro niet te hinderen. Hij knipte alleen de dikte van de ring op maat. Errit begreep er niks van. Toen we later naar huis reden kon hij er niet over uit: „Die afsluitring houdt het maar een paar dagen uit. Dan gaat het weer lekken en kun je opnieuw beginnen. Wat n gepruts! Echt weer op z’n Italiaans.”

Alessandro was de eigenaar van een garage die zich specialiseerde in het renoveren van oude tractoren. De garage en het terrein eromheen waren รฉรฉn grote uitdragerij van halfverroeste trekkers, onderdelen, gereedschappen, afval en allerlei ondefinieerbaar spul. We hadden er vanochtend een afspraak met Alessandro, om 11 uur en dus kwam deze om half 12 aanrijden. Waarna hij nog een kwartier verdween om ’zijn auto weg te zetten’. Errit scharrelde in de tussentijd wat rond over het terrein en kon zijn ogen niet geloven: „Dat bestaat toch niet, zo’n puinhoop! Moet je die tractoren zien, over een paar jaar is er niets mee van over. Zonde! Weet je wel wat die dingen waard zijn?”

Nee, dat wist ik niet want ik was geen tractorfetisjist zoals Errit en was vanochtend alleen maar meegekomen om te vertalen. Veel stelde dat vertalen trouwens niet voor want het ging voornamelijk over de verschillende modellen van het Italiaanse merk Same waar Errit een verzamelaar van was. Het ’vertalen’ kwam vooral neer op het omzetten van Italiaanse nummers in Nederlandse aangezien de antieke Same tractoren zulke spannende namen hadden als 4R10, DA25 en 450. Errit had al 21 van die tractoren thuis maar er waren nog wel modellen die hij er graag aan toe zou willen voegen. Bovendien kon hij altijd onderdelen gebruiken voor de tractoren die hij nog aan het renoveren was. En wat lag er hier veel voor ’t grijpen! Aan de zijkant van het terrein bevond zich wat voor een leek zoals ik niet meer dan een enorme berg oud ijzer was, maar waar Errit verlekkerd naar keek.
Hij klom erbovenop en trok van alles tevoorschijn. „Moej kiekn man! Hier ligt gotver een hele vooras! Zomoar te verroestn! Terwijl ik het zo goed kan gebruukn!” Maar Alessandro wilde niets verkopen. Errit begreep er niks van. Dit spul lag er zo te zien al jaren en zou er vast nog jaren blijven liggen. Als je er niks mee doet, verkoop ’t dan, vond hij. Met de moed der wanhoop bleef Errit over het terrein rondlopen waarbij hij steeds dingen aanwees en een vragende blik richting Alessandro wierp die, glimlachend, geen krimp gaf.

Maar Errit had een troef die hij kon uitspelen. Eerst liet hij Alessandro foto’s en een video zien van de grote bijeenkomst van Same verzamelaars (verSamelaars) die ieder jaar in Nederland en Belgiรซ gehouden wordt. Foto’s van een grote hal met tientallen prachtig gerestaureerde rood, groen en oranje glimmende Same’s. Toen hij dat zag spatten de liefdesvonkjes uit Alessandro’s ogen. Zo, nu weet hij tenminste dat hij met een serieuze liefhebber van doen heeft, dacht Errit. Dan wordt hij vast wel wat toeschietelijker. De laatste foto die Errit Alessandro liet zien was van een van zijn eigen tractoren. In plaats van het gebruikelijke hardstalen zitje zag je daar een mooi kunstleren kuipje met de naam Same erop gedrukt. Alessandro boog zich voorover om het goed te kunnen zien en zat met zijn neus bijna tegen het scherm van Errits mobieltje geplakt. Errit glunderde. „Ja, wat vinje doarvan? Mooi?” vroeg hij, ten overvloede want dat Alessandro het mooi vond was wel duidelijk. „Bello?” vertaalde ik toch maar. „Sรฌ, sรฌ,” aarzelde Alessandro, „ma che cos’รจ?” „Hoe kom je daaraan?” vertaalde ik vrij wat want het was, dat was wel duidelijk. „Zelfgemaakt,” zei Errit, „kommoar kiekn. Ik heb er nog een achterin d’auto.” en hij liep weg terwijl hij ons meewenkte.

In de vrijwel lege laadruimte van Errits busje stond iets wat op een versleten kinderzitje leek. „Hij is nog niet af,” verklaarde Errit. Hij legde uit dat hij de zitjes zelf in elkaar knutselde, van schuimrubber, op maat want op elk type Same tractor (4R10, DA25, 450 etc) zat weer een ander zitje. Alessandro bleek zeer geรฏnteresseerd. Of hij deze kon kopen. Ja dat kon. Voor 60€ was deze voor hem. Deal! „Kijk,” zei Errit, „zo maak ik hem een beetje lekker. Dan gunt hij me straks misschien toch nog iets.” Hij ging weer even verder rondstruinen. Alessandro keek geamuseerd toe maar gaf geen krimp. Bij een blauw, roestig exemplaar keek Errit hem weer met een vragende blik aan. Nee? Nee, zeiden Alessandro’s donkere Italiaanse ogen. Maar wacht, kon Errit voor deze tractor niet zo’n zitje maken? vroeg hij. „Tuurlijk,” zei Errit, „moar dan mot ik wel eevn de moatn weetn.” Alessandro ging op zoek naar een rolmaat of duimstok. Ergens in de garage moest die toch te vinden zijn? Na braaf tien minuten gewacht te hebben, gingen we kijken waar hij bleef. In de garage bleek Alessandro niet op zoek naar rolmaat of duimstok maar stond hij doodgemoedereerd te kletsen met een familielid/werknemer en een toevallige passant zonder duidelijke business. Hij zat ook weer aan de afsluitring van de cilinder te prutsen. Het stoeltje was alweer uit beeld verdwenen. Errit en ik keken elkaar aan en haalden onze schouders op: Italianen ...

Uiteindelijk ging Errit geheel onverwacht toch nog met iets leuks naar huis. Hij had iets vreemds gezien bij een van de roestige tractoren buiten. Een soort ijzeren raderen die aan de buitenkant van de wielen gemonteerd waren. Wat was daar de bedoeling van? „Per le risaie,” legde Alessandro uit, „voor in de rijstvelden.” Hij liet zien dat vanuit die raderen een soort tanden naar buiten kon vouwen die dan om de tractorbanden kwamen te zitten. Zo had deze in de natte glibberige rijstvelden meer grip. „Die moet ik hebben,” riep Errit meteen enthousiast, „zoiets heeft niemand in Nederland!” En warempel, dat kon, zei Alessandro. Voor 200€ kon hij er wel een stel voor hem op de kop tikken. Eindelijk beet! Als een kind zo blij reed Errit een half uur later, na nog veel meer geklets over tractoren en het verschil tussen de landbouw in Italiรซ en Nederland, met mij terug. Hij glunderde helemaal. „Ze weetn straks niet wat ze zeen,” zei hij. Ik zag hem in mijn verbeelding al trots als een prins op zo’n bijeenkomst van Same liefhebbers rondrijden op zijn mooiste tractor. Met rijstwielen. Mij best, leuk voor hem maar ik had voorlopig genoeg van die trattori en hongerde naar echt Italiaans voedsel. „Even lunchen?” vroeg Errit. „Mij best, als het maar niet bij een trattoria is!”







zondag 13 augustus 2017

Rallentare



Al in de Valle Scuropasso zat ze voor me, de grijze dame in de Italiaanse truttenschudder bij uitstek, de Fiat Panda. Dat ik ook zo’n auto heb, is een heel andere zaak natuurlijk want ik houd wel van doorrijden. Zij niet. Ze sukkelde vooruit en inhalen was op de bochtige weg geen optie. Na een paar kilometer naderden we wegwerkzaamheden. Nou ja, werkzaamheden: iemand was vlak langs de weg wat aan het graven. Mevrouw remde desalniettemin af. We krรณpen er voorbij. Maar gek genoeg kreeg mijn voorligster daarna opeens zin in het gaspedaal, schoot vooruit en sneed de volgende bocht af. Oeps, tegenligger. Met een ruk aan het stuur, ja ze is nog kwiek!, wist ze een frontale botsing net te vermijden. Van schrik remde ze daarna weer fors af. Rallentare heet dat op zijn Italiaans: waarom denk ik toch altijd dat rallentare versnellen betekent?

We waren ondanks de slakkengang toch bijna in Broni, waar ik weer eens naar het postkantoor moest. Bij elke afslag verwachtte ik dat ik van mijn trage plaaggeest verlost zou worden. Maar nee, ze nam steeds de weg die ik ook in de planning had. Ze zou toch niet ook? dacht ik. Welnee, dat zou wel heel toevallig zijn. Inmiddels was ik bijna bij ’mijn’ afslag en schakelde ik, heel on-Italiaans, de linker freccia, richtingaanwijzer, in. Gelukkig, zij niet. Maar wat was dat? Ze sloeg zomaar opeens af naar links! Zonder freccia, ik had het kunnen weten. En welja, mevrouw parkeerde ook nog op de invalidenparkeerplaats recht voor de deur van het postkantoor. Niet te geloven. Ik passeer (eindelijk, maar net nu ik het niet wil) en moet nog een heel eind rijden om een krap plekje voor mijn Pandaatje te vinden. Terwijl ik terugloop, zie ik het oude grijsje toch nog tamelijk kwiek naar de ingang van het postkantoor lopen. Hoezo gehandicapt? Ook dat had ik kunnen weten want bij de supermarkt zijn de zo handig dicht bij de ingang gelegen invalide-parkeerplaatsen ook altijd bezet, terwijl ik in de winkel zelf zelden een gehandicapte medemens tegenkom. Op Siciliรซ schijnt zelfs tweederde van de bevolking een gehandicaptenparkeervergunning te hebben.

Eenmaal binnen in het postkantoor zie ik hoe mevrouw de pseudo-invalida na enige aarzeling een nummertje uit de elektronische console weet te lokken: 102. Ik ben weer, nog steeds, direct na haar en heb 103. Dat lijkt hoog maar op het elektronische bord zie ik dat nummer 100 al voor een van de zes loketten staat. Een paar minuten later gaat het ’pling’ en knippert nummer 101 op het bord. Ik volg de bewegingen van mijn invalide concurrent al de hele tijd en zie tot mijn verbazing dat ze opstaat en zich alvast naar het loket van nr 101 beweegt om op tijd te zijn als nummer 102 wordt opgepiept. Denkfoutje, besef ik malicieus, want het loket waar ze nu staat te wachten heeft de kleinste kans van alle loketten om nummer 102 te gaan bedienen. En inderdaad, niet veel later gaat het weer ’pling’ en knippert 102 op het bord, voor het loket helemaal aan de andere kant. Maar mijn voorgangster heeft niets in de gaten. Moet ik haar waarschuwen? Of niet? Voordat ik deze morele knoop heb doorgehakt hoor ik alweer ’pling’ en verschijnt mijn nummer op het bord. Ik mag naar het loket waar net nog nummer 102 terecht kon, die niet kwam opdagen. Yes! denk ik, heb ik haar toch nog ingehaald, haha. Ik sta bij het loket en haal mijn enveloppen uit mijn tas.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat er iemand naast mij is komen staan. „Scusa, ma avevo numero 102!” zegt een krakerig stemmetje. Het is mijn plaaggeest! Ze heeft ontdekt dat ze haar beurt gemist heeft maar wil nu alsnog haar recht. Ik kijk verbaasd naar de lokettiste die haar schouders ophaalt en het arme oudje gelijk geeft. Verddddddd... porca miseria! Maar Italianen zijn altijd beleefd en dus trek ik me als pseudo-Italiaan grommend en met tegenzin terug.

Eenmaal op het stoeltje besef ik pas goed hoe ik in de val gelokt ben: doordat mijn nummer al getrokken is, gaan de andere loketten vrolijk verder met de volgende nummers! Ik zit vast aan het loket waar mijn nummer getrokken is en moet nu wachten tot het oudje klaar is, hoe lang het ook duurt! Dat geloof je toch niet! Hoe heeft ze het geflikt! Bovendien moet ik alert zijn want zodra ze klaar is gaat het 'pling' en komt nummer 104 of hoger op de proppen. Dan ben ik gedwongen om net zo bij een ander in te breken als zij bij mij heeft gedaan. Ik laat mijn hoofd voorover zakken en schud het ontgoocheld heen en weer. ’Pling’! Ho! Ik sprint naar voren, loop het vrouwke bijna omver maar ben op tijd. Pfff.

Ik ben snel klaar en terwijl ik naar mijn auto loop, sukkelt zowaar de mij welbekende Panda voorbij. Ik kijk en zie het oudje achter het stuur zitten. Even kijkt ze opzij. Zag ik daar een malicieus glimlachje op haar verkreukelde gezichtje verschijnen of was dat inbeelding?

Meer leuke verhalen lezen? Koop "Italiaanse Toestanden" deel 1,2 รฉn 3! 
Zie http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it
 




http://italiaanse-toestanden.duepadroni.it