Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen


dinsdag 1 mei 2012

Pizzocorno

We hadden de laatste porties! Direct na ons werd de gaarkeuken gesloten, want de polenta e merluzzo was op, nu al, een uur voor het aangekondigde einde van de gezamenlijke pranzo. Maar wij kregen nog ieder een portie. Geluk moet je hebben. We waren in het middeleeuwse plaatsje Varzi voor de 1 mei markt, want 1 mei is in Italie nog steeds een echte feestdag. Varzi vierde de Dag van de Arbeid door het tonen van het boerenleven en zijn/haar dieren en producten: koeien, geiten, paarden, konijnen, kippen, worstwaren, wijn en kaas, veel verschillende soorten kaas. Allemaal uit Varzi en omgeving, de Valle Staffora.

Nu wil het toeval dat we laatst lunchten (?toeval?) bij Agriturismo Boccapane, een van onze topadresjes, en daar een overheerlijke malfatti pasta met pizzocorno kaas geserveerd kregen. Andrea, de kok, legde uit dat hij die heerlijke kaas op een speciaal adresje haalde, daar waar ze als enigen nog deze traditionele kaas van koemelk produceerden. Dat bedrijfje lag in de Valle Staffora. Met nu op 1 mei zoveel kraampjes met lokale producten zouden we deze bijzondere kaas toch moeten kunnen scoren, dachten wij.

Maar eerst hadden we honger en zin in de polenta met kabeljauw, in de stokvis variant. We waren dus net op tijd en kregen een plastic bordje met een kwak eten, die er niet zo lekker uitzag maar het wel degelijk was! Deze gemeenschapslunch vond plaats in het polyvalente (=multifuncionele) gemeenschapsgebouw van Varzi. Erg gezellig ingericht, zoals altijd bij dit soort bijeenkomsten in Italie ... Maar met de drukke gesprekken en de volksmuziek van accordeon en schalmei wàs het wel gezellig. Gek eigenlijk dat Italie in veel opzichten een land van streng geregelde uiterlijkheden is (fare bella figura), maar bij deze gelegenheden juist niet.

Achter in de hal was er nog een kleine agriculturele tentoonstelling met o.a. een overzicht van alle (heel veel) soorten rijst die in Noord Italie verbouwd worden. ook kregen we een demonstratie van een rijstpeller van Japanse makelij.

Na het lekkere eten struinden we de markt af en vonden de lekkere kaas, bij de producent die ook aan Boccapane levert. Yes!







Dit was zomaar een leuke middag in de Oltrepò, totdat de stortregen losbarstte ...


zaterdag 21 april 2012

O solo mio

Gasten, da's waar ook, we krijgen gasten! Betalende gasten, wel te verstaan, geen vrienden en familie die o zo belangstellend en belangeloos (?) een paar weken komen kijken hoe wij het hier uithouden. Steeds meer van dergelijke vrienden durven ons nu na vier jaar te bekennen dat ze het eigenlijk helemaal niet zagen zitten in 2008. Wat gaan die lui daar doen op die kale berg? Dat wordt toch niks? Ze gaan er helemaal vereenzamen. Uitspreken deden ze die vermoedens natuurlijk niet, echte vrienden zeggen elkaar namelijk NIET altijd de waarheid, waarom zou je een ander kwetsen tenslotte. Maar nu, na gebleken succes, durven ze het wel toe te geven. Vereenzaming dreigde. Levensgroot!

Maar ze hebben buiten de gastheer-padrone en de reclame-padrone gerekend, die hier een goudader dachten aan te hebben geboord en deze met succes hebben weten te ontginnen. Ieder jaar zitten we vol, het seizoen duurt steeds langer en het aantal aanvragen loopt de spuigaten uit. Voor 2012 hebben we er al meer dan 200 geteld. Onze engelse vriend David hebben we er gelukkig mee kunnen maken, zijn appartement zit meteen het eerste seizoen al vol. Onze beloning: de euforie van de eigenaar en een aantal flessen wijn. Nando en Leda krijgen zo af en toe ook klantjes toegestuurd, beloning: 12 flessen Bonarda. Kennelijk gaan ze ervan uit dat wij wijn drinken? Hoe komen ze erop!

Ook hebben we contact met een nabij gelegen italiaanse agriturismo, waar we vier jaar voorbij gereden zijn zonder het te hebben gezien. Toevallig ontmoetten we de eigenaresse die vlak bij ons bleek te wonen (tijdens het hondenuitlaatgebeuren). Zij vroeg zich al af waar al die vreemde buitenlandse aanvragen vandaan kwamen. Zelf docente frans, begreep ze niks van het engels (laats staan nederlands) en de aanvragen gingen per mail naar haar dochter in Frankrijk, om vertaald weer terug te keren. We moesten hoognodig de agriturismo eens komen bekijken! Aldus geschiedde.

Eerst bewonderden we haar eigen stulpje, ook onzichtbaar vanaf de weg, een prachtwoning, een en al licht en schuifpui en terrassen. Daarna bewonderden we de zeven! prachtig met arte povera antiek ingerichte logeerplekken. Prima locatie om mensen naar toe te sturen, maar waarom is het zo moeilijk te vinden? Ach, zei de eigenaresse, als je een duidelijk bord met B&B aan de weg zet, rijdt iedereen zomaar naar binnen ... We hebben hier weer met origineel-italiaanse slagvaardigheid en zakeninstinct van doen, dat zal duidelijk zijn. Op de foto's van de appartementen, die we op onze website willen zetten, wachten we uiteraard nog steeds. Ook hebben we geen idee wie er allemaal via ons in 2012 bij het agriturismo gaan logeren.

Gasten dus, betalende gasten. Daar gaat het om. We hebben al drie weken bezetting gehad en het seizoen brandt deze week echt los. Maar ook zonder gasten, vrienden en familie lukt het maar niet om te vereenzamen. We hebben Antonella van de Enoteca, Leda en Nando van Bagarellum en het koor, engelse David , het hele koor, Roberto van Amici Miei en dan komen er ook nog allerlei los vaste contacten langs. Antonio van Casella bijvoorbeeld om even zijn vastgeroeste Duits op ons uit te proberen. Nederlanders die een camperplaats zoeken (hup, naar Nando en Leda) en ook in Noord Italie (Pavia, Milaan) wonenden Nederlanders die het leuk vinden om contact te leggen. Dat wordt binnenkort een etentje voor vier (gays). Over de virtuele vrienden van Facebook, Twitter, LinkedIn en dergelijke hebben we het dan nog maar niet en evenmin met alle vroegere gasten waar we nog contact mee hebben.

Zo af en toe denk je, ik ben aan vakantie toe. Maar ja, we zitten nu eenmaal op die kale berg ...


dinsdag 13 maart 2012

Guardoni

Het springt in de lucht, zoals sommige Engelstaligen zeggen. Na een toch al erg zonnige winter, met slechts één sneeuwintermezzo en een enkel dipje hier en daar, begint de lente serieus aanstalten te maken. We hebben al een paar dagen met een temperatuur van meer dan 20 graden achter de rug (of, beter: op het rode gezicht). Ook na vertrek van de lesbitch en de anderefamilieschoonzus gaat het gewoon door, al dreigde er direct na hunner aftocht even serieus winterweerkomst. Maar nee, gelukkig niet. Tijd voor de tuin!

Snoeien doet de tuinpadrone altijd in het voorjaar, om zo ook in de winter nog van de goudgele graspluimen en dergelijke te kunnen genieten. Ook in de rozen gaat nu pas de snoeischaar. Er valt aan het begin van het seizoen dan ook heel wat te knippen, er staan na de eerste jaren nu aardig wat rozen en grassen en ander gebladerte in de voortuin, bij de parkeerplaats en rond het zwembad. De groentepadrone heeft zijn handen vol aan ruimen en voorbereiden van zijn moestuin en het gazon rond het zwembad. Voor het laatste heeft hij een verticuteerhark op wieltjes aangeschaft, waarmee hij zich twee dagen lang door het kleine lapje gras heeft gezwoegd. Zwaar werk! Een enorme berg dood gras en mos belandde op de composthoop. De moestuin diende omgeploegd en bemest, ook geen werk voor teerbelichaamde efeben. Toch is de orto-padrone in gewicht aangekomen ... Hoe kan dat toch? (Tip: zie eerdere blogafleveringen).

Uw blogpadrone is dankzij zijn no nonsense dieet 6 kilo kwijt en dartelt nu door de groene gaarden. Na alle rozen zorgvuldig te hebben gekortwiekt en te hebben ontdaan van kruisende takken (expertise van jaren!), werd in de rozenborder van het eeuwig tierende onkruidsel een kop kleiner gemaakt. Verschillende siergrassen idem dito. Aan de voorkant werd een groot stuk van de tuin handmatig, gewapend met schepje, ontonkruidt en omgewoeld. Nu kunnen we weer zien waar de sierplantjes staan. Zo langzamerhand krijgen deze toch de overhand op het grassige gedeelte. De moeizaam behaalde successen worden zichtbaar: rozen, irissen, hortensias, gauras, oleanders. rudbeckias, daglelies, lavendel, salie, buddleia, coreopsis.

Maar er kan altijd nog meer bij. Reden om het tuincentrum Botanic weer eens kaal te plukken. Rotsplantjes voor het rotstuintje in wording naast de parkeerplaats. Viooltjes voor naast het pad naar het zwembad. Een heuse walnotenboom (van nu nog 1 meter). Nog maar een vijg, want die doet het gegarandeerd. Sieruien want die gaan als een tierelier: 40 trommelstokjes, joechei! En dat moet allemaal weer geplant, dus zijn we weer twee dagen van de straat.




En toen kwamen Nando en Leda ook nog langs met vier vijgetwijgen en enkele mugverdelgende catalpa-scheuten. Dus weer werk aan de winkel. De catalpa's komen bij het zwembad, zodat je daar (hopelijk) mugvrij kan genieten in het vervolg.

Een doorn in het snoeioog vormde nog steeds de rustico. Niet de deur en de ruitjes, want die waren afgelopen jaar al opgeknapt, maar de bovenverdieping met oude meuk in het zicht en een enorme berg duivenshit op de vloer. Na veel gepieker besloot de rusticopadrone tot het aanbrengen van gaas voor de hele bovenafdeling. Deze klus verliep wonderbaarlijk soepel: gaas gevonden van precies de goed afmeting, timmeren en klaar. Nou ja, klaar nà het opruimen van alle schijtresten: drie grote emmers vol. Maar het ziet er nu eindelijk toonbaar uit.

Bij al dat werk worden de padroni bespioneerd, door de buren ongetwijfeld, maar dat hebben we niet in de gaten. Nee, ook door het gevederde en het geblafte, kijk maar:

zondag 26 februari 2012

Panciapiena a Boccapane

Hè hè, het valt niet mee altijd allemaal. Familiebezoek en ik heb er mijn buik alweer van vol ... Maar voordat iedereen dit gaat doorroddelen (rodelen?), die volle buik is niet veroorzaakt door onaangenaam parenti-gedrag. De zondagslunch was alweer eens de grote boo(t)sdoener. In het kader van de serie Nieuwe Smikkeladresjes bezochten we deze week (in gezelschap van Bitch en Anderfamilieschoonzus) Agriturismo Boccapane.

Deze gelegenheid hadden we al eens voorbij horen komen (qua naam), maar nog nooit bezocht. Wel had de app-padrone de agriturismo net aan zijn Milan & More gids toegevoegd, want het restaurant scoort zeer hoog onder de italiaanse recensies, Bagarellum-kwaliteit wordt hier beloofd! De heenreis laatste vergde wel enige voorbereiding (Rij, ding!), want de broodbek (zoals de letterlijke vertaling luidt) ligt wel, maar nogal af (god wat ben ik weer vermoeiend). Linksafslaand waar het rechts moeten en vieze verza, stuurde de taxi-padrone ons met vaste hand en afgeschuurde bodemplaat naar de boerderij in het dal, een minuut of 20 bij ons vandaan. Overal lagen nog hoopjes sneeuw, maar verder was het weder om zonovergoten.

De eigenaren wachtten ons al welkom, ook al waren we niet de enige gasten, er werd nog wat gespeeld en gezeten en gezond op de speelweide. Ons contact met de rondbuikige kok Andrea verliep meteen al soepel, hij kende de Villa ook al, via de eigenaren van de Sosta Verde. Bijna kwamen we in de BP niet verder dan de wijnwinkel die direct links (voor sommigen rechts) van de ingang lag. Daar lagen een paar pareltjes van de oenologie van de Oltrepo, zoals die van San Michele ai Pianoni die we al kennen, maar ook nog veel meer lekkers, door Andrea zelf ontdekt. Helaas werden we niet in de winkel opgesloten (met trekker en glas) :-( .

Hoewel, jammer, dan hadden we lekkere lunch gemist!!! In een ruime maar gezellig ingerichte eetzaal, maakten we kennis met de dochter des huizes die meteen op Thomas dook (of andersom) en die de dierenarts-padrone al bekend voorkwam. En ja hoor, ze bleek bij onze veterinaio Genta gewerkt te hebben. Boccapane is hondvriendelijk! Dat Genta niet meisjesvriendelijk is, is weer een ander verhaal.





We gingen ter tafel en daar verschenen al snel de heerlijk liflafjes van de antipasti, begeleid door een (nou, twee) flesje Pinot Nero rood uit de schatkamer van Andrea. We noemen hier de kleine taartjes met pompoen en spinazie als bijzonderheid en de superverse geitekaasjes in honing. De twee pasta-gerechtjes waren superbe: ravioli brasato en een kleine lasagna. Het kalfsvlees dat daarna werd opgediend was zo zacht dat je mes er uit zichzelf doorheen zakte o o o! Hier zijn we niet voor het laatst geweest!

Bij vertrek vertelde Andrea nog even dat hij de laatste tijd heel veel controle van officiele instanties had ondergaan. Gevolg van de strakkere regels onder Monti ... en van de jaloezie van de eigenaren van andere minder goed lopende agriturismi. Er waren zelfs foto's van de volle parkeerplaats van Boccapane naar de belastingdienst gestuurd, die daaruit precies kon opmaken hoeveel bonnetjes Andrea zou moeten kunnen overleggen ... Ook dit is Italie! Gelukkig hebben wij voorlopig alleen niet-betalende gasten (Bitch heeft de Menhir betaald en Anderefamilieschoonzus de Boccapane, maar een beetje huur schuiven, ho maar!).



zondag 12 februari 2012

Il pranzo della domenica

De zondagslunch. Daar blijven we onze gasten, rijp of groen, vrienden of onbekenden, steeds maar op wijzen. Die moet je echt meemaken als je hier (of elders in Italie) op vakantie bent. Omdat de meeste gasten slechts een week blijven en dus maar één zondag ter beschikking hebben, worden ze hierover direct na aankomst al door ons getackeld middels de overrompelings-tactiek. Het vaste adres voor de lunch is wat ons betreft Bagarellum, want wie daar eenmaal gegeten heeft ...
Gelukkig heeft onze aanpak een groot succes en hebben we al veel van onze gasten intens voldaan van de lunch zien terugkeren, meestal tegen een uur of vier. Waarna wij ze uren lang niet meer zagen: een siesta is na zo'n rijkbesprenkeld tig gangen diner geen overbodige luxe.

Natuurlijk gaan de padroni zelf ook wel eens ter zondagslunch. En ook voor ons is Bagarellum een topattractie. Gelukkig zijn we voor de keuken van Leda niet alleen afhankelijk van de zondag en zijn er veel andere gelegenheden om daar te gaan schransen (koor, familiebezoek, feest, verjaardagen). Dus proberen we wel eens wat anders. Juist vorige week wilden we echter wel naar Bagarellum om onze Engelse vriend David eens met dit gastronomisch paradijsje te laten kennismaken. Hij woont er tenslotte slechts een steenworp vandaan. David is eigenaar van een van onze dependances, Mont Carul geheten en ontvangt dit jaar voor het eerst gasten die bij de padroni niet terecht konden. Die moeten natuurlijk ook met zachte hand en dwingende tand naar Bagarellum geloodst worden, en dan is de eerste vereiste dat de eigenaar natuurlijk weet waar hij het over heeft!

Helaas lukte dat al twee keer niet. Eerste poging: geen reserveringen, veel sneeuw en om nu voor ons drieen de hele keuken over hoop te gaan halen, vonden wij zelf ook overdreven. Tweede poging : waterleidingen bevroren in het keuken-restaurant gedeelte. Er moet een hele muur overhoop om dat te repareren. Voorlopig geen derde poging dus. Wat dan? Gelukkig diende een alternatief zich al snel aan (aan restaurantjes geen gebrek in deze streek). Onze aanstaande tweede (of derde?) dependance is in de maak, een pracht landhuis van kennis Daniela, en op loopafstand daarvan ligt Le Tradizioni di Elide, de tradities van Elide. Ooit wel eens van gehoord, leuk voor aanstaande gasten van het landhuis, maar dan willen we zelf ook wel eens weten of het wat is. Op verkennings-strooptocht dus!

Kortom: vanmiddag zaten we met David van 13 tot 16 uur uitgebreid te smikkelen bij Elide. Het bleek een typisch Italiaanse gelegenheid, waar je zo voorbij rijdt als je niet weet dat het er is. De eetzaal biedt plaats een aan beperkt aantal gasten (40) en het heeft allemaal een familiesfeer, want het hele gezin zit in de bediening. Nonna Elide is de chefkok en loopt ietwat gebogen af en aan met de heerlijkheden, daarbij vriendelijk lachend. Aan een lange tafel tegenover ons zat een grote groep mannen, een mengeling van familie en vrienden van de zaak. Deze groep begon luidruchtig en eindigde ... nog luidruchtiger, met gitaar en gezang ("Voooooolaaaaaaaaaare oooho, Cantare o-o-o-o"). Gelukkig zongen wij mee, want we hadden al aardig wat van het rode vocht naar binnen gegoten. Filmpje!

Het eten was heerlijk, na vele verschillende kleine liflafjes, verschenen risotto, pasta in brodo, kip, rundvlees twee taartachtigen, moscato, nocino ... Tollend verlieten we het pand, na lang en levendig met David te hebben gekeuveld over van alles en nog wat. Gezellige pranzo! Moeten we nog een keer doen, bij Bagarellum?




woensdag 1 februari 2012

Adesso si paga ...

"En nu betalen we de rekening ...". Dat zegt de Italiaan, wanneer het na een tijdje voorspoed opeens tegenzit. De Italiaanse natuur is nogal pessimistisch, beetje depri zelfs, dit geheel in strijd met het stereotype beeld van de levensgenieter van O sole mio enzovoort. Als je aan een gemiddelde Italiaan vraagt hoe het met hem gaat, zegt hij niet "Goed", zoals de Nederlander (ook al gaat het slecht), maar: Non c'è male, "Er is niets slechts (te melden)". Net alsof hij eigenlijk stiekem hoopte dat hij wel een rampzalig verhaal te vertellen zou hebben.

Tot nu toe viel de winter erg mee, zeker in vergelijking met de andere drie die we hier al hebben meegemaakt. Geen sneeuw, weinig mist, droog en een lekkere tempartuur. Terrasweer! juichten de padroni regelmatig op Twitter en Facebook. De Italianen met wie we ons plezier deelden ("Wat een lekker weer hè, het lijkt wel lente!") reageerden steevast met de mededeling dat de ellende nog wel volgen zou: "We gaan er nog wel voor boeten!". De vrolijke Nederlanders lachten hen uit. Ten onrechte ...

Sinds een dag of drie, vier is het helemaal mis. Pakken sneeuw, even weer zon en dooi en sinds gister een nog dikker pak sneeuw. Zout en sneeuwschuivers kunnen er niet meer tegenop, we zijn ingesloten (hoeveel voorraad hebben we nog? Gelukkig is de airbag-padrone op dieet). Het hondje vindt het allemaal prachtig en huppelt en stuift door de sneeuwbedekte wijngaarden dat het een lieve lust is, de dikke zwarte neus diep in het witte schuim stekend. Zijn hete bruine drollen smelten dampend door de witte laag heen, de geurvlaggen zijn nu ook zichtbaar, als fluoriscerend gele lichtsporen.


We hebben een weerstation, maar dat meet geen sneeuwhoogtes. En het Centro Meteorologico Lombarda wil die toch graag weten. Ooit, onbezonnen moment, hebben we beloofd die t.z.t. handmatig te zullen bijhouden. Dat waren wij inmiddels vergeten maar het Centro niet! Per email arriveerde een epistel van twee A4tjes met detailinstructies over de uit te voeren meetprocedure. Meten op een gladde horizontale ondergrond (tavoletta), om middernacht. Tavoletta na het meten schoonmaken voor de meting van de volgende dag. Sneeuw opvangen in een emmer (pan) en om twaalf uur smelten om de hoeveelheid water te bepalen. Nog wat rekenwerk met pi & paasdag en de meting is klaar. Voor deze klus hebben we hier onze eigen Guido Guidi padrone.

Morgen zal het nog doorsneeuwen en dan volgt de ijzige vrieskou. Het TeleGiornale zal alarmerende berichten verspreiden over de recordkoude en hoe deze te overleven. Het is betaaldag, het was ook te mooi om waar te zijn. 

maandag 16 januari 2012

Parco di Portofino

Hè bah, mist! Zo dachten we gisteren, na een lange periode van zon & schijn, waarin we zelfs in ons vestje op het terras konden zonnebaden. Wat nu, verzin een list! Gelukkig wist de Meteo ons te melden dat het aan de Middellandse Zee nog wel zonnig en aangenaam zou zijn, dus besloten we tot een dagtripje naar het schiereiland van Portofino (geen ramptoerisme, want de gezonken cruiseboot ligt een stuk zuidelijker). Niet naar Portofino zelf, dat hebben we al gezien (blasé blazee). Nee, we wilden nu wel eens het mooie park tussen Portofino en Camogli gaan verkennen. Er moeten daar mooie, goede wandelingen te doen zijn en daar zouden ook onze gasten nog van kunnen profiteren, nietwaar? Voor wat eerste info bekeken we, dwz de routeplanpadrone bekeek) de informatieve engelse website en werd er zelfs een aardige App van het park gevonden en gedownload (alleen italiaans, dat dan weer wel).

Om een uur of kwart voor elf vertrokken we en na anderhalfuur bereikten we Recco, vanwaar we de binnenlanden in moesten, richting Portofino Vetta. De routekaart gaf twee afslagen direct na elkaar aan, waarvan we de tweede moesten hebben. Dus namen we de eerste, en keerden na een km of wat rijden over de nauwe kustweg om. Terug bij het afslagpunt waren we vastbesloten de eerste de beste volgende afslag te nemen, uiteraard, en ... die kwam dus niet. Eenmaal bij San Lorenzo, kilometers verder, concludeerden we dat we hem gemist hadden, maar hoe? We hadden zo goed opgelet. Daarom zetten we de routejoker maar in, die Portofino Vetta zowaar zei te kennen. Maar voor we konden keren (Fai un'inversione a U!, riep de navigator meneer hysterisch) zaten we in Santa Margherita Ligure. Ook leuk, en goed voor een plasbeurt en broodje en korte verkenning.



Een uurtje later maakten we dan eindelijk de inversie op z'n U's en gidste routemeneer ons veilig naar de afslag ... die we al genomen hadden. Het was dezelfde weer! Routemeneer zweeg in alle talen maar op het kaartje konden we zien dat we niet op de goede weg zaten. Er MOEST een parallelweg zijn, maar waar dan? OK, weer helemaal naar beneden om te keren en terug. Nu waren we bereid desnoods dwars door een muur te beuken om op de goede route te komen. Boven bleek de enige afslag, net voor de tunnel, de oprit naar een parkeerplaats van het aanpalende hotel te zijn. Een groot portaal gaf aan dat je hier eigen terrein betrad, alleen voor gasten, Vietato! Maar we moesten toch wat en reden stug door, buitenlanders niet begrijpen.

En wat bleek, deze oprit was een soort perron 9-en-driekwart, want eenmaal onder het portaal doorgereden ontvouwde zich een doodnormale weg naar boven. Naar het eigenlijke hotel en startpunt van alle wandelingen. Hèhè. Dat was nu echt weer routeaanwijzing op zijn Italiaans: het cruciale bord ontbreekt altijd. Beneden was niets te zien dat op het park duidde. De App had het over het facilmente bereiken van Portofino Vetta als je eenmaal op de weg vanaf Recco richting Portofino reed ... jaja.

We waren er, bewonderden het prachtig gelegen megahotel (Portofino Kulm geheten, in Liberty stijl, een eeuw oud) en begonnen onze wandeling richting San Fruttuosa aan de kust te bewandelen. Uitstekende bordjes, goed te belopen paden, opvallend veel Italiaanse wandelaars, met Nordic wokuitrusting en mooie vergezichten. Alleen ging het pad wel fel omlaag gedurende een uurtje, dat moesten we straks nog weer zien te overleven. Na dus een ruim uur bereikten we een geisoleerd liggende agriturismo (of agririfugio, zoals de eigenaars het zelf noemden) Il Molino, dat nog een steile 20 min boven de kustplaats lag. Na een biertje op het uitzichtsterras (in de zon!) besloten we verdere afdaling verder te laten voor wat ie was, om straks niet door de invallende duisternis en kou overvallen te worden, er moest immers nog wel een blog geschreven worden, voor de padrone aan onderkoeling zou bezwijken.





Van onderkoeling was geen sprake op de terugklim, eerder van oververhitting. De kreun-en-steunpadrone ging drie keer geestelijk dood voor hij weer boven was. Al die extra kilo's die hij moet meezeulen ... Het afvalprogramma gaat nu zéker worden doorgezet.


Het park is kortom de moeite waard voor padvinders, routezoekers en sportieve wandelaars. Om de steile klim te vermijden kun je een rondrit plannen, waarbij je met de boot (vlak langs de kust, spannend!) terug kunt richting Portofino of Camogli, alwaar de auto (niet) staat. Met een taxi of bus kan de cirkel dan gekwadrateerd worden! Doen!