Italiaanse Toestanden - Emigratieverhalen


dinsdag 9 april 2013

Il Water



Ook in Italië moet je wel eens in een openbare gelegenheid (bar, restaurant, theater, universiteit, kantoor) naar het toilet. Dat kan voor de beginnende toiletbezoeker nog een heel avontuur zijn, terwijl ook de gevorderde wc-ganger nog regelmatig op figuurlijke maar ook letterlijke hindernissen stuit.

Om te beginnen moet je het toilet zien te vinden. Als de segnalazione, de richtingsaanduiding, te wensen over laat, en dat gebeurt vaak, sta je voor het probleem hoe je personeel of andere aanwezigen decent om de kortste weg naar de kleine kamer vraagt. “Kunt u mij vertellen waar het toilet is?”, hoe zeg je dat in het Italiaans zonder een flater te slaan? Met het begrip WC kom je hier nergens, als je al zou weten hoe je dit in het Italiaans zou moeten uitspreken (“doppio vi tsji”). Met de (nood)kreet “toilette” heb je al gauw meer succes, al komt het uitstoten van zo’n enkel woord niet echt beleefd over. In het Italiaans noemt men het toilet “il bagno”, waarmee Nederlanders in Italië vaak abusievelijk de badkamer proberen aan te duiden. Doordat Italië het land bij uitstek van de gebarentaal is, volstaat wat handenwringen (“where can I wash my hands, please”) meestal ook.

Eenmaal bij het toilet aangekomen, sta je meestal voor een existentiële keus: man of vrouw. Gesteld dat je daarover geen twijfels (meer) hebt (je kunt desnoods voor de zekerheid in je paspoort kijken), dan nog kan er een probleem opduiken: er is geen duidelijk plaatje van een mannetje en/of vrouwtje op de respectievelijke deuren te vinden, alleen tekst: “Signore, Signori”. Meestal slaat de paniek dan alsnog toe. Wat is “Dames” en wat is “Heren”? Beide lijkt eigenlijk mannelijk, toch? Nu kun je quasi nonchalant wachten tot jeiemand achter een van beide deuren ziet verdwijnen of je iemand uit het toilet tevoorschijn ziet komen en op basis daarvan deduceren wat wat is, maar wat als de nood hoog is en het toiletverkeer “dun”? Je moet daarom weten (onthouden!) dat het vrouwelijk meervoud van de meeste Italiaanse zelfstandige naamwoorden op een “e” eindigt en dat van mannelijke meestal op een “i”. Uitzonderingen komen voor, maar niet op het toilet. Daar gelden strikte grenzen. Zelfs in Italië.

Gelukkig, de broek kan zakken! Maar ho ho, nee, zo snel gaat het meestal nog niet. De praktijk wijst uit dat je, eenmaal veilig achter de toiletdeur, van alles aan kunt treffen. Ten eerste is het nog maar de vraag hoe veilig het eigenlijk is. Kan de deur van het toilet überhaupt op slot? Vaak niet met het originele slot, als je geluk hebt hooguit met een knutselslot (haakje, touwtje), maar even zo vaak helemaal niet. Er is geen sleutel, het hele hang- en sluitwerk is weg, er is nooit en slot geweest, … Alles komt voor. Zelfs op fonkelnieuwe toiletten in glanzende kantoorgebouwen kan het je gebeuren dat je opeens “met je kloten voor het blok” komt te zitten: een toiletdeur met een Lipsslot … zonder sleutel. Kan de deur niet dicht, maar is het toilet zo klein dat de toiletpot vlak bij de deur staat, dan is er nog “geen man overboord”. Al zittend, klem je de deur zelf dicht, met handen en/of voeten.

Zitten? Maar kan je wel zitten, is de volgende vraag. Hoewel de meeste toiletten in Italië tegenwoordig wel van het pot-model zijn, komt ook de bagno alla turca nog veel voor. Dat klinkt als een leuk muziekstuk, maar is het gevreesde “gat in de grond”, het hurktoilet. Kan de deur niet op slot en blijkt er zich achter het Turkse hurktoilet te bevinden, dan ben je verloren. Een reeks van scenario’s is nu mogelijk, het ene nog beschamender (direct) en hilarischer (achteraf) dan het andere. Welke precies laat ik graag aan de fantasie van de lezer of aspirant toiletganger over. Kan de deur wel op slot, dan blijven er nog genoeg hinderpalen over.

Het benutten van het Turkse onding vereist veel gehannes met broek, onderbroek, over- en onderhemd, gebalanceer om niet zelf in het gat te verdwijnen (zo lenig zijn we ook niet meer), en moeizame afstemming tussen het ene (producerende) en het andere (ontvangende). Kramp in de dijen, kuiten en pezen is het zekere gevolg, natte sokken, broek en of schoenen een waarschijnlijk resultaat van de moeizame verrichtingen.  Of, zoals het beschreven wordt in een gebruiksaanwijzing op internet:

Hurktoilet 
Leuk - maar langzaam verdwijnend - verschijnsel in mediterrane landen. Het gebruik van het “gabinetto alla turca” is zeer hygiënisch als men tenminste de kunst van het richten verstaat. Voor Nederlanders zonder ervaring op dit gebied eindigt het avontuur nogal eens met natte sokken. Tips: niet proberen de benen haaks te houden maar helemaal doorzakken; en het hoofd dient naar de deur gekeerd te zijn.

De laatste aanwijzing getuigt van de nodige humor, en zorgt voor de broodnodige ontspanning in deze benarde situatie. Mocht de deur onverwacht openvliegen, lach dan de lach der onschuldigen, want uw hoofd is naar de deur gekeerd. Het kan altijd nog erger (er is een model hurktoilet op een verhoging, type bordes, dat het ONmogelijk maakt om erboven te hurken zonder je broek helemaal uit te trekken. Als dan de deur openvliegt ...).

“Gelukkig, er is een WC-pot!” denk je, als het gevreesde gat niet tevoorschijn komt. Maar wat voor pot? Is er een wc-bril? Il water zoals de toiletpot op zijn “Italiaans” heet (afgeleid van water-closet) is meestal niet voorzien van een bril (een asse). Als er al een bril te bekennen is, staat deze meestal beteuterd in een hoekje (voor straf), zit achter slot en grendel tegen de muur (verboden aan te raken), is stuk (hap eruit), ligt los, of is te nat en te smerig om te gebruiken. Dat laatste vaak het gevolg van het feit dat de meeste brillen niet overeind gezet kunnen worden, ze vallen meteen weer op hun plek, want de stortbak zit in de weg. We moeten wel concluderen dat de Italiaan de bedoeling van de bril niet begrijpt: hij ziet de toiletpot als een merkwaardige variant van het hurktoilet, met een verhoging die niet bedoeld is om op te gaan zitten. "Wie heeft zoiets idioots bedacht?" hoor je hem denken.

Met een beetje geluk zitten we nu en kunnen we in alle rust onze grote daad verrichten. Wel in het donker, met een beetje "geluk", wanneer het besparingssysteem voor het licht is ingesteld op 30 seconden, de aan/uitknop zich buiten handbereik bevindt en de bewegingssensor niet reageert … Is de boodschap eenmaal gedaan dan is het ergste leed wel geleden. Wc-papier is er vaak niet, maar daarvoor heb je natuurlijk zelf gezorgd, want je bent door schade en schande wijs geworden (altijd EERST controleren of er wel papier is). De Italiaan gebruikt geen papier, want hij gebruikt immers het bidet, dat gekke kleine badje, waarin Nederlanders alleen hun voeten wassen. Jammer dat er in openbare toiletten vrijwel nooit een bidet is. De rest laat ik weer graag aan de fantasie over.

Doorspoelen vergt soms nog wat fantasie (drukknoppen op de stortbak zijn onklaar, maar vervangen door knoppen aan de muur, of een soort voetpedaal), en het kan zijn dat het automatische schoonmaaksysteem de bril al onder je in gang zet terwijl je nog bezig met, maar a la, een kniesoor die zich daar aan stoort.

Handen wassen, zoals je je lieve moeder altijd keurig hebt beloofd, lukt niet altijd. Zeep is er zelden, water meestal wel. De kraan kan vaak, heel hygiënisch, met voetpedalen bediend worden, maar er is dan weer geen papier om je handen af te drogen. Of misschien wel, want het kan zijn dat je je handen bij de verkeerde wasbak hebt gewassen. Merkwaardig genoeg hebben Italiaanse openbare toiletten vaak twee ruimtes met een wastafel en kom je er achter dat de tweede wel voorzien is van zeep en papier of blower. Ook zie je dan soms opeens dat de tweede deur, van het halletje waar zich de wastafel bevindt, wel op slot kan …

De stoelgang is in Italië een eenzaam en angstig avontuur!

maandag 8 april 2013

Il Medico di Famiglia



Ste-pha-nouus Alo-isiouuuus ... ma che nome strano!”, zei dokter Dezza tegen mij, terwijl hij naar het beeldscherm van zijn pc keek, waarop hij zojuist mijn voornamen met veel moeite had ingetypt. Wat een vreemde namen heb je! Vooral dat Aloysius kon hij maar niet thuisbrengen, met welke Italiaanse naam correspondeerde dat? “Luigi” zei ik. “Ah, Lu-iiigi”, zei Dezza. Maar echt overtuigd leek hij nog niet. Naar een verklaring van mijn achternaam “Smoeoeoelders” vroeg hij maar niet.

Alles aan Dezza straalde scherpzinnigheid uit: zijn helder twinkelende ogen, zijn fijngesneden lippen, zelfs zijn bril met het dun metalen montuur. Hij wilde graag alles begrijpen, bijna net zo graag als hij wilde uitleggen, wilde doceren. Ongevraagd gaf hij je een klein college over de werking van een medicijn waarvan je een recept kreeg, over de voor- en nadelen ervan, of over het functioneren van het menselijk lichaam. En telkens die ironische blik. Als huisarts kwamen natuurlijk dagelijks alle kwaaltjes langs die het gevolg waren van menselijke zwakheden, vergeeflijke zwakheden, maar zwakheden niettemin. Hij kende de mens na jaren van praktijkdienst door en door. Het vlees is zwak, de geest gewillig. In deze omgeving waren het natuurlijk vooral de wijn en de pasta die de mensen in verleiding brachten.

De eerste keer dat ik Dezza, de aan ons door de ASL, de AZIENDA SANITARIA LOCALE, het Italiaanse ziekenfonds, toegewezen huisarts wilde bezoeken, ving ik bot. Ik ging naar het gemeentehuis om weer in de wachtkamer plaats te nemen, maar deze keer dus echt voor een medisch bezoek en niet voor de administratie. Dezza hield hier twee keer per week consult, maar een briefje gaf te kennen dat hij er de komende weken niet zou zijn. In Santa Maria della Versa hield hij ieder dag een bezoekuur, wist ik en dus besloot ik dat het handiger was om het daar te gaan proberen. Dat bleek een verstandige keus, want alleen in Santa Maria had hij de beschikking over pc met printer, nodig om de verwijsbriefjes en recepten te kunnen uitprinten. Bovendien kon hij mij alleen hier inschrijven, via de pc.

Om een medico di famiglia en di fiducia te kunnen krijgen, moet je wel eerst ingeschreven staan bij de ASL en de beschikking hebben over een tessera sanitaria. En daarvoor heb je dan weer de residenza en de onvermijdelijke codice fiscale nodig. Gelukkig hadden we die eerste stappen op het gladde bureaucratische ijs al gezet en waren we niet in een wak beland. Als inwoner van Montecalvo Versiggia had ik recht op een medico en mocht ik er zelf een kiezen uit de vier die deze gemeente bedienden. De arts zelf moest er ook nog wel mee akkoord gaan en beide partijen konden verdere diensten weigeren als er sprake was van la turbativa del rapporto di fiducia, dat wil zeggen, als de vertrouwensband ernstig verstoord was. Want het hebben van fiducia is van het grootste belang in Italië, van groter belang nog dan het hebben van de vereiste diploma’s en papieren. Daarmee kon immers geknoeid worden (en dat kwam ook veelvuldig voor), maar met la fiducia niet! Ik koos op goed geluk voor Dezza, want referenties had ik verder toch niet.

Bij mijn eerste bezoek aan Dezza had ik een heel dossier bij me, dat ik van mijn Nederlandse huisarts had meegekregen, ter overname door de nieuwe huisarts. Maar ja, dat dossier was in het Nederlands … Dezza liet zich echter niet afschrikken en bladerde uiterst geïnteresseerd door de papieren, bril op het voorhoofd, neus bijna tegen het papier. Allerlei medische termen kon hij vanwege het Latijn wel thuisbrengen. Hij mompelde en gniffelde wat, ach ja, de mens en zijn zwakheden. Even kijken, rugproblemen, hernia, diclophenac … “Ja,” klaagde ik, “die rugproblemen worden wel steeds erger, 25 jaar geleden hielp een keer in de week zwemmen nog wel, maar nu gek genoeg niet meer. Hoe kan dat?” Dezza’s ogen twinkelden en hij glimlachte, “Het verschil met 25 jaar geleden is dat u toen 25 jaar jonger was.” Maar we konden evengoed wel een foto laten maken natuurlijk … Ook zou hij me naar een fysiotherapeut kunnen sturen, om wat oefeningen aan te leren, maar ik moest niet denken (zoals iedereen dat kennelijk wel deed, was zijn ervaring), dat je er na tien lessen dus mee klaar was! Je moest dan wel thuis blijven oefenen. Ik knikte met serieuze blik, maar zag dat Dezza er geen fiducia in had.

Voor mijn rug kwam ik nog regelmatig bij hem terug en ook de verwijzing naar de fysiotherapeut sleepte ik binnen. Telkens als ik hem weer bezocht en hij eerst mijn dossier op de pc tevoorschijn had gehaald (“A-lo-ie-siuuuuus”, Dezza schudde zijn hoofd) en over mijn rug begon, lachte hij en zei: “La vostra schiena ormai è un mito!”, uw rug is hier inmiddels zo beroemd als een mythe. Glimlach. Twinkelogen.

Had ik een goede keus gemaakt met mij medico di famiglia? Voorlopig zag ik geen reden om de vertrouwensband met mijn medico op te zeggen. Het zat wel snor met die Dezza.




dinsdag 2 april 2013

La residenza



"Si stanno divertendo un sacco", zei de vriendelijke ambtenares van de gemeente Montecalvo  tegen haar collega, "Ze hebben er veel plezier om". Om wat? Om de altijd aanwezige en noodzakelijke C.F., de codice fiscale, de Italiaanse versie van het burgerservicenummer.  De vorige keer had ze al tegen ons gezegd dat je desnoods zonder geld op pad kon gaan in Italië, maar nooit zonder C.F. de deur uit kon. Ze kende haar eigen code uit het hoofd, een prestatie want het is wel iets langer dan een pincode (een combinatie van een kleine 20 cijfers en letters). Toch was ze deze keer bijna vergeten ons de codes te vragen. Gek genoeg, want het formulier dat ze voor ons moest invullen was afschrikwekkend: een A3 vol met vakjes en in te vullen regels! "Daar zou toch zeker ook de C.F. bij horen?", vroeg ik maar eens schertsend toen ze zei dat ze voldoende gegevens had (paspoort, verklaring van de gemeente Pavia). "O ja, natuurlijk de C.F.!!!" lachte ze ten reactie, wetende hoe wij ons vermaakten met dit Italiaanse verschijnsel. 

De Codice Fiscale hadden we gelukkig al sinds de afgelopen zomer in bezit, want ook de universiteit wist dat je zonder dat nergens terecht zou kunnen en had voor alle Erasmus studenten (met eventuele aanhang) een voorrangsbehandeling bedongen bij het Agenzia delle Entrate, het belastingkantoor van Pavia. Eigenlijk zou het vrij eenvoudig moeten zijn om de code te verstrekken, want alle cijfers en nummers worden direct uit naam, geboortedatum en geboorteplaats van de persoon die het betreft afgeleid. Alle, behalve het laatste karakter, een letter, willekeurig gekozen uit het hele alfabet. Onze geometra Buttini had ons al eens uitgebreid uitgelegd hoe je de code (op het laatste karakter na) zelf kon bepalen, er waren zelfs internetsites die het voor je deden.

De code bestaat uit zestien karakters, waarvan de eerste drie bestaan uit de medeklinkers in de achternaam van de persoon (wat als deze minder dan drie medeklinkers heeft?), de volgende drie zijn de medeklinkers uit de voornaam of voornamen, de volgende twee cijfers zijn de laatste twee van het geboortejaar, dan volgt er een letter die overeenkomt met de geboortemaand, volgens het principe A=januari, B=februari enz. Dan volgen er weer twee cijfers, zijnde de geboortedag, dan volgt er een letter die de geboorteplaats codeert (buitenland=Z), dan drie cijfers die …. En tenslotte de willekeurige letter uit het alfabet. Een code die dus niet makkelijk te onthouden, maar wel vrij eenvoudig af te leiden is. Alleen de laatste letter moet je echt memoriseren.

Toch ging het nog mis in het kantoor van de Agenzia. Nadat we onze gegevens hadden ingeleverd, verdween het formulier in een koker via een interne postbuis naar een onduidelijk maar ongetwijfeld zeer geheime afdeling elders in deze onneembare belastingvesting. Na een tijdje wachten kwam er antwoord uit de krochten: een formulier met daarop de o zo belangrijke codice. Opgelucht en opgetogen gingen we met onze kostbare prijzen naar huis. Daar duurde het niet lang of we zagen dat de code van Nico niet kon kloppen … Er was een letter uit de naam verkeerd. Controle via een internetsite bevestigde ons vermoeden. We moesten terug naar het kantoor. 

De beambte achter het loket vertrok geen spier. Onbewogen nam hij de gegevens opnieuw op en verzond de verbeterde boodschap via de buizenpost. Wat zou er nu in de ingewanden van het belastingmonster gebeuren? Zou men merken dat er een tweede codice voor dezelfde persoon werd aangevraagd? En wat zou men dan doen? Wat gebeurde er met de fout code? Kon die wel vernietigd worden of zou deze een eeuwig en zinloos leven moeten leiden, net als wij? We kwamen er niet achter, want er rolde gewoon een nieuwe code uit de bus, die we deze keer meteen controleerden. Correct (voor zover wij wisten)! 

Gewapend met onze codes probeerden we ons nu dus in te schrijven in de gemeente Montecalvo, la  residenza, nodig om te voorkomen dat we straks heel veel meer belasting moeten gaan betalen. Want wie niet bij een Italiaanse gemeente staat ingeschreven, maar bijvoorbeeld nog gewoon in Nederland, betaalt een veel hoger tarief. Het in te vullen formulier was groot, maar de formaliteiten bleken erg beperkt. Dat was in Pavia wel anders, hadden we inmiddels ontdekt. Maanden en maanden nadat we onze hele doopceel hadden moeten lichten om als inwoners van Pavia te boek te kunnen staan (C.F. uiteraard, paspoort, verzekeringsbewijs, creditcard, huurcontract), bleek men ons daar in eerste instantie niet te kunnen vertellen of we daar nu inmiddels echt inwoner waren. En dat was wel nodig, anders kon je je niet laten overschrijven naar een andere gemeente.

We hadden in Pavia eerst een soort voorlopige verklaring gekregen maar of die nu definitief was, wist men niet. Wij hadden geen officieel bericht ontvangen en gingen dus maar eens navraag doen. Bij het eerste loket van het gemeentelijke administratiekantoor, waar we tijden geleden al die informatie hadden ingeleverd, wist men van niets: “Daar ga ik niet over, ik maak alleen het dossier, wat de andere afdelingen ermee doen weet ik niet en daar heb ik niets mee te maken. U moet bij het loket zus en zo zijn, daar aan de overkant van de hal”, was het antwoord op ons vriendelijke verzoek.  Maar ook bij het gewraakte loket zus-en-zo, kwamen we niet verder, want daarachter zat een oliedom en ongeïnteresseerd wicht. Er ontspon zich tussen ons de volgende dialoog: "Een verklaring van inwonerschap? Ja dat kan, dan moet u de volgende documenten inleveren: C.F., paspoort, huurcontract etc.". "Maar dat hebben wij allang ingeleverd!" "Toch moet het." "Zijn we dan nog niet ingeschreven?" De doos tikte wat in en op haar scherm verscheen een soort verklaring op onze namen van ingezetenschap: “Jawel, maar voor een verklaring moet alles worden ingeleverd.” "Maar er is al een dossier van ons!", zeggen we verontwaardigd. “O ja? Nou dat moet hier eerst langskomen en dat is nog niet gebeurd”. "Maar is het dan maanden onderweg van de ene kant van de hal naar de andere?”. “Weet ik niet, ik heb het niet.” 

We zuchtten toen diep, beseffend dat we hier niet verder zouden komen. “Dus we zijn wel officieel inwoner van Pavia?” vroegen we nog maar eens, in de hoop dat we met deze mondelinge verklaring in Montecalvo verder zouden kunnen. “Ja hoor, kijk maar”was opeens het verrassend antwoord, “kijk maar hier op het scherm. Willen jullie een afdrukje?” Onze monden vielen open! Daar hadden we het toch al een kwartier over, of niet? “Het kost wel 1 euro 20 per afdrukje hoor", zei het onnozele wicht nog, alsof de prijs ons alsnog zou afschrikken. “Nee laat maar, te duur!”. We kochten ieder onze verklaring en gingen in verwarring maar opgelucht weg: we hadden nu toch de verklaring die we niet konden krijgen! 

Maar in Montecalvo verliep alles dus vlot en soepel en zonder wachttijd, dat is het grote voordeel van een piepkleine gemeente. Binnen een uur waren we ingezetenen van Montecalvo Versiggia!

maandag 1 april 2013

Servizi pubblici



Nu we de trotse eigenaren van het huis op de heuvel waren (een naam moesten we nog verzinnen), gingen we er regelmatig naartoe, om te zien wat we eventueel al zouden kunnen doen aan opruim-, schoonmaak- en repareerwerk. Het was meteen een leuk uitje, want het appartement in de Via Moruzzi bleek in verschillende opzichten toch minder aangenaam voor een lang verblijf binnenshuis. Zo was het appartement bij nader inzien nogal donker, zelfs als het buiten stralend weer was, want de enige ramen zaten aan de noordkant en lagen dan nog deels in de schaduw van de balkons van de bovenburen. Ons eigen balkon was weliswaar ruim (langgerekt) maar lag ook op het noorden en alleen aan het uiterste puntje was in het vroege voorjaar mogelijk om wat zon te vangen. Binnenblijven zou bij mooi weer zonde zijn en dus gingen we juist op die dagen op pad.

Het in bezit krijgen van de sleutels van ons huis, bleek ook nog niet zo eenvoudig als we dachten. Doordat makelaar Nicola dus niet bij de notaris aanwezig was (afwezig zonder bericht van verhindering zullen we maar zeggen), hadden we de sleutels van het huis nog niet. Die had de familie Colombo namelijk bij Nicola ondergebracht, zodat hij te allen tijde zijn geweldige makelaarswerk zou kunnen verrichten. Om de sleutels te bemachtigen moesten we dus toch nog weer bij de fannulone langs. Zelf peinsde ik er niet over om nog enige vorm van contact met deze man te hebben, dus was Nico de klos.Uiteraard begon Nicola meteen over onze boosheid, hij begreep niet wat hij verkeerd gedaan had. De verkopende partij, Colombo, was juist zo tevreden over hem, zei hij. Wij wisten, uit betrouwbare bron, de familie Colombo zelf, beter. Nicola moest nog een hele tijd rommelen in allerlei laden en kastjes voor hij eindelijk de sleutels tevoorschijn wist te halen. Nu maar hopen dat het de goede zijn.

Zodra we eenmaal de Ponte della Becca gepasseerd waren, leek het wel of het landschap al ruimer en lichter werd. Aan de horizon zag je de contouren van de eerste heuvels al en links en rechts verschenen al wat wijngaarden. Op de radio klonk ’s ochtends steeds Back to Black van Amy Winehouse, een toepasselijke achternaam, en die muziek leerden we op die manier associëren met ons dagje uit in de Oltrepò. Alles was nog nieuw voor ons en we keken onze ogen uit. Af en toe zagen we aan het eind van een lange oprijlaan prachtige palazzi liggen, waarschijnlijk de huizen van eigenaren die hier al eeuwen de omringende wijngaarden beheren. De toren van het kasteel van Cigognola keek ons met haar zwaluwstaart-kantelen vanaf de heuvel vriendelijk aan. We reden door het dal van de Scuropasso, een torrente, dat wil zeggen een riviertje dat vooral in de lente en na hevige regenbuien een behoorlijk waterniveau kreeg, maar verder bijna droog lag.  

We kenden inmiddels twee wegen die al heuvel op slingerend naar ons huis leidden, en we namen de ene keer de ene, de andere keer de andere route. Vandaag gingen we kijken wat we konden doen om alle nutsvoorzieningen aan de praat te krijgen: gas, water, licht en telefoon. Vlak voor de officiële overdracht bij de notaris waren we met  de vorige eigenaar van ons huis, signore Colombo, de eindcontrole wezen doen. Stond alles er nog en was alles nog in dezelfde staat als toen we de compromesso tekenden? Heeft Colombo zich gedragen als een buon padre di famiglia, een goede vader van zijn familie, zoals het zo mooi heet in koopcontractuele termen? Ja dat had hij. Tot nu hadden we hem nog niet veel horen spreken, maar nu bleek hij een vriendelijke oude baas, die bereid was ons alles in alle rust uit te leggen. Geen spoor van haast of ongeduld. 

In de rustico, het gebouwtje van twee verdiepingen achter het huis, was alles aanwezig: gas, licht en elektra en voor het aansluiten van de elektriciteit  zou een telefoontje naar de energieleverancier ENEL volstaan. In de grote kelder onder het huis, de cantina wemelde het van de wateraansluitingen, want het was oorspronkelijk de bedoeling dat hier een wasserette komen zou.  Er waren twee thermostaatkranen om de temperatuur van de centrale verwarming op beide verdiepingen inderdaad centraal en apart te regelen. Ons saunasyndroom dat we aan de Via Moruzzi hadden overgehouden, zou ons hier bespaard blijven! De kelder en de rustico bleken verder beide uitdragerijen van meubels, bouwmateriaal en wat allemaal niet: een los toiletblok (il water) en een bidet, een marmeren wastafel, een compleet bed, kastjes, kastjes, kastjes, een grote stapel dakpannen, genoeg voor een heel nieuw dak, kortom een onoverzichtelijke bende. Of we hier blij mee moesten zijn, konden we nog niet echt beoordelen. 

In een put onder de oprit zat een pomp, zei Colombo, waarmee het afvalwater van de keuken op de eerste verdieping naar de hoger gelegen afvoerleiding aan de andere kant van het huis werd gepompt. En die afvoerleiding was weer aangesloten op het riool, dat onder de straat voor het huis liep. Alle badkamers waren aangesloten op een septische tank, die ook op het riool aangesloten was. Niente problemi! Verder waren de elektriciteitsleidingen helemaal opnieuw aangebracht en was alles helemaal volgens de regels: tutto a norma.

We arriveerde bij onze grote grijze kolos en parkeerden op de betonnen oprit. Telkens als we de grote inbraakveilige deur van het huis openden merkten we hoe koud het binnen nog was en hoe muf het rook. Stiekem speelden we met het idee om al eens een keertje in ons nieuwe bezit te gaan overnachten, maar het zal toch nog even duren voor we het huis kunnen gaan bewonen en we ons hier thuis kunnen voelen. Er hing een onaangename rioollucht, doordat alle wc’s en wasbakken droogstaan. We moesten de waterleiding aangesloten zien te krijgen. Aan de slag!

Een vriendelijke ambtenaar van het gemeentehuis van Montecalvo gaf ons de nummers van het waterleidingbedrijf en ook meteen van een gas- en elektriciteitsbedrijf. Al is de energiemarkt in Italië net als in Nederland geliberaliseerd, het voormalige staatsbedrijf ENEL is nog steeds de grootste en daar was Colombo ook klant. Even diep ademhalen voor een klus: het bellen van de diverse call centers. Niet alleen de taal zal een barrière zijn, vreesde ik al bij voorbaat, ook het gebrek aan  klantvriendelijkheid kon een probleem gaan vormen. Het wordt in ieder geval een stoomcursus Italiaans, waarbij de stoom vooral uit mijn oren zal komen. 

Ik had een aantal standaardzinnen voorbereid en wist de dames van het belcentrum te vertellen waar het om gaat. Dat dacht ik althans. Ze luisterden, gingen dan heel snel praten en verbonden me door met een andere dame, die weer hetzelfde deed: eerst ademloos luisteren en dan ratelen. Opeens dacht ik de vraag te verstaan wat de postcode van Montecalvo is. “Momentje,” riep ik en snel naar Nico om te vragen of hij dat paraat heeft. Niet dus. Terug naar de telefoon. “Scusi, ma … tu-tu-tu…” Men heeft opgehangen!

Bij een nieuwe poging begon ik meteen in het Engels. Aan de andere kant van de lijn hoorde ik de paniek toeslaan. Of ze misschien ook Engels spreken?  uh lietl…” was het antwoord.  Prima, dan probeer ik het weer in het Italiaans, en ik draai weer hetzelfde verhaal af. Dit keer lukte het wel en werd ik serieus genomen. Na uitwisseling van de gebruikelijke gegevens waaronder de onvermijdelijke codice fiscale (het spellen lukt steeds beter: Bari-Torino-Simone-Napoli-Lago-Simone..en af te sluiten met Empoli) vertelde men mij dat ik over vijf dagen luce, het Italiaanse synoniem voor elektriciteit, zou hebben. Da’s één. Nu nog gas en water. 

Bij het gas (een ander nummer, ook ENEL) is er het probleem dat de contatore bij het huis is weggehaald. De tubi liggen er, maar er moet wel een nieuwe meter komen. Na wat heen en weer gepraat en na lang wachten met leuke Italiaanse schlagers in het oor, krijg ik een afspraak voor donderdagmiddag. Kunt u dan? Ja, ik zal er zijn. Het aanvragen van een aansluiting aan de acquadotto, de waterleiding, gaat wonder boven wonder vlot. Ze begrijpen me niet alleen meteen, weten waar Montecalvo ligt, zelfs frazione Spagna is hen niet onbekend en ze weten ook nog meteen mee te delen dat er voor het water ook géén contatore aanwezig is. Er moet wel boter bij de vis. Eerst betalen dan pas krijg je water. Komt u morgenochtend maar langs in Stradella. Vóór 10 uur dan regelen we daar het contract en de betaling. Uiteindelijk zou ook de watermeter ook op donderdagochtend aangesloten worden.  Dat wordt weer een leuk dagje uit!